Tripoli is verdeeld in districten met eigen legers
© Mauricio Lima/NYT/HH

Een nieuw tijdperk voor Libië na de dood van Kadhafi

Een nieuw tijdperk voor Libië na de dood van Kadhafi

Met de dood van Kadhafi breekt voor Libië een nieuw tijdperk aan. Gerbert van der Aa zocht de Libiërs op die hij jaren geleden sprak voor een boek over het land. ‘Ik ben blij dat Kadhafi dood is. Op een proces zat niemand te wachten.’

Tripoli – ‘Het leven was goed onder Kadhafi’‚ zegt Abduh Hindima. ‘Hij heeft veel gedaan om armoede te bestrijden. Niet alleen in Libië‚ maar ook elders in Afrika.’ Twee jaar geleden ontmoette ik Hindima‚ een uit het Libische leger afgezwaaide soldaat‚ toen ik door het land reisde voor mijn boek Khaddafi’s woestijn. Toen ik eind oktober na de dood van Kadhafi weer in Libië was‚ zocht ik contact met hem. ‘Ik maak me zorgen’‚ zegt hij. ‘De nieuwe leiders vertrouw ik niet.’

Uitstekend salaris

Abduh Hindima is een Toeareg‚ het volk uit de Sahara bij wie niet de vrouwen maar de mannen zich sluieren. Hij werd geboren in Mali. Na de grote droogtes in de Sahel tussen 1972 en 1985 trok hij naar Libië‚ waar hij van Kadhafi een baan kreeg in het leger‚ net als duizenden andere gevluchte Toearegs. ‘Ik vocht onder meer voor Kadhafi in Tsjaad’‚ vertelt hij. ‘Het salaris was uitstekend.’ Later kreeg Hindima de Libische nationaliteit. ‘Ik ben daar heel dankbaar voor. Door Kadhafi heb ik veel geld naar mijn familie in Mali kunnen sturen. Anders hadden zij nog steeds in bittere armoede geleefd.’

Hoe de komende tijd eruit zal zien‚ durft Hindima niet te voorspellen. Veel Toearegs hebben tot het laatst aan de zijde van Kadhafi gestreden tegen de opstandelingen. De woede daarover is groot. Honderden Toeareg-strijders‚ vaak wat zwarter dan de rest van de Libiërs‚ zijn naar verluidt koelbloedig geëxecuteerd. Toearegs die niet in het leger zaten‚ worden behandeld als collaborateurs. ‘Misschien is het beter om terug te keren naar Mali’‚ zegt Hindima. Veel Toearegs reden de afgelopen weken al in grote autokonvooien dwars door de woestijn naar hun voormalige vaderland.

Onmogelijke taak

Met de dood van Kadhafi is voor Libië een nieuw tijdperk aangebroken. Na jarenlange onderdrukking durven mensen weer hun mening te laten horen. Net als Tunesië en Egypte kan nu ook Libië beginnen aan de bouw van een nieuwe staat. Maar terwijl in de buurlanden veel bij het oude is gebleven‚ onder meer omdat hoge legerfunctionarissen zijn blijven zitten‚ moet in Libië alles van de grond worden opgebouwd. De Nationale Overgangsraad (NTC)‚ staat voor een enorme uitdaging. Centraal gezag is vrijwel afwezig. Sinds de val van Kadhafi is het land in feite uiteen gevallen in een groot aantal mini-koninkrijkjes. Zelfs de hoofdstad Tripoli is verdeeld in districten die allemaal hun eigen leger hebben. Vrijwel iedereen heeft een wapen. Pick-uptrucks met gewapende mannen rijden er door de straten. Gevangenissen zitten vol met voormalige Kadhafi-aanhangers. Wanneer die voorgeleid worden‚ kan niemand zeggen. Net als regeringsinstanties functioneren ook rechtbanken nog nauwelijks.

Zonde van de tijd

‘Ik ben blij dat Kadhafi dood is’‚ zegt Salem Zerti‚ adviseur van de overgangsregering. ‘Op een proces bij het Internationaal Strafhof zat niemand te wachten.’ Een onderzoek naar de dood van de dictator‚ die volgens sommige bronnen bewust is doodgeschoten‚ is volgens bijna alle Libiërs die ik spreek zonde van de tijd. ‘Iedereen weet dat Kadhafi een smerige despoot was’‚ zegt Zerti. ‘Niemand wil de ellende uit het verleden opnieuw oprakelen. Doordat hij dood is‚ kunnen we verder. We moeten kijken naar de toekomst‚ daar hebben we al onze energie voor nodig.’

Westerse muziek is weer te horen op de radio

Ik ken Salem Zerti al bijna tien jaar. Als ik in Libië was‚ vertelde hij elke keer zonder angst over zijn afkeer van Kadhafi‚ zolang ik tenminste beloofde hem niet met naam en toenaam te citeren. Toen in februari op Facebook een anti-Kadhafi-demonstratie was aangekondigd‚ belde ik om te vragen of er volgens hem in Tripoli veel mensen de straat op zouden gaan. ‘Ik denk van niet’‚ antwoordde Zerti. ‘Kadhafi heeft veel geld uitgedeeld. En iedereen is bang voor zijn veiligheidsdienst.’ Een paar dagen later‚ nadat verrassend veel Libiërs toch hadden gedemonstreerd en Kadhafi op hen had laten schieten‚ kreeg ik een heel andere Zerti aan de lijn. ‘Nu is de enige uitkomst regime change. Libiërs zullen niet stoppen totdat Kadhafi weg is.’

Gigantische problemen

Zerti heeft in Tripoli een marketingbureau‚ dat onder meer voor Coca Cola werkt. De afgelopen maanden had hij door de onrust weinig om handen. De baan bij de overgangsregering ziet hij als zijn bijdrage aan het nieuwe Libië. Maar de afgelopen weken is Zerti pessimistisch geworden. ‘De problemen zijn gigantisch. De verschillende stammen zijn het met elkaar oneens. En dan heb je ook nog spanningen tussen seculieren en islamisten.’ De nieuwe premier Abdurrahim al-Keib‚ in november gekozen door de 51 leden van de overgangsraad‚ wacht volgens Zerti een bijna onmogelijke taak.

Blote topjes

Wat de toekomst ook brengt‚ de nieuwe vrijheid voelt voor veel Libiërs als een droom. Voor het eerst in meer dan veertig jaar kunnen ze weer zeggen wat ze denken. Overal in het land worden nieuwe kranten en tijdschriften opgericht. Westerse muziek‚ onder Kadhafi verboden‚ is weer te horen op de radio. Op het Martelarenplein in Tripoli‚ het voormalige Groene Plein‚ trad eind september een Libische heavy-metalband op.

Maar ook in het nieuwe Libië zijn er grenzen aan de vrijheid. Redacteuren van het nieuwe maandblad Afkar kregen veel kritiek toen ze foto’s plaatsten van een modeshow in Tripoli. De blote topjes waarmee de modellen over de catwalk paradeerden‚ vielen niet goed bij conservatieve Libiërs. Vertegenwoordigers van de NTC lieten weten een nieuwe modeshow met dit soort kleding niet te tolereren. Ook de roep om alcohol te legaliseren‚ stuit bij veel Libiërs op weerstand.

Bepaalde westerse verworvenheden liggen hier gevoelig

‘Libië is een conservatief land’‚ zegt modeontwerpster Rabia ben Barka. ‘Bepaalde westerse verworvenheden‚ liggen hier gevoelig.’ Ben Barka‚ één van de bekendste ontwerpsters van Libië‚ zegt dat sommige Libiërs op de verkeerde manier hun vrijheden opeisen. ‘Ik vind ook dat vrouwen moeten kunnen dragen wat ze willen‚ maar door te choqueren bereik je het tegengestelde. Ik probeer in mijn kledingontwerpen juist een brug te slaan tussen traditioneel en modern.’

Goede bron

Ben Barka is onder meer beroemd door haar werk voor Kadhafi. In december 2009 kwam ik met haar in contact via een Nederlandse ambassademedewerker. Ze leek een goede bron van informatie over de dictator. Bovendien hoopte ik via Ben Barka een interview met Kadhafi te kunnen regelen‚ want via de officiële kanalen wilde dat niet lukken. Helaas had ook zij geen succes. ‘Ik heb het geprobeerd bij zijn chef protocol’‚ vertelt Ben Barka nu‚ ‘maar ik kreeg meteen de vraag waarom ik die journalist uit Nederland zonodig moest helpen. Toen heb ik het er maar bij gelaten.’

Toen ik haar twee jaar geleden sprak‚ wilde Ben Barka weinig kwijt over Kadhafi: ze vond het niet netjes om te praten over haar klanten. Nu hij dood is‚ is ze nog steeds afhoudend. ‘Iedereen vraagt mij altijd maar naar Kadhafi. Alsof ik trots was om voor hem te werken. In werkelijkheid kon ik niet anders.

Weigeren was geen optie‚ dan waren de gevolgen niet te overzien.’ Ben Barka praat liever over haar toekomstplannen‚ die laten zien dat wie ooit met Kadhafi werd geassocieerd niet per se in isolement raakt. De Japanse ontwerper Kenzo Takada heeft interesse in haar ontwerpen en in Turkije heeft ze een prijs gekregen voor haar bijdrage aan het nieuwe Libië. ‘In februari ga ik naar Istanbul‚ waar premier Erdogan de prijs zal uitreiken. Daar ben ik pas echt trots op.’

Wordt Vervolgd, december 2011