Jazzcafés, feesten en Netflix kijken, in Teheran wordt het voorlopig gedoogd

Trendy cafés, openlijk rebellerende jongeren en zingende vrouwen: de Iraanse machthebbers weten zich geen raad met het snel veranderende Iran. Laverend tussen repressie en gedoogbeleid proberen ze nieuwe opstanden te voorkomen. 

Teheran (Iran) – In het Jazz Café in Teheran klappen de hakken mee op de maat met de funky stem van B.B. King. Aan de tafels zitten jonge Iraniërs dicht tegen elkaar aan de tafels, het zijn overwegend twintigers, vrouwen in spijkerbroeken met modieuze gaten en slobbershirts, mannen met knotjes en plukbaardjes.  

‘Je ziet Teheran met de dag veranderen. Het gaat zo snel allemaal’, zegt Peyman Bahmani, eigenaar van het café. ‘Ik ben 35 jaar, maar ik ben echt van een heel andere generatie dan die twintigers van nu. Die trekken zich nergens meer wat van aan. Hun kleding, houding, de hele cultuur in Iran verandert. Toen ik hun leeftijd had waren er geen cafés met livemuziek waar jongeren konden chillen. Alle activiteiten vonden thuis plaats of op undergroundlocaties. Maar sinds een paar jaar zie je overal nieuwe cafés opduiken.’ 

‘We hebben cafés, feesten en Instagram. Dat is totaal tegen de ideologie van de leiders maar die weten dat ze niet meer alles kunnen verbieden’

Bahmani, die met zijn lange krullen en ronde brilletje wat weg heeft van John Lennon, noemt zich een pionier. Twee jaar geleden opende hij zijn jazzcafé, gevestigd in het centrum op een paar blokken van de universiteiten en het Lalehpark. Het café, bestaande uit twee verdiepingen met een zwart-witte marmeren vloer en trendy meubilair, is het enige café in Teheran waar bezoekers jazz- en bluesmuzikanten live kunnen zien optreden. ‘Het sloeg in als een bom’, grinnikt Bahmani. ‘Iedereen sprak erover. Niemand had verwacht dat dit zou kunnen.’ 

© Morteza Nikoubazl/NurPhoto
Een groep Iraanse jongeren in een café in hartje Teheran.

Bahmani en de twee mede-eigenaren hebben dan ook heel wat problemen moeten overwinnen. Het was niet eenvoudig om het café te beginnen. Nog lastiger is het open te houden en optredens te verzorgen. ‘In de Iraanse wet staan geen regels over culturele activiteiten in uitgaansgelegenheden. We organiseren optredens. Maar het is niet mogelijk om officiële documenten te krijgen waarin onze activiteiten worden gelegaliseerd. Als een politiefunctionaris of een politicus ons dwars wil zitten, kunnen we daar niets tegen doen. En dat gebeurt, de politie staat hier om de paar maanden op de stoep. We hebben het café al een paar keer moeten sluiten, soms voor dagen, soms voor weken. In Iran is elektronische muziek geen probleem, maar jazz wordt gerelateerd aan rebellen en intellectuelen. Daar houden de autoriteiten niet van. Ze willen niet dat dit soort mensen hier samenkomen.’

Bang voor opstand 

Het huidige Iran is al lang niet meer het Iran van veertig jaar geleden, toen ayatollah Khomeini met ijzeren vuist zijn macht liet gelden. Vooral in de afgelopen acht jaar onder voormalig president Hassan Rohani (2013- 2021) is het land in veel opzichten razendsnel veranderd. Jongeren groeien op met sociale media en kijken films en series op Netflix. De kleding van jonge stadse vrouwen is de laatste jaren steeds losser geworden. Een paar jaar geleden was het centrum van Teheran ’s avonds na het sluiten van de winkels vrijwel uitgestorven. Nu is er keuze uit honderden uiterst trendy cafés en coffeeshops, met – als een van de positieve uitzonderingen in het Midden-Oosten – haast net zoveel vrouwelijke als mannelijke bezoekers.  

‘De economie gaat slecht en de leiders willen voorkomen dat hoogopgeleide jongeren het land verlaten. Die mensen zijn hard nodig voor de ontwikkeling van Iran’

‘Er is nu meer mogelijk dan een paar jaar geleden’, zegt de 38-jarige onderneemster Samaneh Ahmadi. Met één hand aan het stuur loodst ze haar blauwe Peugeot door het drukke verkeer. ‘We hebben cafés, feesten en Instagram. Dat is totaal tegen de ideologie van de leiders maar die weten dat ze niet meer alles kunnen verbieden. De economie gaat slecht en ze willen voorkomen dat hoogopgeleide jongeren het land verlaten. Die mensen zijn hard nodig voor de ontwikkeling van Iran.’ Meer dan de helft van de Iraanse bevolking is onder de 25 jaar, jaarlijks vertrekken 50 duizend studenten naar het buitenland. 

Zoals veel Iraniërs is Ahmadi er niet van overtuigd dat de veranderingen doorzetten. Landelijke en plaatselijke autoriteiten gedogen de nieuwe ontwikkelingen, vertelt ze. Tegelijkertijd proberen ze, net als in bijvoorbeeld het streng soennitische Saudi-Arabië, met repressie en controle hun grip op de bevolking te verstevigen, waarbij vooral vrouwenrechten en sociale media het moeten ontgelden.  

Nog meer dan braindrain vrezen de autoriteiten voor nieuwe grootschalige rellen en opstanden, zoals eerder gebeurde in 2019 en 2020. Ahmadi: ‘Ze zijn bang dat de situatie uit de hand loopt en doen alles om de rust bewaren. Iedereen die hier zijn mond opentrekt, verdwijnt naar de gevangenis en je ziet ze niet meer terug.’ Die rust bewaren wordt een steeds grotere opgave. De onvrede groeit, niet alleen bij de rijke bovenlaag, de jongeren uit welgestelde seculiere milieus die meer vrijheden eisen, maar ook bij lagere en middeninkomens. De afgelopen jaren heeft de Iraanse economie door de Amerikaanse sancties en Covid zware klappen gehad. De gierende inflatie en alsmaar stijgende prijzen drijven mensen tot wanhoop.

Meer repressie 

Ahmadi vreest dat de repressie onder de nieuwe president Ebrahim Raisi (61) alleen maar toeneemt. De in augustus aangetreden Raisi is een vertrouweling en mogelijk opvolger van opperste leider Khamenei, en in de jaren tachtig als rechter medeverantwoordelijk voor de executies van politieke gevangenen. 

Raisi staat voor de haast onmogelijke taak om de door Amerikaanse sancties verzwakte economie weer op gang te helpen. Hij zal alles doen om rellen en demonstraties de kop in te drukken – ook als daarbij veel geweld gebruikt moet worden. 

Dromend dat ze in een grote zaal staat, zingt een zangeres in een studio. Optreden voor gemengd publiek mag ze niet.
Dromend dat ze in een grote zaal staat, zingt een zangeres in een studio. Optreden voor gemengd publiek mag ze niet.

De massale protesten in november 2019 staan in het geheugen gegrift. De rellen tegen de aangekondigde verhoging van de brandstofprijzen werden al snel een oproep tot vertrek van het regime, en voor democratie en vrouwenrechten, waarbij auto’s in brand werden gestoken en religieuze gebouwen aangevallen. De autoriteiten reageerden met buitensporig geweld, waarbij Amnesty International (2021) vaststelde dat er 348 doden vielen en ‘vermoedelijk meer’. Duizenden mensen werden opgepakt. Vele actievoerders, onder wie anti-hoofddoekfeministen en hun advocaten, kregen jarenlange celstraffen. 

Wie een paar jaar niet in Iran is geweest, merkt dat de angstcultuur er nog groter is dan voorheen

Wie een paar jaar niet in Iran is geweest merkt dat de angstcultuur nog groter is dan voorheen. Iraniërs zijn er zeker van dat de autoriteiten meelezen met hun e-mailverkeer en apps en verwachten verdere inperking van sociale media. Na Twitter, Facebook en YouTube is de kans groot dat Instagram volgt, het enige socialemediaplatform waarvoor nog geen versleutelde VPN-verbinding nodig is.

Vrouwenrechten 

Net als de sociale media moeten ook vrouwen het ontgelden. Ahmadi vertelt dat er sinds een jaar technologie wordt ingezet om vrouwen op de verplichte hoofddoek te controleren. In heel Teheran hangen straatcamera’s die auto’s registreren waarin ongehoorzame vrouwen zonder hijab zitten – waarna de boetes worden thuisgestuurd.   

Sinds de revolutie in 1979, toen Iraanse vrouwen al hun rechten werden ontnomen, hebben ze veel rechten teruggekregen, vaak via een omweg. Iraanse vrouwen zijn hoogopgeleid, meer dan de helft van de studenten is vrouw, ook bij de bètavakken. Ze kunnen tegenwoordig ontsnappen aan de discriminerende islamitische familiewetgeving door in het huwelijkscontract expliciet te laten opnemen dat ze recht hebben te scheiden, te werken en te studeren.  

Conservatieve hardliners zijn geobsedeerd door het controleren van vrouwen. ‘Gemakkelijk scoren.’

Toch zijn er duidelijke rode lijnen die geen vrouw mag overtreden. De belangrijkste is de hoofddoek. Voor de leiders en hun streng religieuze achterban is de hoofddoek veel meer dan een kledingstuk: keurig bedekte vrouwen staan symbool voor islam en republiek, de ongehoorzame vrouwen koketteren met het verdorven Westen. Ook kunst van vrouwen is verdacht. Vrouwelijke artiesten mogen niet optreden voor een gemengd publiek, terwijl mannen dat wel mogen. En bij sportactiviteiten is het vrouwen streng verboden om in een voetbalstadion met mannen naar een wedstrijd te kijken, ook als het nationale voetbalteam speelt. 

‘Hardliners zijn geobsedeerd door vrouwen’, zegt Ahmadi. ‘Gemakkelijk scoren bij hun achterban, dan hoeven ze zich niet bezig te houden met de werkelijke problemen en komen ze toch daadkrachtig over.’ Als veel seculiere Iraniërs is ze ervan overtuigd dat er alleen iets kan veranderen voor vrouwen in Iran als de geestelijken niet langer aan de macht zijn. Daar lijkt voorlopig nog geen sprake van: zo’n 30 tot 50 procent van de Iraniërs zou achter hen staan. Bij de presidentsverkiezingen vorig jaar kon alleen op uiterst conservatieve kandidaten worden gestemd. Bij een opkomst van 49 procent van de kiesgerechtigden stemde 62 procent voor Raisi.

‘We mogen al blij zijn als in Iran de huidige trend zich voortzet en er meer vrijheden komen’, zegt café-eigenaar Bahmani. Ook in zijn trendy café met livemuziek is het ondenkbaar dat vrouwelijke muzikanten optreden. ‘Laten we hopen dat we nog wat meer stappen vooruit kunnen zetten en dat we niet een terugval meemaken. Het leven is nu al moeilijk genoeg.’