© Shepard Fairey

Minka Nijhuis schrijft Aung San Suu Kyi

Minka Nijhuis schrijft Aung San Suu Kyi

Rangoon, 13 november 2010, de dag dat Aung San Suu Kyi vrijkwam

Naast me schreeuwde een van uw aanhangers de longen uit zijn lijf om u een lang leven toe te wensen.
Een vrouw snikte onbedaarlijk. Anderen klapten alsof hun leven er vanaf hing. De vreugde van al die duizenden was even ontroerend als hun moed, want wie weet welke prijs ze gaan betalen voor het besluit u te zien als ze straks buiten het oog van westerse camera’s huiswaarts gaan. Ik dacht bij mezelf: dit zijn de echte verkiezingen.

Hoe kan het toch dat een van de mildste volken op deze aarde al decennialang onder het juk leeft van een van de wreedste regimes op aarde? En dat er in de grensgebieden een oorlog woedt die momenteel de langstdurende ter wereld is?

De hoop verliezen

Een van de eerste keren dat ik u ontmoette, 15 jaar geleden, zei u dat iedereen zijn steentje bij moest dragen om van Birma een vreedzaam en democratisch land te maken. U refereerde eraan dat andere regimes ook niet van de ene op de andere dag ten val gekomen waren en dat ze instortten toen niemand dat meer verwachtte. ‘Uiteindelijk is de macht van de machtlozen groter dan de macht van wapens’, zei u. Maar er zijn 22 jaar verstreken sinds u op het politieke toneel verscheen, en hoewel heel veel Birmezen u nog altijd hoogachten verliezen ze, al ploeterend om hun maag te vullen, ook de hoop. De jongeren willen zelfs het land uit.

De wereld is anders naar u gaan kijken dan in de jaren waarin diplomaten en andere vips met elkaar concurreerden om bij u op bezoek te mogen. Ik hoor steeds meer kritiek op u en uw beleid, zoals op de beslissing niet mee te doen aan de verkiezingen. Als kop van jut fungeren is het lot en de verantwoordelijkheid van een leider, maar toch komt dat gehamer me in uw geval voor een groot deel onterecht voor. Veel van degenen die u gebrek aan vakmanschap verwijten, en die menen uw standpunten te kennen, hebben u nooit gesproken. Ze praten na wat anderen beweren. Die oordelen vind ik des te wreder omdat u vanuit uw extreme isolement immers niet in de gelegenheid bent geweest bent om een weerwoord te geven.

Bezemsteel

Alles bij elkaar is het offer dat u brengt zo onmenselijk groot. Uw echtgenoot overleed op tienduizenden kilometers afstand zonder dat hij een visum kreeg om afscheid van u te nemen. Uw twee zoons zijn niet welkom in uw vaderland en ze zijn volwassen geworden zonder hun moeder. Talloze van uw vrienden zitten achter de tralies of stierven in omstandigheden waar ik me geen voorstelling van kan maken. Als de dag van gisteren herinner ik me hoe er een bezemsteel in uw rug schoot toen het woord ‘offer’ viel. ‘Het is geen offer maar een keuze’, zei u op een toon die bijna bits was. Maar zelfs al is het een keuze, dan nog moet het een keuze zijn waaraan u getwijfeld heeft – al die lange eenzame jaren in uw versleten villa aan het meer. Dat kan niet anders.

De tijd zal uitwijzen welke rol Birma voor u in petto heeft

‘Birma is volkomen onvoorspelbaar. Dat is zowel de schoonheid als de tragiek van ons land’, zei een bevriende redacteur gisteren nog tegen me. De tijd zal uitwijzen welke rol Birma voor u in petto heeft nu uw huisarrest is opgeheven. Is dit het begin van een politieke dialoog en een verzoeningsproces of bent u slechts van een kleine gevangenis in een grotere beland, zoals veel Birmezen vrezen?

Terwijl ik met deze brief mijn respect overbreng en u wil laten weten dat u in mijn gedachten bent, neemt de staatstelevisie hier zijn dagelijkse loopje met de waarheid. Birma is op weg naar democratie en welvaart, zeggen de militairen terwijl ze hun uniformen verruilen voor burgerkleding om het land te leiden. Ik herinner me hoe u de jongeren van uw partij moed insprak toen ze vanuit uw tuin werden afgevoerd naar de gevangenis: ‘Ah hman ta yar te ne do paw ya hmar pe – we zullen de waarheid laten zegevieren.’

Ik ken u goed genoeg om te weten dat u daarvan nog altijd overtuigd bent.

 

VRIJ

Op 13 november 2010 is de Birmese oppositieleidster Aung San Suu Kyi (1945) vrijgelaten. De activiste voor mensenrechten en democratie, winnares van de Nobelprijs voor de Vrede 1991, zat de afgelopen 21 jaar zo’n 15 jaar in huisarrest. Een week voor de vrijlating waren er voor het eerst in twintig jaar verkiezingen in Birma. Geen vrije verkiezingen: door oneerlijke kieswetten en manipulatie van stemmen kwam de partij van de junta op grote voorsprong. Birma kent geen persvrijheid en de belangrijkste oppositiepartijen deden niet mee. Amnesty International reageerde verheugd op de vrijlating, maar roept de regering van Birma op alle gewetensgevangenen vrij te laten. Birma telt nog meer dan 2200 politieke gevangenen.

Minka Nijhuis (52) is schrijfster en journaliste. Ze werkt veel in conflictgebieden zoals Oost-Timor, Irak, Afghanistan en Birma (Myanmar). Met haar reisboek Birma, land van geheimen won ze de Bob den Uyl Prijs 2010.