Skypen met de Stainless Steel Rat in China

Skypen met de Stainless Steel Rat in China

Op verzoek van schrijversorganisatie PEN zocht Renate Dorrestein contact met Liu Di‚ een Chinese schrijfster die in 2002 een jaar gevangenzat wegens satirische blogs over de Communistische Partij en ook daarna vaak is opgepakt. De communicatie tussen de twee verloopt haperend‚ blijkt uit Dorresteins longread ‘Penvriendin in China’.

Over ruim een week heb ik een Skypeafspraak met Liu en een tolk. Ik breek me het hoofd over vragen die kunstig alle mijnenvelden omzeilen en toch informatie opleveren.
Een paar dagen geleden is mijn nieuwe roman Weerwater verschenen‚ die nu in stapels in de winkels ligt. Bij de aanblik ervan bedenk ik dat Liu haar eigen werk nog nooit in een etalage heeft zien liggen‚ en dat dit in haar land ook nooit zal gebeuren. Wie zou haar science fiction-verhalen uitgeven? In China bestaan alleen staatsuitgeverijen‚ die uitsluitend boeken publiceren die de Partij welgevallig zijn. De enige gepubliceerde schrijvers zijn leden van de Chinese Writers’ Association. Zogeheten independent auteurs kunnen slechts hopen dat hun werk in het buitenland zal worden uitgebracht. De Chinese bevolking krijgt hun boeken nooit te lezen.

Met een schok besef ik hoe ondraaglijk ik die situatie zou vinden. En meteen besef ik nog iets. In de afgelopen zes maanden van haperend contact heb ik Liu welgeteld een keer gevraagd waaraan ze werkt. Ze is nota bene een jonge collega van me! Alleen heb ik haar nooit in die hoedanigheid bejegend‚ tuk als ik was op haar ervaringen als activiste. Ik moet gewoon beginnen met naar haar werk te informeren.

En jawel‚ die zondagochtend vertelt Liu‚ terwijl tolk Sofie haar vingers blauw tikt om uit en naar het Chinees te vertalen‚ geanimeerd dat ze is begonnen aan een roman. Ze geniet van fictie omdat je daarin de werkelijkheid naar je hand kunt zetten.

Een reguliere uitgever ervoor vinden zal haar inderdaad niet lukken‚ maar een e-book is geen probleem: de censuur daarvoor is minder streng‚ wegens de grote aantallen kan ze het allemaal niet bijbenen. Liu’s roman gaat over het leven van Chinese dissidenten. Het is ontleend aan de realiteit dus‚ maar haar aanpak is nieuw. De toon van de meeste boeken hierover is somber en triest. Zij wil er juist met humor over schrijven‚ daar heeft ze nu eenmaal talent voor. Ze houdt van grappen. Toen ze vorig jaar door de politie werd opgepakt‚ zei ze op het bureau: ‘Raad eens waarom ik nu weer ben gearresteerd? Omdat ik een bank heb overvallen.’ Volgens haar vinden de lezers dat soort dingen leuk.

Dissidenten hebben een stijf imago‚ en op deze manier kan ze mooi ook een ander beeld van de groep creeren. ‘Dissidenten “nieuwe stijl”‚ met schwung en humor dus?’ vraag ik verrast. Ja‚ haar generatie ziet de dingen anders. Niet van dat stoffige.

En wordt dat ook gewaardeerd door ouderen? ‘Niet iedereen is hetzelfde’‚ antwoordt ze diplomatiek.

‘Zeg eens waarom je wilde meedoen aan dit project?’ Omdat ze het belangrijk vindt dat Nederlanders zich bekommeren om Chinese dissidenten. Na een pauze voegt ze er pragmatisch aan toe dat onze penvriendschap haar ook handig leek om haar Engels te oefenen. En weet ze ook waarom PEN haar hiervoor heeft uitverkozen? ‘Er was geen andere geschikte kandidaat.’ beter kunnen vragen wat de mensen willen weten’‚ rapporteert Sofie ten slotte. Oké‚ dan vraag ik namens het Nederlandse volk hoe het is om altijd in de gaten gehouden te worden en geen controle over je eigen leven te hebben. Liu antwoordt dat ze veel contact met de politie heeft‚ ze kennen elkaar ondertussen‚ de relatie wordt steeds meer ontspannen. Toen zij onlangs naar Pinggu was gedeporteerd‚ om haar weg te houden van de journalisten die een APEC-conferentie kwamen verslaan‚ had ze bijvoorbeeld extra voorbereidingstijd nodig en die kreeg ze. Ze is ook wel eens erg boos geweest‚ als ze niet naar buiten mocht of zo‚ en er zijn ook fysieke conflicten geweest. Met elkaar vechten. Dat is een paar keer gebeurd. Heel erg. ‘Dat is toch een schending van je burgerrechten‚ Liu?’ vraag ik onmachtig. Inderdaad‚ het gaat te ver en het is niet volgens de wet. ‘Hoe houd je dat vol?’ Sofie en Liu gaan weer in conclaaf. Sofie meldt: ‘Ze heeft geen keuze. Hou hier nu maar over op‚ ze wil er niet verder over vertellen.’

‘Dat is toch een schending van je burgerrechten‚ Liu?’ vraag ik‚ onmachtig. ‘Hoe houd je dat vol?’

Ik schakel over naar haar eerste arrestatie‚ in 2002. Liu vertelt dat ze niet had verwacht dat ze als Stainless Steel Rat‚ haar alias‚ gevaar liep. Ze was bang en ook erg kwaad toen ze werd opgepakt. Ze werd als zondebok gebruikt. Er werd beweerd dat ze een bom had en een partij wilde oprichten. Allemaal leugens. Ze begreep niet waarom de overheid haar dit aandeed. Ze werd met gewone misdadigers opgesloten‚ vier tot zes per cel van 7 a 8 vierkante meter. Ze was geisoleerd van de buitenwereld en wist niets van de wereldwijde protesten uit haar naam‚ totdat haar advocaat dit vertelde. ‘Toen voelde ik me veel beter.’ Ik denk: ze was toen net twintig. Ik zeg: ‘Toen je vrijkwam‚ zullen je ouders er wel op Ik aarzel of ik moet doorvragen. Waarom maak ik er zo’n punt van om te horen of ze niet door iemand wordt gepusht? Is dat misschien een goedmakertje voor mijn eigen geblunder en onwetendheid? Ik besluit te vragen wat zij Nederland zou willen vertellen.

Op mijn scherm zie ik dat Sofie en zij met elkaar in discussie gaan. ‘Ze zegt dat wij hebben aangedrongen dat je voortaan voorzichtiger zou zijn.’ Nee hoor‚ nee‚ nou ja‚ misschien hebben ze dat een keer gezegd. ‘Wat heeft je gemotiveerd om door te gaan?’ Omdat ze iets zinvols wilde doen.

De woorden tuimelen nu over mijn scherm. In het afgelopen decennium werd er in Beijing jaarlijks gemiddeld een dissident opgepakt. Maar sedert vorig jaar zijn dat er veel meer geworden. De risico’s worden groter en de situatie wordt‚ ook door onenigheid binnen de Partij‚ steeds chaotischer. Het is haar droom China te helpen veranderen in een land waar burgerrechten en persvrijheid gewaarborgd zijn. En bovendien houdt ze niet zo van een doorsnee leven. ‘Denken veel mensen net zo over de situatie als jij? Onderschrijft men de standpunten van de dissidenten? Is er steun voor?’ Liu antwoordt rijkelijk vaag: ‘Men maakt zich zorgen over verschillende problemen. De aandacht is verdeeld. En wie de vrijheid van meningsuiting niet belangrijk vindt‚ zegt er ook niks over.’ Ik geloof niet dat ik door moet boren naar het al dan niet bestaan van maatschappelijk draagvlak.

Er valt me iets anders in. ‘Zeg‚ maar wat zei je nou net over een gewoon leven?’ ‘Dat je een baan hebt en elke dag naar je werk moet’‚ verduidelijkt ze. Zo’n saai leventje lijkt haar helemaal niks. Zij wil een spannender bestaan. Even ben ik overrompeld door deze wending. Dan herinner ik me wat ze me maanden geleden al eens schreef: dat ze eigenlijk verlegen is‚ en dat het een ontdekking was dat ze op internet scherpzinnig en geestig werd gevonden. Ze heeft nooit verhuld dat haar activiteiten haar niet alleen een dissidente status met persoonlijke offers en vervolging hebben opgeleverd‚ maar ook nieuwe vrienden met wie ze uit eten ging‚ of ging wandelen in de bergen: een gemeenschap om bij te horen. Wat‚ zoals ze nu zelf zegt‚ haar leven spannender maakte.

Onwillekeurig moet ik eraan denken – al is het niveauverschil enorm – hoe vaak ik mezelf heb horen verzuchten dat ik zonder de vrouwenbeweging vast levenslang eenonopvallende grijze mus zou zijn gebleven. Natuurlijk hadden we in het feminisme hooggestemde idealen‚ maar het ging ons toch ook om een leuk leven‚ spannender en zinvoller dan dat van onze moeders‚ en omringd door zielsverwanten met wie we de gevestigde orde te grazen namen? Ik was toen ongeveer zo oud als Liu Di nu is.

Zouden Zhang en Tienchi‚ de Chinese contacten van PEN‚ hebben gedacht: ja‚ we kiezen haar‚ we kiezen de jeugd‚ want die wordt geassocieerd met het legitieme en herkenbare verlangen naar een ‘ander leven’? Hebben zij ook bedacht dat er op dezemanier iets te veranderen zou zijn aan dat ‘stoffige‚ stijve’ imago van dissidenten? Trouwens‚ moet de jeugd niet sowieso het podium worden gegund? Jonge mensen die hun hele leven voor zich hebben en voor wie er alleen daarom al zo veel meer op het spel staat? Het lijkt wel alsof ik een roman zit te schrijven. Het is niet mijn taak om Liu Di en haar vrienden van ‘motivering’ te voorzien. Ze zijn geen personages. Ik kan niet in hun hoofd kijken. Ik ben alleen maar door PEN uitgenodigd om Liu Di’s verhaal aan het Nederlandse publiek te vertellen.

Volgens mijn horloge zijn Liu en ik al bijna vier uur in gesprek. Het wordt tijd om af te ronden‚ later kunnen we misschien nog een keer verder gaan. Tot slot vraag ik haar waar ze op dit moment mee bezig is. Af en toe publiceert ze wat op de site van PEN‚ vertelt ze. Ze is vrij op borgtocht. Zolang die periode nog loopt‚ probeert ze zich niet te opvallend te gedragen.

Op chinesepen.org vind ik haar laatste verhaal‚ The Devil and The Heat Death‚ uit het Chinees vertaald door Yu Zhang. De hoofdpersoon krijgt de duivel op bezoek‚ die trouwens sterk lijkt op Ai Weiwei‚ de dissidente kunstenaar die in het Westen wereldberoemd is‚ maar wiens naam in China niet in de media genoemd mag worden. De duivel steekt zo tegen de hoofdpersoon van wal: ‘Gefeliciteerd! Om je te belonen voor je eindeloze activiteiten op internet als advocaat van de duivels heeft de BV Hel besloten je dit jaar de Wens-Prijs toe te kennen.’ Het is een vrolijk‚ satirisch verhaal met een up-beat tempo. Ik stel me Liu achter haar toetsenbord voor‚ grinnikend om haar eigen vondsten. Wat weet ik nog weinig van haar.

 

Je ontvangt 10 nummers voor maar 35 euro per jaar

Lees dit en andere verhalen deze maand in Wordt Vervolgd

Neem een abonnement of bestel een gratis proefnummer