Dagmar Oudshoorn
© Jitske Schols

Een gesprek met China

Een gesprek met China

De Chinese ambassadeur Tan Jian zei tegen de NOS graag gesprekken te voeren met mensen uit ‘alle geledingen van de Nederlandse samenleving’ en open te staan voor een constructieve dialoog over de situatie van de Oeigoeren, gebaseerd op cijfers en feiten. De ambassadeur heeft echter een ander idee van de ‘feiten’ dan wat wij met onderzoek aantoonden: hij blijft ontkennen dat etnische minderheden als de Oeigoeren in China worden opgesloten in kampen waar ze worden gemarteld en gehersenspoeld. 

Na herhaalde mislukte pogingen om een afspraak te maken, besloten we begin juni op eigen initiatief bij hem langs te gaan. We kondigden onze komst netjes aan per brief. ‘We’ waren ik en een groepje Amnesty-collega’s, Tim Hofman van BNNVara, een aantal in Nederland wonende Oeigoeren en wat schoolkinderen. Maar liefst 101.903 handtekeningen vanuit ‘alle geledingen van de Nederlandse samenleving’ onder een petitie die de ambassadeur opriep met ons in gesprek te gaan, hadden we bij ons. En 28.680 ingezonden vragen als ‘Hoe kan het dat Oeigoerse ouders worden gescheiden van hun kinderen?’, ‘Waar is mijn vader?’ en ‘Zijn mensen minder waard door hun geloof?’ 

De ambassadeur had blijkbaar niet zo’n zin in ons 

Toen we bij de ambassade arriveerden, leek het wel of er speciaal voor ons extra bewakers waren ingehuurd. Hun functie: ons tegenhouden en wijzen op de brievenbus waar we al die petities in mochten proberen te stoppen. De ambassadeur had blijkbaar toch niet zo’n zin in een gesprek. Dat was teleurstellend, maar maakte wel in één klap duidelijk dat zijn mooie woorden over een goede dialoog niets waard zijn. 

Het was goed daar te zijn en te laten horen dat we niet vergeten dat in China misdrijven tegen de menselijkheid worden begaan. Het was ook goed Oeigoerse activisten te ontmoeten. Vooral de gepassioneerde jonge activist Alerk Ablikim maakte indruk. Zijn vader is opgesloten in een van de kampen. Wat had ik graag gehoord wat de ambassadeur op verhalen als het zijne zou zeggen. Helaas, geen gesprek. Maar onze stem zal er niet stiller op worden: wij gaan door met actievoeren.