Marit Törnqvist: ‘Het was niet op zijn voorhoofd te lezen dat hij geen papieren had’

Ze is een beroemd kinderboekenillustrator, maar Marit Törnqvist houdt zich al een tijd met iets heel anders bezig: het helpen van ‘haar jongens’, Afghaanse asielzoekers die het moeilijk hebben in Zweden. Velen van hen werden haar vrienden.

Marit Törnqvist
© Tammy van Nerum

Toen kinderboekenillustrator Marit Törnqvist (56) in 2015 voor werk in Japan was, drong pas echt door hoe vluchtelingen zich voelen in een land waar ze niets begrijpen en niemand kennen. Ze probeerde zich voor te stellen dat ze helemaal alleen in dit land verzeild zou zijn geraakt, alles kwijt zou zijn. Hoe fijn het zou zijn als iemand naar haar toe was gekomen en zou zeggen: zal ik je vriend zijn en uitleggen hoe dit land werkt?

De zomer van 2015 in Zweden, het open ontvangende land dat 35 duizend jonge asielzoekers verwelkomde, was ze een middag met haar tekenspullen naar het AZC in het dorp gereden.

Het bleef niet bij één keer. Veel van de asielzoekers werden haar vrienden. Een van hen was die leuke geïnteresseerde jongen, die anderen hielp als ze elkaar niet begrepen. Hij sprak zeven talen.

Wat je uiteindelijk doet is afhankelijk van welke afslagen je neemt. Anderen houden het bij af en toe helpen in een AZC. Maar toen Marit zag dat het helemaal mis was met de jongen die haar zo aardig had geholpen, vroeg ze zijn nummer.

Vanaf dat moment hield ze contact met hem, Ramin, vanuit Amsterdam. Hij wachtte op een afwijzing die weleens een doodsvonnis zou kunnen zijn, had hij haar verteld. Toen ze Ramin weer zag, herkende ze hem amper: hij was afgevallen, liep krom en had uitslag over zijn lichaam. Ze voelde zijn eenzaamheid en hoezeer hij hulp nodig had.

‘Het is’, zei een Syrische jongen later, ‘alsof je bij een bushalte staat omringd door mensen, maar je niemand kent, de taal niet spreekt, niet weet waar je heen moet, je niets liever wil dan elk van de mensen langsgaan om te vragen: wil jij mijn vriend worden?’

Ramin had Afghaanse vrienden die er ook slecht aan toe waren. Waarom zou ze de één wel helpen en de ander niet?

Ze was met Ramin voor het AZC met uitzicht op het Vättermeer gaan zitten en daar had hij zijn hele gruwelijke verhaal gedaan. Aan het eind had hij haar aangekeken en gezegd: ‘De dood wacht op me in Kabul.’

Ze zei tegen hem dat hij niet uitgezet zou worden. Hoe ze dat zou voorkomen wist ze niet, maar toen ze naar huis reed wist ze wel dat ze hem moest verstoppen. Ergens. En dat haar man daarmee akkoord moest gaan. Er was geen keuze.

© Foto Tammy van Nerum
Illustratie uit Het gelukkige eiland van Marit Törnqvist, Querido 2017.

Eerst nam haar dochter, die vier uur rijden verderop woonde, Ramin mee. Bij Marit zelf was het te gevaarlijk, omdat mensen hen samen hadden gezien. Later trok hij bij Marit, haar man en jongste dochter in.

‘Ook al zat hij verstopt bij ons, het voelde meer als een leuke logé die mijn man hielp met klussen en mij met koken, en die mijn dochter “miss princess” noemde. Het was niet op zijn voorhoofd te lezen dat hij geen papieren had. Dat we écht geen verschil voelden tussen hem en een andere jongen van begin 20, maakte het allemaal nog schrijnender.’

Nadat zij naar Amsterdam vertrokken waren regelde Marit steeds weer nieuwe onderkomens voor hem.

Zes jongens

Wanneer ga je te ver in het helpen van anderen? Ramin had Afghaanse vrienden die er ook slecht aan toe waren. Waarom zou ze de één wel helpen en de ander niet? Zo had Marit op zeker moment zes jongens met wie ze naar de advocaat ging, de huisarts en de ambassade. Zes jongens die ze samen een pinpas gaf en zei: haal eten en alles wat urgent is. Jongens voor wie ze na een afwijzing van hun asielaanvraag een schuilplaats moest vinden, omdat de grenspolitie op zoek naar ze was.

En de afwijzingen kwamen, achter elkaar. Er wordt vaak gesproken over asielzoekers die liegen, maar hier was het tegenovergestelde aan de hand. De Zweedse immigratiedienst geloofde hun vluchtverhalen niet of wilde ze niet geloven.

De politieke kleur van de werknemers bij de migratiedienst was regelmatig in de besluiten terug te lezen. En er was nog iets. Voor sommigen van de jongens waren de oorlog en vervolging waarmee ze altijd geleefd hadden zo vanzelfsprekend dat ze tijdens hun interview allerlei relevante zaken vergaten te vertellen.

Een van haar jongens schreef recent een samenvatting van zijn vluchtverhaal. Het las alsof hij als toerist naar Zweden was gekomen. ‘Waarom schrijf je niet dat je in doodsnood bent gevlucht? En dat er familieleden waren omgekomen?’

‘Ik schrijf dat niet omdat alle jongens die ik ken door de Taliban met de dood zijn bedreigd, hun ouders dood of zoek zijn. Alle jongens die ik ken hebben mensen vermoord zien worden. We zijn allemaal geboren in de oorlog.’

Een moeder

’s Avonds laat op de bank kreeg ze geregeld een app van de advocaat: ‘Waar zijn je jongens? Ze doorzoeken de bussen en bioscopen in de hele stad.’ In paniek appte ze de jongens, vroeg ze waar ze waren en dat ze absoluut niet naar de stad mochten.

Het zijn háár jongens, zo noemt Marit de jongens waar ze dichtbij gekomen is. Zo spreken de Zweden die asielzoekers helpen over de jongens van wie je de zaken kent en die je probeert in de gaten te houden. Sommigen zijn zelfs officieel voogd van die jongens maar Marit was dat nooit, omdat ze allemaal al 18 waren toen ze ze leerde kennen. Voor deze jongens zorgt ze een beetje als een moeder dat zou doen. Dat heeft ze voor zichzelf bedacht, omdat die rol eenvoudig is. Een moeder is liefdevol, streng en laat je nooit in de steek. Wat ben je anders als ze je vragen om alsjeblieft mee naar de huisarts te gaan, omdat ze niet alleen durven? Als ze somber zijn en even met iemand willen praten?

Een moeder die zo bang is dat Ramin in Stockholm zal worden opgepakt door de politie, dat ze met hem naar een kledingzaak gaat en een sjieke lamswollen jas koopt, hem de zijden shawl van haar overleden vader omknoopt en dan ineens een man van de wereld voor zich ziet, die nooit om zijn ID-kaart zal worden gevraagd. Een moeder die met haar auto vol afgewezen Afghaanse jongens een politiecontrole ziet staan, zodat ze met piepende banden rechtsomkeert maakt en ervandoor snelt.

Maar een moeder mag ook streng zijn. Die mag haar jongens de waarheid zeggen als ze doodleuk een filmpje op Instagram zetten, waarin ze met honderd-tachtig over de Zweedse snelweg razen. ‘Wat? Willen jullie soms een enkeltje Kabul? Ik ben jullie al twee jaar aan het helpen en dan doen jullie dit?’

Soms schrikken ze van haar woedende uitvallen. Van haar strenge gesprekken, waarin ze jongens die opgroeiden in een streng islamitisch land uitlegt dat ze nooit één verkeerde opmerking over haar homoseksuele vrienden wil horen. Want dan kunnen ze vertrekken.

Aanklacht tegen Zweedse regering

Uitklappen

▶ De actiegroep ‘Håll ihop Sverige’ (Houd Zweden bij elkaar), waarvan Törnqvist een van de oprichters is, heeft een aanklacht bij de Verenigde Naties ingediend tegen de Zweedse regering vanwege ‘ernstige mensenrechtenschendingen’ tegen alleenstaande minderjarige vluchtelingen.
▶ Van deze 35 duizend asielzoekers die in 2015 aankwamen, hebben slechts 5.000 een permanente verblijfsvergunning gekregen.
▶ Vooral Afghanen moeten terugkeren. Volgens The Global Peace Index is Afghanistan het gevaarlijkste land in de wereld.
▶ In Zweden zijn meer dan 10 duizend alleenstaande minderjarigen ondergedoken, schat het Rode Kruis. Duizenden zijn verder Europa in gevlucht, van wie 3.000 naar Parijs.
▶ In totaal kwamen er in 2015 zo’n 162.500 asielzoekers naar Zweden, voornamelijk uit Syrië, Afghanistan en Irak. Ter vergelijking: in Nederland waren dat er 43 duizend, onder wie 3.700 alleenstaande minderjarigen (bron: CBS).

De zomer, toen ze met zijn allen in een huisje vlak bij het Vättermeer woonden, was het idyllisch. De jongens hadden hen meegenomen naar een plek met hoge rotsen, waar ze de gekste sprongen vanaf maakten. Ze was benauwd, want ze konden helemaal niet zwemmen. Haar jongste dochter had zwembanden gekocht voor het geval dat. Ze hadden muziek gedraaid en Marit had taart gebakken. Alles leek heel mooi.

Afgelopen zomer keerde ze terug naar die plek en ze dacht weer aan het uitbundige gezelschap, haar gezin en die jongens. Ze bedacht dat de afgelopen jaren misschien wel de gelukkigste in haar leven waren geweest.

Maar in die periode was het open Zweedse asielbeleid door toedoen van de rechtse populisten omgeslagen in een afschrikbeleid. Drie van haar jongens hadden na vier jaar inburgeren en de Zweedse taal leren te horen gekregen dat ze niet mochten blijven. Die waren in paniek geraakt, want terug konden ze niet, terug was er niets dan de dood. Ze wilden naar Parijs vluchten, omdat Frankrijk Afghanen niet zomaar terugstuurde.

Twee werelden

Vijf jaar geleden was ze luchtiger. Toen leefde ze in een meer beschermde wereld. Nu heeft ze vrienden uit een heel andere wereld. Jongens die haar filmpjes sturen van hoe ze al zes weken onder de brug in Parijs liggen tussen de ratten en drugsverslaafden.

In september, toen ze terug naar Amsterdam zouden reizen, vroeg een vriendin of Marit een van ‘haar’ jongens wilde meenemen. Want ze is niet de enige natuurlijk. Meer vrouwen hebben een paar jongens voor wie ze zorgen. Hij was 17 en doodsbang om in zijn eentje door al die landen te moeten reizen.

‘Misschien moeten we dezelfde boot nemen als een jongen die op de vlucht is’, zei Marit tegen haar man. ‘Als de politie in Duitsland hem arresteert, moeten we misschien een dag bij het bureau wachten tot ze hem vrijlaten.’

‘Goed’, zei haar man. Die is makkelijk. Hij steunt haar en als hij ziet dat het haar te veel wordt, zegt hij dat ze een beetje aan zichzelf moet denken.

Het verschil tussen een mens met een papier en een mens zonder een papier, is alleen het papier

Ze heeft ook nog een beroep, maar al een maand niet meer gewerkt. Veel te druk was ze met het zorgen dat die jongens goed in Parijs aankwamen, en het met haar actiegroep ‘Håll ihop Sverige’ voorbereiden van een gesprek met de Zweedse staatssecretaris van Justitie over de misstanden in Zweden.

Een paar jaar geleden zat ze met haar uitgever in de trein naar België, waar ze De Boekenpauw zou ontvangen, een grote Vlaamse prijs, toen haar telefoon ging en haar dochter zei dat een van de jongens zijn polsen had doorgesneden en in de bosjes lag.

Dat moet ze dus zien te combineren. Die twee werelden. Een tijdje terug voelde ze dat het niet goed ging. Die druk op haar hoofd. De slechte nachten door haar zorgen om de jongens. De eerste verschijnselen van een burn-out.

Maar het heeft haar veel moois gebracht, zoals de vriendschap met die jongens. Bijna dagelijks belt ze met een van hen en praten ze over van alles. Ze delen elkaars zorgen. Ze maken grapjes en lachen veel. ‘Hoe erger het leven, hoe meer je lacht’, zei een van de jongens en dat klopt.

Over een boek dat ze las, waarin die mooie regel stond: dat het verschil tussen een mens met een papier en een mens zonder een papier, alleen het papier is. Dat het allemaal om kansen draait.

Boodschappenlijstje

Drieënhalf jaar geleden begon ze met de gedachte dat ze deze ene jongen zou redden. Ze zou zorgen dat hij een papier kreeg en niet de dood in gestuurd zou worden. Uiteindelijk werden het er zes. En nu is alles onduidelijker omdat er ook zijdelings steeds weer jongens bij haar aankloppen, zoals die 17-jarige jongen die inmiddels in België is aangekomen.

Ze wil de jongens nog steeds redden, maar ze realiseert zich dat het wel eens lang kan duren, want ook in Frankrijk is het niet eenvoudig om asiel te krijgen als je uit Zweden komt. Haar angst is dat ze voor altijd op de vlucht zullen zijn. Zo mogelijk zal Marit ze bijstaan, ook als ze op heel andere plaatsen belanden.

’s Avonds zal ze voor ze gaat slapen een boodschappenlijstje in haar hoofd afwerken, zoals ze dat bij haar dochters doet. Ze denkt aan hun levens in Zweden, hun opleidingen, hun vrienden, hun toekomst. Haar dochters lopen over een mooi recht paadje vergeleken met deze jongens.

Zulke lijstjes maakt ze nu dus ook voor die jongens. Naar de advocaat, waar kunnen ze slapen, welk document ontbreekt in hun zaak, hoe komen ze aan geld, en wat als een van hen toch wordt opgepakt? Ze denkt net zolang na tot ze voor elk van de jongens een lichtpuntje ziet.

De naam Ramin is gefingeerd.