Arnon Grunberg
© Jitske Schols

Het verleden zit ingewikkelder in elkaar dan de les die eruit kan worden getrokken

Het verleden zit ingewikkelder in elkaar dan de les die eruit kan worden getrokken

De geschiedenis eindigt als metafoor, parabel, morele les. Voor zover ze niet wordt vergeten. 

In het groot en in het klein. 

Jaren geleden zei een taxichauffeur tegen me: ‘Mijn kinderen heb ik verwaarloosd, maar mijn kleinkinderen krijgen alle aandacht die ze verdienen. Ik heb mijn les geleerd.’ Hij keek er vrolijk bij. 

Het verleden zit ingewikkelder in elkaar dan de les die eruit kan worden getrokken. En het verleden heeft geen bedoelingen, dat geldt ook voor heden en toekomst. Al zullen mensen die geloven in een Opperwezen of aanhangers van de filosoof Hegel, die de geschiedenis niet als chaos zag, daar anders over denken. Hooguit duiden pogingen de toekomst vorm te geven ook op de behoefte aan een rechtvaardigere wereld. 

Dus wordt onze wereld beter? Ik neem een tussenpositie in. Dat de mens moreel gezien erop vooruitgaat lijkt mij onbewijsbaar, maar het beschavingsproces – waar ik zelf vaak honend over heb gedaan – heeft voorwaarden geschapen waardoor mensen aan minder fatale verleidingen blootstaan. Wij hebben allicht geleerd onze agressie, onze seksuele noden, beter te sublimeren. Ons domesticatieproces is succesvol verlopen. De heimwee naar de jungle is begrijpelijk, maar moet vooral een theoretische aangelegenheid blijven. 

Het is de taak van historici, wat mij betreft ook van schrijvers, om mythologisering van heden en verleden tegen te gaan. Het blijven onderzoeken hoe het echt geweest is, betekent inzoomen op details. Natuurlijk is uitzoomen onvermijdelijk, maar voor werkelijk begrip is inzoomen noodzakelijk. Dan kunnen we ons afvragen: waarin verschillen onze omstandigheden van die van twintig, vijftig, tachtig, honderd of driehonderd jaar geleden? 

Grote delen van de bevolking willen niet meer weten hoe iets was of is

De pandemie heeft in grote delen van de wereld, ook in Nederland, mensen ertoe verleid de Tweede Wereldoorlog opnieuw als metafoor te gebruiken. Als vrijwel alle verleidingen is ook die te verklaren, de oorlog blijft emoties oproepen en emoties wíl men oproepen, maar de opvatting dat hier een grens wordt overschreden lijkt me terecht. Een historische grens. 

Men kan het covid-beleid van Merkel bekritiseren zonder te beweren dat we in een Merkel-dictatuur leven. Men kan kritiek hebben op pakweg een avondklok zonder Jodensterren tevoorschijn te halen. 

De gigantische subtiele en minder subtiele kwaadaardigheid van het naziregime is, ondanks bibliotheken die over het Derde Rijk zijn volgeschreven, grotendeels aan het zicht onttrokken. Ook omdat die boeken slechts door een betrekkelijk kleine minderheid worden gelezen. 

De retoriek van de hyperbool die de politiek heeft veroverd, van Trump tot Baudet, van Denk tot de PVV, heeft consequenties, beïnvloedt een samenleving, een maatschappelijk debat.  

Grote delen van de bevolking willen niet meer weten hoe iets was of is, ze willen in een voortdurende staat van opwinding verkeren. 

De roes van de continue hyperbool, waardoor men prudentie en diplomatie als verachtelijk is gaan zien, is een vijand van de redelijkheid, van waarheidsvinding, en daarmee ook van werkelijke empathie.