Arnon Grunberg
© Jitske Schols

Pinocchio

Pinocchio

In oktober reed ik in een Uber van Almere naar Amsterdam. De chauffeur was spraakzaam en sprak met humor over de diverse beroepen die ze had uitgeoefend. Toen ze het op een gegeven moment over Pinocchio had die regelmatig op televisie verscheen, duurde het even voor het tot me doordrong dat ze over Mark Rutte sprak.

Het is een waarheid als een koe dat politici, net als veel andere mensen, soms jokken. Of politici vaker dan mensen in andere beroepsgroepen liegen, is moeilijk na te gaan, en welke onwaarheden met de mantel der liefde moeten worden bedekt en welke niet, is niet het onderwerp van deze column. Vrijwel elke menselijke relatie bestaat bij de gratie van vertrouwen, of dat nu gaat om de relatie tussen de arts en zijn patiënt, de vader en zijn dochter of de minister en de burger.

Dat een aanzienlijk deel van de bevolking in naar ik vermoed de meeste landen zijn bestuurders matig of helemaal niet vertrouwt, mag duidelijk zijn. Soms terecht. Er zijn politici die zich overduidelijk weinig aantrekken van verifieerbare feiten (Trump was zo iemand) en die voor een deel gesteund worden door kiezers die van mening zijn dat het establishment bestaat uit liegende en stelende lieden. De ‘officiële waarheid’ is volgens hen een leugen.

In een artikel in de London Review of Books schrijft James Meek dat ongeveer de helft van de Engelsen de officiële verklaring voor de pandemie niet gelooft, tussen een vijfde en een kwart van de Engelsen is bereid Joden, moslims of Bill Gates de schuld te geven.

Kritisch denken begint met scepsis, maar waar de scepsis totaal wordt, ontaardt de wereld

In datzelfde artikel staat dat ongeveer de helft van de bevolking in Amerika, Duitsland en Engeland meent dat ‘kwaadaardige, geheime organisaties’ de gebeurtenissen dirigeren. Deze cijfers zullen in andere Europese landen niet wezenlijk anders zijn.

We kunnen deze gemoedstoestand paranoïde noemen, maar dat etiket verklaart weinig. Integendeel: de andere helft van de mensen diagnosticeren met een aandoening is niet behulpzaam.

Kritisch denken begint met scepsis, maar waar de scepsis totaal wordt, ontaardt de wereld. Niets is wat het lijkt. Overal heerst verraad, maar sommigen zien
de waarheid en daar brengt de samenzweringstheorie aanhangers veel troost, een functie die van oudsher door religie werd vervuld.

De gelovigen zien de waarheid dan wel het licht, en zij die in de duisternis leven zullen daar op een dag een hoge prijs voor betalen.

Hoe moet je leven in een wereld waar leiders en andere autoriteiten al te feilbaar zijn en soms zelfs geen goede bedoelingen lijken te hebben?

Meek schrijft dat kennis twijfel vereist. Twijfel is een methode die als alle methodes enige vaardigheid vereist.

Een kenmerk van de gelovige is dat hij niet twijfelt aan zijn eigen waarheden. De samenzweringstheorie is geen werkelijk product van twijfel, slechts een makkelijke omkering van conventionele opvattingen en waarheden.