Deze Oeigoerse overleefde een Chinees kamp: ‘Op de zwartste momenten geloofde ik zelf dat ik een terrorist was’

De Oeigoerse Gulbahar Haitiwaji was naar  Frankrijk gevlucht met haar gezin, toch wist de Chinese overheid haar te pakken te krijgen. Tweeënhalf jaar zat ze vast in een Chinees ‘heropvoedingskamp’. Na haar vrijlating schreef ze onder haar echte naam een boek over het kamp, ondanks de gevaren voor haar familie in China. ‘Ik doe dit voor ons hele volk.’ 

Portretfoto Gulbahar Haitiwaji
© Laura Stevens

Of Gulbahar Haitiwaji naar haar geboorteprovincie Xinjiang in China wil komen, om nog wat papieren te tekenen bij haar voormalige werkgever, een oliemaatschappij. Het is 2016, en het telefoontje naar Frankrijk, waar Haitiwaji op dat moment al tien jaar woont met haar man en twee dochters, bezorgt de Oeigoerse een licht onbehagelijk gevoel. ‘Welke administratieve kleinigheid was er nu zo belangrijk dat ik er persoonlijk voor terug moest komen?’, schrijft ze.

Pas als Haitiwaji een paar weken later in haar voormalige woonplaats Karamay aankomt, sluipt ook de angst binnen. De op dat moment 51-jarige Haitiwaji wordt meegenomen naar het politiebureau en urenlang ondervraagd. Op tafel verschijnt een foto van iemand die ze maar al te goed kent. ‘Is dit uw dochter Gulhumar?’, vraagt de politieagent. Vanaf een plein in Frankrijk lacht die de camera in, haar handen omklemmen de lichtblauwe vlag van de Oeigoeren, een moslimminderheid in China. ‘Uw dochter is terrorist, en u bent dat ook!’ 

Wat er dan gebeurt valt te lezen in het boek How I survived a Chinese ‘Reeducation’ Camp, A Uyghur Woman’s Story, dat Gulbahar Haitiwaji in 2021 samen met journalist Rozenn Morgat schreef. Het is een aangrijpend relaas over staatsrepressie, bij vlagen zo absurd en manipulatief dat fictie er niet mee weg zou komen. 

Wordt Vervolgd spreekt de in Boulogne wonende Haitiwaji over de tweeënhalf jaar die ze in Chinese ‘heropvoedingskampen’ doorbracht. Gulhumar, de 30-jarige dochter, zit ook bij het gesprek en vertaalt het Oeigoers van haar moeder naar Engels. 

Na uw arrestatie werd u een halfjaar lang in de gevangenis gezet, valselijk beschuldigd van terrorisme en veroordeeld tot zeven jaar ‘heropvoeding’. Wat waren uw gedachten in die eerste periode?  

‘De eerste dagen kreeg ik geen hap door mijn keel. Elke avond ging ik naar bed met de gedachte dat er een foutje was gemaakt, dat ze de verkeerde hadden opgepakt en ik de volgende dag naar huis kon, naar Frankrijk. Of dat ik tenminste mijn familie zou mogen opbellen. Maar dan werd ik weer uit mijn cel gehaald, aan een metalen stoel vastgemaakt en begonnen de verhoren opnieuw. Waarom vertrok u uit China? Is uw dochter terrorist? Ik viel kilo’s af, door het slechte eten maar ook door de totale shock.’ 

Gulbahar Haitiwaji heeft vriendelijke ogen en spreekt met rechte rug en handgebaren. Ze glimlacht wanneer ze vertelt over het leven van haar dochters en haarzelf in Frankrijk. ‘Frankrijk gaf ons een nieuw leven’, zegt ze. Al begin 2000 besluit Karim, Haitiwaji’s man, dat het leven in Xinjiang door de steeds sterkere anti-Oeigoerse sfeer en discriminatie niet langer uit te houden was. Hij vraagt asiel in Frankrijk aan en in 2006 voegt het gezin zich bij hem. Frankrijk wordt de plek waar Haitiwaji werk vindt in een bakkerij, buren leert kennen, naar yoga gaat en waar haar dochters een eigen gezin stichten. 

Als Haitiwaji vervolgens vertelt over de verschrikkingen in het heropvoedingskamp, verdwijnt haar lach, maar verliest ze haar zelfbeheersing niet. Geen tranen laten zien, dat is de overlevingsstrategie. Ook tijdens de tweeënhalf jaar durende lange dagen en nachten die ze vastzat, meestal zonder dat haar familie wist waar ze was.  

Het feit dat Haitiwaji China voor Frankrijk had verruild en haar dochter op een bijeenkomst van de Oeigoerse diaspora was geweest, bleek daar genoeg aanleiding voor. ‘In het kamp kwelden ze mijn lichaam en brachten mijn geest op de rand van waanzin.’ 

In een heropvoedingskamp sijpelt gevoel voor tijd en plaats weg, aldus Haitiwaji. Het leven speelt zich af tussen kamer en klaslokaal, op het ritme van grote tl-buizen die worden aan- en uitgeknipt. In de kamer die verschillende vrouwen delen, tussen betonnen muren met metalen rolluiken voor de ramen en camera’s in elke hoek, doen houten planken dienst als bed. Er is een emmer om ’s nachts behoeften op te doen. Geen matras, lakens of wc-papier. Elke dag zijn er elf uur lang ‘educatielessen’ waarin Haitiwaji wordt ingeprent ‘een goede Chinees’ te zijn. Liederen en partijteksten moeten uit het hoofd geleerd, schuld hardop worden bekend. Totdat er geen ruimte meer is om ook nog maar één andere gedachte te hebben.  

‘Het was uitputtend. We wisten niet of, hoe en wanneer het zou eindigen. De continue stroom van Chinese propaganda maakt je murw. Er waren momenten waarop ik begon te geloven dat mijn leven in Frankrijk, mijn man en dochters en ons appartement verzinsels waren. Het werd allemaal zo vaag. Misschien heb ik ook wel iets verkeerd gedaan, dacht ik, dat kan toch niet anders?’ 

Begon u te geloven dat u en uw familie terroristen waren? 

‘Op de zwartste momenten wel. Maar daar heb ik me mentaal aan ontworsteld. Er kwam een punt waarop ik besefte dat ik mijn situatie onder ogen moest komen; ik schakelde naar een soort survivalmodus, gaf me over aan de dagelijkse routines en probeerde me ’s nachts op te laden door herinneringen aan thuis. Ik moest en zou overleven. En ergens heb ik diep vanbinnen altijd geweten dat ik onschuldig was.’ 

Hoe heeft u het die jaren volgehouden? 

‘Allereerst door mijn geloof. Ook al mochten we niet bidden, glimlachen of praten – de camera’s hielden ons dag en nacht in de gaten – ik vond een manier om zonder mijn lippen zichtbaar te bewegen toch bij god te zijn. En ik ben in beweging gebleven, blijven yogaën. Ook toen ze me, zonder opgaaf van reden, twintig dagen aan mijn bed hadden vastgeklonken, zorgde ik voor lichamelijke inspanning.’  

‘Er kwam een punt waarop ik overschakelde naar een survivalmodus en me overgaf aan de dagelijkse routines. ’s Nachts laadde ik me op door herinneringen aan thuis’

In de kampen is ook sprake van fysieke onderdrukking, naast mentale. Niet alleen bent u vastgeketend in de gevangenis, u beschrijft de klappen tijdens verhoren en een verplichte griepvaccinatie waarvan u denkt dat het om gedwongen sterilisatie gaat. Is dat wat er is gebeurd? 

‘Bewijzen kan ik het niet. Maar ik weet dat we onder protest geprikt zijn en dat in de periode daarna bij meerdere vrouwen hun menstruatie uitbleef. Jonge vrouwen nog, die ooit hun eigen gezin wilden stichten en zich verschrikkelijk zorgen maakten.   

Terug in Frankrijk ben ik wel bevestigd in mijn vermoeden; uit de Xinjiang Papers (onthulling van Chinese staatspapieren waarin de detentie van Oeigoerse moslims wordt bevestigd, red.) blijkt dat er inderdaad onvruchtbaarheidscampagnes plaatsvinden.’ 

Mede dankzij de inspanningen van uw dochter kwam u vrij. Zij bracht de zaak onder de aandacht bij Franse media en politici. Die opgebouwde politieke druk bereikt het toppunt in een bevreemdende scène in het boek, waarin u, ‘op dat moment niet meer dan een omhulsel met botten en wallen’, wordt opgedoft om voor de camera een schuldbekentenis af te leggen. En dan, na een aantal weken huisarrest, mag u ineens naar Frankrijk. Waarschijnlijk hebben de meeste Oeigoeren in Xinjiang dat ‘geluk’ niet?  

‘Nee, en dat maakt mijn vrijlating ook zo bitterzoet. Al sinds wij het land in 2006 hebben verlaten, onderdrukt China ons volk. Ik herinner me de eindeloze checkpoints die overal stonden, alleen bedoeld voor ons. Discriminatie was wijdverbreid. Jonge afgestudeerden konden geen banen vinden, “niet voor Oeigoeren”, stond er in vacatures. Promoties gingen altijd naar anderen. Dat is waarom we weg zijn gegaan. 

Nu zie je dat de onderdrukking systematischer is geworden. Er is een verbod op onze taal en ons schrift. Overal hangen camera’s, DNA van Oeigoeren wordt verzameld. Ondertussen vinden er gedwongen abortussen en sterilisaties plaats en organiseert China huwelijken tussen Oeigoeren en Han-Chinezen. Wie gemengd trouwt, krijgt een gratis woning. Zo laten ze de Oeigoeren langzaam verdwijnen. Dat is culturele genocide! Mijn manier om toch iets te doen voor alle mensen die lijden, die in de kampen zitten, is het schrijven van dit boek.’ 

Foto Gulbahar Haitiwaji
© Laura Stevens
In Frankijk voelt Gulbahar Haitiwaji zich veilig: ‘Van onbekenden op sociale media tot de buren: iedereen komt met steunbetuigingen.’

Internationaal is er de laatste twee jaar geregeld aandacht voor de Oeigoerse zaak. De Verenigde Naties hebben zich uitgesproken en een aantal westerse parlementen, waaronder dat van Nederland, heeft de repressie tegen de Oeigoeren als genocide bestempeld. Gebeurt er genoeg?  

‘Niet eerder heb ik zoveel aandacht voor ons volk gezien. Het feit dat landen het genocidale karakter erkennen van wat er met de Oeigoeren gebeurt, is een grote stap. Net zoals dat de Verenigde Staten producten boycotten die door Oeigoerse dwangarbeiders zijn gemaakt. Over de hele wereld zijn er onderzoekers, journalisten en andere kampoverlevers die zich inzetten. Als mijn boek hier iets aan kan bijdragen, ben ik tevreden.’ 

Daarbij is het uitbrengen van dit boek niet zonder risico’s. 

‘Vlak na terugkomst gaf ik uit veiligheidsoverwegingen alleen anonieme interviews. Toch wilde ik graag meer doen; iets creëren waarmee ik mijn ervaring inzette voor echte verandering voor de Oeigoeren. Samen met mijn dochter en met journalist Rozenn Morgat besloot ik tot een boek. En ja, daarmee riskeer ik de veiligheid van mijn familie en vrienden die in China wonen. Maar dit is nu de enige manier om de kampen gesloten te krijgen.’ 

Wat denkt u dat er kan gebeuren?  

Bij deze vraag kijken moeder en dochter elkaar even aan. Dochter Gulhumar antwoordt: ‘Sinds het boek uit is hebben we geen enkel contact meer met onze familie. Mama mist ze heel erg. Eerder belden we elkaar nog, ook al konden we niet vrijelijk spreken. Nu nemen ze de telefoon niet op en op sociale media hebben ze ons geblokkeerd.’ 

‘Toch voel ik geen spijt’, vult Gulbahar aan. ‘Hoe moeilijk het soms ook is.’ 

En wat betreft uzelf, voelt u zich veilig? Uit recent onderzoek van Amnesty blijkt dat China op zeer indringende wijze ook Oeigoeren in het buitenland intimideert en bespioneert.  

‘Wij voelen ons goed en veilig hier in Frankrijk. Ik ben blij verrast met alle positieve aandacht die het boek tot nu toe heeft gekregen. Van onbekenden op sociale media tot onze buren: iedereen komt met steunbetuigingen en inmiddels krijgt het boek al dertien vertalingen. Het boek heeft me erg geholpen bij het verwerken van alle gebeurtenissen, al ben ik nog wel vaak erg moe. ’s Nachts heb ik nog nachtmerries. Dan ben ik terug in het kamp en roep ik: ‘‘Wat doe ik hier!’’’