Rick Brink: de officieuze minister van Gehandicaptenzaken

Tot zijn verdriet zette de CDA-partijtop niet hem, maar Lucille Werner op nummer 10 van de kandidatenlijst van de Parlementsverkiezingen. Toch blijft Rick Brink onverminderd opkomen voor de rechten van mensen met een beperking. Wie denkt dat het wel snor zit met die rechten (we hebben toch een gebarentolk bij persconferenties?), heeft geen oog voor de slechte toegang tot onderwijs en werk. ‘Bij beleidsbeslissingen mogen we alleen voor de vorm even aanschuiven.’

© Martijn Beekman/ANP

Even leek het erop dat Rick Brink (1985) daadwerkelijk de landelijke politiek in zou gaan. Op dinsdag 27 oktober maakte het CDA zijn conceptlijst voor de aankomende verkiezingen bekend met de officieuze minister van Gehandicaptenzaken als een van de nieuwkomers. Maar een dag later trok Brink zich alweer terug.

En dat was ‘de moeilijkste beslissing van mijn leven’, schreef hij op Twitter. In een Zoomgesprek vanuit zijn keuken moet Brink een paar weken later even naar de juiste woorden zoeken voor hij die terugtrekking verder toelicht. ‘Ik wil namelijk niet met modder gooien.’ Hoewel hij aanvankelijk enthousiast was en begreep dat hij misschien niet meteen op een direct verkiesbare plek kon komen – hij stond op plaats 24 – stelde het hem teleur dat presentatrice Lucille Werner wel op de tiende plek mocht staan.

‘Ik ken Lucille. Ze is hartstikke aardig, ik heb gisteren nog koffie met haar gedronken. We komen allebei op voor de rechten van mensen met een beperking, alleen heb ik meer politieke ervaring dan zij. Jarenlang was ik raadslid in Hardenberg. In 2018 greep ik net naast de titel “Beste raadslid van Nederland”. En als minister van Gehandicaptenzaken kreeg ik ook binnen politiek Den Haag veel voor elkaar. Ik ben, kortom, echt een politiek dier. Dan vind ik het teleurstellend dat de partijtop, die mij eerder juist aanspoorde me kandidaat te stellen, liever voor iemand kiest met minder politieke ervaring.’ Brink besloot zijn energie niet meer in het CDA te steken en realiseerde zich dat er vele andere manieren zijn om op te blijven komen voor mensen met een beperking. Op 1 januari stopte hij als minister van Gehandicaptenzaken en werd hij directeur belangenbehartiging bij de Stichting Studeren & Werken op Maat, die jonge professionals met een beperking helpt met het vinden van hun weg op de arbeidsmarkt.

‘Tergend langzaam’

Al zijn hele leven zit Rick Brink in een rolstoel. Hij is geboren met de ‘brozebottenziekte’ osteogenesis imperfecta. Als tiener hoefde hij zich maar om te draaien in zijn bed of hij had alweer een botbreuk. Landelijke bekendheid kreeg Brink in 2019 toen hij in de gelijknamige liveshow van KRO-NCRV werd verkozen tot de eerste minister van Gehandicaptenzaken. Hij stopte als raadslid in Hardenberg en kwam op de loonlijst van de omroep te staan. Sindsdien reist hij door het hele land en praat hij met lokale overheden, ministeries en grote en kleine bedrijven om op te komen voor mensen met een beperking.

‘In Oslo staat op iedere hoek van de straat een wc die toegankelijk is voor mensen met een beperking’

En dat is hoognodig, zegt hij. Want hoewel Nederland in 2016 het VN-Gehandicaptenverdrag ratificeerde, waardoor de sociale en fysieke belemmeringen die de zo’n twee miljoen Nederlanders met een beperking dagelijks ervaren weggenomen zouden moeten worden, vinden de meeste mensen met een beperking dat hun situatie sindsdien alleen maar slechter is geworden.

‘Het gaat tergend langzaam’, legt Brink uit. ‘Mensen met een beperking hebben nog altijd slecht toegang tot infrastructuur, onderwijs en werk. De treinen zullen pas in 2023 of 2024 helemaal rolstoeltoegankelijk worden, om maar een voorbeeld te noemen. Dat leidt tot een vaak uitzichtloos bestaan.’ Volgens Brink zou Nederland van Scandinavische landen kunnen leren. ‘Daar is de openbare ruimte veel beter geregeld. Ik maakte eens een rondreis door Noorwegen. Geweldig. In Oslo staat op iedere hoek van de straat een wc die toegankelijk is voor mensen met een beperking. De straten zijn verder drempelvrij en er zijn nauwelijks stoepen. Hoe anders is dat in Amsterdam. Daar word je doodongelukkig met een rolstoel, rollator of scootmobiel. Overal zijn klinkertjes, oneffenheden, smalle stoepen. Ondoenlijk.’

Het is niet zo dat de Nederlandse overheid haar best niet doet, vindt Brink. ‘De Haagse ambtenaren die zich bezighouden met de implementatie van het verdrag werken keihard, maar de resultaten blijven uit.’ Wat beter moet? ‘Beleidsmakers zouden minder grote doelstellingen moeten hebben. Ze willen bijvoorbeeld in één keer 125 duizend arbeidsplaatsen realiseren. Dat aantal is nauwelijks behapbaar, en dus komt er maar weinig van terecht. Ik zou zeggen: begin nou eens met bijvoorbeeld vijftig of honderd arbeidsplaatsen. Als je die dan etaleert en laat zien dat het werkt, dan kun je dat makkelijker uitbreiden.’

Ook een economische vraag

Zelf wilde hij als minister van Gehandicaptenzaken duizend stageplaatsen realiseren voor studenten met een beperking. ‘Nee, dat zal niet meteen veel zoden aan de dijk zetten’, erkent hij. ‘Maar het is wel een begin.’ Brink benaderde gemeentes, VNO-NCW en bedrijven als Heineken en Unilever. Hij wist de betrokkenen te enthousiasmeren. ‘Die duizend plekken zijn gevonden’, zegt hij trots. ‘Het gaat er nu vooral om dat die stagiaires dan ook zicht krijgen op een duurzame baan. Dat is waar ik nu onder andere voor ga in mijn nieuwe functie bij de Stichting Studeren & Werken op Maat.’

Hij denkt weleens: konden wij maar net als de boeren massaal met trekkers het land op zijn kop zetten

Bevlogen: ‘Geef hun toch gewoon eens de kans. Als ze eenmaal aan het werk zijn dan kunnen mensen met een beperking aantonen dat het helemaal niet zo ingewikkeld is om een arbeidsplek voor hen te regelen en dat dat voordelen kan opleveren. Dat hoeven maar kleine aanpassingen te zijn. Duidelijke bewegwijzering voor mensen met een licht verstandelijke beperking bijvoorbeeld. En je kunt met slimme apps een kantoor toegankelijker maken voor mensen met een visuele beperking. Nederland zou het beeld eens los moeten laten dat wij alleen maar zielig zouden zijn. Met een baan kunnen al die mensen uit een uitkering stromen. Wat denk je wat dat zal doen met de staatskas?’ Glimlachend: ‘Ik zei laatst nog tegen Mona Keizer dat toegankelijkheid voor mensen met een beperking niet alleen een zorgvraag is, maar ook een economische vraag. In vele opzichten. Als ik bijvoorbeeld een restaurant niet binnenkom, dan kom ik niet. Maar dan zullen mijn familie en vrienden ook niet meer komen. Dat zal veel omzet schelen.’

Zijn enthousiasme is typerend voor Brink. ‘Ik ben geen boze activist’, zegt hij resoluut. Natuurlijk denkt ook hij weleens: konden wij maar net als de boeren massaal met trekkers het hele land op zijn kop zetten. Toch zal je hem niet snel op het Malieveld zien demonstreren. ‘Uiteindelijk bereik je met een goed gesprek veel meer’, zegt hij.

Maar dan moet je wel worden uitgenodigd voor zo’n gesprek. En daar schort het nog weleens aan, concludeerde het College voor de Rechten van de Mens begin december in een lijvig rapport. Het VN-Gehandicaptenverdrag verplicht staten om mensen met een beperking direct te betrekken bij beleidsbeslissingen die hen aangaan. En daarin schiet de Nederlandse overheid (zowel landelijk als lokaal) nogal tekort, zegt het College.

‘Uiteindelijk werd er steeds wel wat aangepast, maar we moesten wel eerst onze vinger opsteken’

‘Overheden schatten onze ervaringsdeskundigheid totaal niet op waarde’, erkent Brink. ‘Voor de vorm vragen ze ons slechts nu en dan om even aan te schuiven, en vaak doen ze dat dan nog veel te laat of helemaal niet.’ Als voorbeeld noemt hij de harmonisatie van de Wajong – de uitkering voor mensen die niet kunnen werken door hun ziekte of beperking – in het najaar van 2019. ‘Het ministerie van Sociale Zaken ontkende dat mensen er financieel op achteruit zouden gaan. Toen lieten wij de situatie van een willekeurige man met een spierziekte doorrekenen. Wat bleek? Hij zou maandelijks honderd tot tweehonderd euro netto moeten inleveren. Dat is een hoop geld, dus maakten we een filmpje dat viral ging. Prompt kreeg ik een telefoontje van VVD-staatssecretaris Van Ark. “Volgens mij snappen we elkaar niet”, zei ze. Ik zei: “Nou volgens mij zijn we het niet met elkaar eens.”’

Kort erop volgde een gesprek op haar ministerie, waarbij ook Wajongers aanschoven die erop achteruit zouden gaan. ‘Let wel’, benadrukt Brink, ‘die wet was toen al door de Tweede Kamer geloodst, alleen de Senaat kon die nog tegenhouden.’ Aan tafel zei de staatssecretaris de wet niet te zullen aanpassen. ‘Toen zijn we Eerste Kamerleden gaan bestoken. Gelukkig kwamen zij met een motie die stelde dat geen enkele Wajonger er door de wet op achteruit mocht gaan.’ Van Ark is inmiddels opgevolgd door VVD’er Bas van ’t Wout. ‘Hij lijkt zich in de beperkte tijd die hij heeft inderdaad aan de motie te willen houden’, zegt Brink. ‘Hij zoekt in elk geval goed de binding met de doelgroep. Ik hoor ook geen signalen van mensen in de Wajong die er toch op achteruit gaan.’

Vaak hebben mensen nauwelijks door dat bepaald beleid ook mensen met een beperking treft, zegt Brink. Hij vertelt hoe toenmalig NS-topman Rogier van Boxtel afgelopen voorjaar, toen Nederland na de eerste coronagolf weer een beetje openging, op tv uitlegde dat treinreizigers op stickers konden zien op welke stoelen ze mogen zitten. ‘Hoe doe je dat als je blind bent? vroeg ik hem in een direct message op Twitter. Niet lang erna had ik een afspraak met hem en zaten we met wat mensen om de tafel om te kijken hoe ook die mensen veilig met de trein konden reizen.’ En zo zocht Brink in coronatijd ook contact met supermarktketens, de horecabranche, en andere openbare gelegenheden over hun rolstoeltoegankelijkheid. ‘Uiteindelijk werd er steeds wel wat aangepast, maar we moesten wel eerst onze vinger opsteken’, zegt hij.

© Bart Maat/ANP
‘Minister’ van Gehandicaptenzaken Rick Brink met minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (CDA) op het Binnenhof in juni 2019.

En hij kan ook niet steeds namens alle mensen met een beperking praten, benadrukt Brink. ‘In Nederland zijn dat zo’n twee miljoen mensen. Dan heb ik het over mensen die slecht horen, slechtziend zijn, verstandelijk beperkt, een psychische stoornis hebben, noem maar op. Zoals iemand die kan lopen zich nauwelijks kan voorstellen hoe het is om in een rolstoel voort te bewegen, zo is het voor mij lastig om in te schatten hoe het is om bijvoorbeeld blind te zijn of een verstandelijke beperking te hebben.’

Het is daarom volgens Brink belangrijk dat veel meer mensen met een beperking politieke functies gaan bekleden. ‘Alleen af en toe even meedenken, heeft weinig effect.’ Het is geen onwil, zegt hij. ‘Maar gebrek aan bewustzijn.’

En dat was een van de redenen waarom Brink aanvankelijk namens het CDA de Tweede Kamer in wilde. Tevreden stelt hij nu vast dat ook andere partijen enkele mensen met een beperking op hun kieslijsten hebben gezet. Hij noemt April Ranshuijsen die nummer elf staat op de GroenLinks-lijst. ‘Zij is echt een politiek dier en zal in Den Haag echt verschil gaan maken.’ En Jeanette Chedda, die dezelfde botziekte heeft als Brink, staat op plaats vier van BIJ1. ‘Hoewel dat zeker niet mijn partij is, ik ben het lang niet eens met alle opvattingen, heeft BIJ1 wel heel goede standpunten over diversiteit en inclusie. Bovendien heeft de partij alle programmahoofdstukken ook laten inspreken. Ik heb gehoord dat veel blinde en slechtziende mensen daar geëmotioneerd door zijn geraakt. Dat is toch wel echt heel gaaf.’

Ook is Brink enthousiast over het VVD-programma. ‘Kijk, van GroenLinks en BIJ1 valt te verwachten dat die met inclusieve standpunten komen, maar ik ben blij verrast dat ze bij de VVD ook door beginnen te krijgen wat het allemaal kan opleveren als je mensen met een beperking mee laat doen in de samenleving. Kinderen met een beperking betrokken laten worden bij sport en spel. Wat dat betreft hebben zij een beter programma dan het CDA.’

Activistischer

Zelf zal Brink dus van buiten Den Haag op blijven komen voor mensen met een beperking. Hoewel zijn ministerie bij de KRO-NCRV is opgeheven (hij had een heel team voor zich werken), blijft hij bij de omroep betrokken als adviseur inclusie. ‘Ik heb een database samengesteld met cv’s van mensen met een beperking. De komende tijd zal ik redacties en programmamakers benaderen en ervoor lobbyen dat zij die mensen met een beperking vaker in beeld laten
komen. Niet om over hun beperking te praten, maar over hun expertise.’ Ook zegt hij misschien wel wat activistischer te zullen worden. ‘Wellicht dat ik namens de Stichting Studeren & Werken op Maat nog weleens naar het Malieveld zal gaan voor een demonstratie’, zegt hij glimlachend. ‘Bijvoorbeeld als de nieuwe regering weer niets of bijna niets zal doen voor mensen met een beperking. Dan wordt het misschien tijd dat we harder en agressiever op de trom gaan slaan.’ Na even nadenken: ‘Maar wel altijd op een constructieve manier. Want met alleen schreeuwen bereik je echt niets. Je ziet ook dat de boeren hun opgebouwde sympathie razendsnel weer aan het verspelen zijn. Je moet natuurlijk wel weten hoe je het spel spelen moet.’