© Merlijn Doomernik

Li Fangping: ‘De overheid bestrijd je het best met haar eigen wetten’

Advocaten die zich in China inzetten voor ‘gevoelige’ zaken als Tibet, slachtoffers van het melamineschandaal of Oeigoeren, moeten over een lange adem beschikken en – letterlijk – tegen een stootje kunnen. ‘In elkaar geslagen worden, arrestatie, huisarrest. Dat moet je accepteren als je in dit vak zit.’

Een kleine, tengere jongeman met sympathieke ogen en een innemende glimlach. Li Fangping, op bezoek bij Amnesty aan de Amsterdamse Keizersgracht, roept geenszins de associatie op met een van China’s meest doorgewinterde mensenrechtenjuristen. Geen grijs maatpak maar een te grote, felblauwe Amnesty-trui – gekregen van een medewerker – ondanks de zomerzon had de advocaat het koud.

Li behoort tot een zeldzaam soort: hij is een van de slechts enkele tientallen Chinese advocaten die openlijk durven strijden voor mensenrechten in de Volksrepubliek. Zijn klandizie bestaat uit gerenommeerde activisten als Chen Guangcheng, Yang Chunlin en, de bekendste, Hu Jia. De laatste ontving vorig jaar de Sacharovprijs, de mensenrechtenprijs van het Europees Parlement en werd genoemd als kanshebber voor de Nobelprijs voor de Vrede.

Golf van arrestaties

Li’s bezoek aan Nederland, begin augustus, komt kort na een recente golf van schorsingen en arrestaties van Chinese advocaten. Op 9 juli van dit jaar raakten 53 advocaten hun vergunning kwijt. Op 13 juli instrueerde het Justitiële Bureau Beijing de beroepsgroep zich te laten ‘begeleiden’ door staatsorganisaties alvorens zich in te laten met de verdediging van Oeigoeren die betrokken waren bij recente protesten in Xinjiang. Op 17 juli sloten de autoriteiten een rechtshulp- en onderzoeksbureau dat zich bezighield met politiek gevoelige onderwerpen als Tibet en slachtoffers van het melamineschandaal uit 2008. Mensenrechtenorganisaties spreken van een strafcampagne ten aanzien van mensenrechtenadvocaten.

De dans ontsprongen

Li Fangping is, in elk geval tot aan dit gesprek, de dans ontsprongen. Vijf jaar geleden begon hij zich te specialiseren in de rechten van de mens. Niet zozeer uit diepgevoeld idealisme: ‘Ik rolde er toevallig in via collega’s en raakte geïnteresseerd. De afgelopen dertig jaar is China sociaal-economisch enorm veranderd. De transitie die het land nu doormaakt, heeft met mensenrechten te maken. Op dat terrein zijn grenzen aan het verschuiven. Het is interessant om daar als jurist bij betrokken te zijn.’

Meewerken aan die transitie is niet ongevaarlijk. Gevraagd naar de risico’s van het vak voor een mensenrechtenadvocaat in China somt Li op: in elkaar geslagen worden, arrestatie, 24 uur per dag gevolgd worden, huisarrest… ‘Dat moet je accepteren als je in dit vak zit. China verandert van een partijgestuurde maatschappij in een samenleving waarin de bevolking meer te zeggen krijgt, en dat gaat niet zonder slag of stoot.’

Mentaal sterk

Heel bang is hij niet meer. Li: ‘Ik zit er middenin en dan denk je minder na over de gevaren. Als je al wat meegemaakt hebt, maakt dat je mentaal sterker. De eerste keer dat ik in elkaar geslagen werd, was zwaarder dan de tweede en de derde keer. Natuurlijk zijn er ook genante momenten. Als een agent me continu volgt en er zelfs bij is als ik naar de wc moet, is dat niet echt aangenaam.’

Processen tegen de staat wegens het melamineschandaal zijn onmogelijk te winnen

Li Fangping ondervindt veel hinder van de Chinese autoriteiten, met name als raadsman van Hu Jia. Eind 2007 had deze zich tijdens een openbare hoorzitting van het Europees Parlement via een webcam uit-gesproken over mensenrechtenkwesties. Prompt klaagde de Chinese overheid hem aan wegens ‘aanzetten tot ondermijning van de staat’.

Zijn advocaat was doelwit nummer twee: ‘De politie gaf me te kennen dat ik me niet met Hu Jia’s zaak moest bemoeien. Toen ik dat toch deed, werd ik 24 uur per dag gevolgd.’ Li kon zich niet meer vrij verplaatsen, maar werd gedwongen gebruik te maken van het vervoer van de geheime dienst. ‘Het Justitiële Bureau Beijing liet weten dat ik Hu niet onschuldig mocht noemen in mijn pleidooi. Maar daar heb ik me allemaal niks van aangetrokken. Het is belangrijk dat advocaten mensenrechtenactivisten blijven beschermen en dat ze opkomen voor de vrijheid van de advocatuur.’

Weinig invloed

Li kon niet voorkomen dat Hu Jia in april 2008 veroordeeld werd tot drie en een half jaar cel. ‘Dat Hu de gevangenis in zou gaan, stond van tevoren vast, advocaten hebben maar weinig invloed. Maar toch was het belangrijk dat iemand hem verdedigde, dat iemand uiteengezet heeft waarom hij onschuldig is. Mijn pleidooi bevatte vooral juridische argumenten. Dat is momenteel de beste strategie: de overheid moet je bestrijden met haar eigen wetten.’

Formeel neemt de Volksrepubliek China mensenrechten serieus: vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst liggen verankerd in de grondwet. Maar de praktijk is anders. Li: ‘In de afgelopen zestig jaar is het in China gebruikelijk geworden dat je vervolgd wordt als je de overheid bekritiseert. Bijna iedere Chinees heeft dat in zijn achterhoofd en is daar bang voor. Ook ik. Mensenrechtenadvocaten voeren een strijd in de voorhoede tegen die angst. We streven naar meer balans tussen de macht van de overheid en de macht van het volk. Ik geloof dat dat op den duur bereikt kan worden.’

In de afgelopen zestig jaar is het in China gebruikelijk geworden dat je vervolgd wordt als je de overheid bekritiseert. Bijna iedere Chinees heeft dat in zijn achterhoofd en is daar bang voor

Progressie in het rechtssysteem is volgens Li al zichtbaar. ‘In elk geval op papier: de afgelopen vijftien jaar zijn er veel wetten bijgekomen die de rechtspositie van de bevolking versterken. Maar dat wil niet zeggen dat de overheid zich daaraan houdt. Volgens de wet mogen advocaten die hun vak uitoefenen geen huisarrest krijgen – toch zitten veel van mijn collega’s gevangen in hun eigen woning. Officieel zou iedereen zonder vrees voor vervolging een protestpetitie moeten kunnen aanbieden aan de autoriteiten in Beijing – toch gaat dat in de praktijk vaak anders. De staat kan mij zomaar verbieden China te verlaten, al mag dat volgens de wet niet. Toch is die wetgeving niet zinloos, want advocaten kunnen nu juridisch een punt maken, ook met verwijzing naar de internationale rechten van onze cliënten. Nu worden deze juridische argumenten nog vaak genegeerd, maar als we erop blijven hameren, kan dat in de toekomst veranderen.’

Advocaten sterk onderdrukt

China telt 140.000 advocaten – dat is een op de 9.500 Chinezen (in Nederland is dat een op de duizend). Li vermoedt dat ongeveer 140 van hen zich met mensenrechten bezighouden. ‘En dan zit ik waarschijnlijk nog aan de hoge kant.’ Maar slechts een handjevol durft het werk ook openlijk te doen, zegt hij: zo’n twintig advocaten, met name in Beijing, uiten zich ook via de media over gevoelige zaken. Zij zijn het meest actief en worden het sterkst onderdrukt. We hebben veel contact onderling, overleggen over de aanpak. Iedere zaak vereist weer een andere strategie. We helpen en steunen elkaar bovendien als we gehinderd worden. Als netwerk staan we sterker.’

Een advocaat in China riskeert niet alleen fysiek geweld; de autoriteiten kunnen hen ook bureaucratisch de voet dwarszetten. De Chinese wet eist van advocaten dat ze elk jaar opnieuw een vergunning aanvragen. Justitiële bureaus op lokaal niveau hebben hier elk hun eigen regels voor en mogen zonder opgaaf van reden verlenging weigeren.

De grenzen van het toelaatbare

Hoe dient een advocaat zich te gedragen, wil hij zijn vergunning niet op het spel zetten? Li: ‘Gehoorzaam zijn: geen gevoelige zaken aannemen, altijd verstandig de aanwijzingen van de politie, het Justitiële Bureau en andere overheden opvolgen. Maar zo’n brave advocaat wil ik niet zijn, daarom zoek ik de grenzen op van het toelaatbare. Voorlopig heb ik mijn vergunning weten te behouden, maar het is nog maar de vraag of hij volgend jaar wordt verlengd. De collega met wie ik Hu Jia’s zaak deed bijvoorbeeld is wel geschorst. Het systeem is onvoorspelbaar.’

Melamineschandaal

Toch heeft ook Li Fangping compromissen gesloten. Na het melamineschandaal dat vorig jaar speelde bijvoorbeeld. Fabrikanten bleken melkpoeder aangelengd te hebben met melamine, een stof die in verdunde melk het eiwitgehalte hoger doet lijken. Tienduizenden kinderen werden ziek en zeker zes kinderen zijn overleden. Van de honderden aanklachten van ouders kwamen er slechts vier voor de rechter. Aanvankelijk zat Li Fangping in een team advocaten dat een gedupeerd echtpaar bijstond.

‘Het Justitiële Bureau van Beijing benaderde ons toen met de mededeling dat het beter zou zijn als we ons zouden terugtrekken. Toen hebben we toegegeven aan de druk. Er kwam een nieuw team advocaten, dat ook werd gedwongen te stoppen. Uiteindelijk heeft de staat vijf teams tegengehouden. Desalniettemin hebben we een en ander onder de aandacht van de media weten te brengen. Achteraf bleek terugtrekking een goede strategie. Op die manier raakten er veel juristen bij betrokken en kwam er meer belangstelling voor de zaak dan de overheid had gewild. Maar het is onmogelijk zaken als deze ook in de rechtszaal te winnen. Daarvoor waren er te hoge functionarissen bij betrokken.’

De druk van Chinezen zelf is zeker het belangrijkste en heeft het meeste invloed op de autoriteiten

Ook de Oeigoerse demonstranten die begin juli werden gearresteerd tijdens rellen in Xinjiang lijken kansloos in de rechtszaal. Vonnissen staan in China meestal van tevoren vast – rechters zijn door de staat benoemd, vaak zelf lid van de Communistische Partij en doen precies wat de overheid van hen verlangt. In veel politieke en andere gevoelige strafzaken blijven rechters sowieso buiten schot. De overheid stelt dan een comité aan dat het oordeel velt. Niettemin zou Li Fangping Oeigoerse demonstranten graag bijstaan, ‘als ze me zouden vragen. Maar ook die zaak zal moeilijk te winnen zijn.’

Met name in de melaminekwestie kreeg China kritiek van de internationale gemeenschap. Is het land daar gevoelig voor of verwacht Li meer van kritische geluiden vanuit China zelf? ‘De druk van Chinezen zelf is zeker het belangrijkste en heeft het meeste invloed op de autoriteiten. Al moet je de rol van de internationale gemeenschap niet onderschatten, want die steunt de Chinese bevolking ook. Met de hulp van internationale ngo’s, zowel financieel als met juridisch advies, kunnen we ons beter verzetten tegen onrecht.’

Aan het einde van het gesprek vraag ik Li of hij zich tijdens dit interview heeft ingehouden uit angst voor mogelijke gevolgen. Hij zegt dat hij over alles heeft durven praten. ‘Alleen heb ik het liever over juridische zaken dan over politiek. Daar heb ik nu eenmaal minder verstand van, hahaha!’

Biografie

NAAM Li Fangping (35) WERKT ALS mensenrechtenadvocaat IN Beijing VERDEDIGDE onder anderen de internationaal bekende activist Hu Jia LUIS in de pels van de Chinese autoriteiten TOT OP DE WC gevolgd door de geheime dienst, bedreigd en geslagen vanwege zijn werk PRIVÉ getrouwd