Adriaan van Dis: ‘Japanners kunnen van pijn schoonheid maken’

We reizen de wereld rond, verzamelen verhalen en keren ermee terug naar huis. Welke plaatsen hebben een onuitwisbare indruk bij ons achtergelaten? Dit keer: schrijver Adriaan van Dis (77). 

Adriaan van Dis: ‘Ik heb de ultieme schuilplaats gecreëerd. Voor mezelf en iedereen die ik liefheb.’
© GEERT DE GROOT

Bergen aan Zee

‘De zee, de wind en de duinen, maar de duinen zijn voor mij het mooist. Elke dag maakte ik een ontdekkingsreis door het schoongewaaide landschap, wandelend over het lege strand. In de hak van mijn schoenen – van het merk Robinson! – stond een palmboompje, dat ik achterliet bij elke stap in het klamme zand. 

Bergen aan Zee was bedoeld als een kuuroord, in 1906 gesticht door de burgemeestersvrouw Marie van Reenen-Völter. Aan het begin van de twintigste eeuw werden er door Berlage prachtige villa’s gebouwd, maar in de oorlog moest het merendeel voor de aanleg van de Atlantikwall weer worden afgebroken. In de jaren erna werd het een vriendelijk verzameloord voor ontheemden, onder wie ook mensen uit Indië, zoals mijn ouders.  

Lees ook: Klem tussen de Eufraat en de Tigris: de moerassen van Irak Beeldverhaal 4 april 2022

De eerste man van mijn moeder was een KNIL-officier met een Molukse achtergrond; hij werd door de Japanners onthoofd. Haar tweede echtgenoot, mijn vader, had als dwangarbeider gewerkt aan de Pakan Baroespoorlijn op Sumatra en was zwaar getraumatiseerd. Hij gebruikte de kampregels als basis voor mijn opvoeding. Het was een verwarrende tijd voor een jongetje zoals ik, maar ik heb toch vooral mooie herinneringen aan mijn geboorteplaats. 

Ik keer nog altijd terug naar Bergen aan Zee, terug naar het landschap van mijn jeugd. Ik weiger een duinkaart te kopen want dat hele gebied is in mijn hoofd nog altijd van mij. Ik heb helaas nog nooit de kans gehad om dat ook tegen de boswachter te zeggen.’ 

Bagdad

‘In 1969, tijdens het tweede jaar van mijn studie Nederlands, besloot ik naar India te reizen. Ik was absoluut geen hippie maar ik verlangde wel naar een ongebonden leven en – tegelijkertijd – naar bescherming; naar iemand die zijn hand op mijn schouder zou leggen en zou zeggen: “Jongen, ik zie wat in jou.” Het mocht een goeroe zijn, een prins of een prinses – als ik maar werd opgetild en uit mijn ongelukkigheid weggesleurd. 

‘‘Ik begrijp niet waarom mensen anti-islam zijn; ik voelde me geweldig thuis in de Arabische wereld’ ’ 

De hele reis duurde negen maanden en heeft me in totaal 1800 gulden gekost. Het mooiste deel voerde van Basra naar Bagdad. Zes weken, van dorp naar dorp, per autobus. Overal waar ik uitstapte, werd ik hartelijk verwelkomd, kreeg ik thee aangeboden of een bakje met van die grote bonen, en uiteindelijk ook een bed. Ik begrijp niet waarom zoveel mensen in Nederland anti-islam zijn; ik voelde me geweldig thuis in die Arabische wereld.  

Ik trok verder, tot Kabul, waar ik ten prooi viel aan amoebedysenterie. Gelukkig ontmoette ik daar ook een arts uit Leiden die me de juiste medicamenten verschafte. Ik knapte er snel van op en keerde terug naar huis. Eenmaal in Nederland aangekomen, heb ik meteen mijn studie weer opgepakt. Ik zou later nog vele reizen maken, maar het leek me beter eerst een diploma te halen.’ 

Ein Carmel

‘Tijdens mijn “Grand Tour” heb ik een tijdje als vrijwilliger gewerkt in Ein Carmel, een kibboets onder Haifa, en in mijn vrije tijd heb ik het land leren kennen. Ik geloofde in de socialistische heilstaat van Ben-Gurion. Mijn sympathie voor Israël is ook altijd gebleven, al ben ik geen aanhanger van het huidige politieke systeem. Wat er nu gebeurt in Gaza is verschrikkelijk en ja, er zijn inmiddels aan de Palestijnse kant veel meer slachtoffers gevallen dan in Israël op 7 oktober 2023, maar je moet de geschiedenis nooit uit het oog verliezen. Dan heb ik het over een veilig huis voor de Joden na de Holocaust én de strijd van de Palestijnen om hun bezette gebieden terug te krijgen. Twee partijen op zoek naar rechtvaardigheid. Het is niet of of, maar en en. Ambiguïteit is een groot goed, ook in de politiek.’ 

© BLOKPLAN

Tokio

‘In het jaar 2000 werd mij door de voorzitter van het Literair Productiefonds gevraagd of ik, tijdens de viering van vierhonderd jaar Japans-Nederlandse betrekkingen, een praatje wilde houden. Ik zei meteen ja en vervolgde met: “Het zal niet over de oorlog gaan!” Waarom zei ik dat nou? Natúúrlijk gaat het over de oorlog, linksom of rechtsom.  

Ik had in mijn jeugd gecorrespondeerd met twee Japanse meisjes. Een briefwisseling die thuis volkomen werd genegeerd. Er kwam geen Japans apparaat in ons huis. Japan was het kwaad. Mijn moeder beweerde te pas en te onpas dat ze haar leven te danken had aan de atoombom. Over die bom schreef ik met die meisjes. En over hun keizer en onze koningin. In mijn lezing vergeleek ik de oorlogstijd met een scheur in een antiek theekopje. Japanners maken scheuren zichtbaar door ze te dichten met goud, waardoor ze van de pijn schoonheid maken. Ik werd aangehoord door een gezelschap Wichtigmachers. Ze stonden er allemaal bij te glimlachen. Prachtig verhaal. Niemand luisterde. 

Interessanter waren mijn ontmoetingen met kinderen van Japanse kampbewakers die, net als ik, te maken hadden gehad met vaders die hun oorlog mee naar huis hadden genomen. Vaders die sloegen en terreur uitoefenden op hun kinderen. Voor het eerst voelde ik me onder gelijken. In Nederland hield ik me verre van de slachtofferrol, maar daar, tussen de kinderen van onze vijand, kon ik voor het eerst accepteren dat de oorlog van mijn ouders me gevormd had tot wie ik was.’ 

Adriaan van Dis
© GEERT DE GROOT

Sumatra

‘Voor de tv-documentaireserie Van Dis in Indonesië deden we in 2011 ook het eiland Sumatra aan waar mijn vader in de oorlogsjaren gedwongen werd aan de aanleg van de spoorlijn mee te werken. Daar stond, midden in het oerwoud, nog een oude locomotief. Ik heb het ijzer geaaid waarvoor mijn vader heeft gezwoegd, mijn hoofd in de cabine gestoken en kampliedjes van vroeger gezongen: “Jappen hier, Jappen daar, vele Jappen zonder haar!” Ik maak een kwinkslag – om mijn ontroering te maskeren – maar ’t is waar: ik ben steeds beter gaan begrijpen hoezeer mijn vader moet hebben geleden. Misschien een beetje raar om zoiets op je zevenenzeventigste te zeggen, maar ik houd van mijn vader. Ik houd van hem omdat haat en woede negatieve krachten zijn die je opvreten. Verzoen je. Begrijp de ander.    

Er zijn twee geboden belangrijk in mijn leven: “Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet” en “Gij zult niet verbitteren”. Om niet verbitterd te raken moet je in gesprek blijven met je boze zelf. Verdiep je in de tegenstand, loop weg van het alledaagse gekrakeel en geloof in het optimisme van de wil.’

Onlangs verscheen het nieuwe boek van Adriaan van Dis: De kolonie mept terug. Over witte arrogantie en voortschrijdend inzicht: een denkoefening en leesreis (Atlas Contact). 

Meer over dit onderwerp