© TESSA POSTHUMA DE BOER/HH

‘Laat Rita Verdonk haar karwei niet afmaken’

Nederland moet ontkrampen, zegt Ruud Lubbers. De nieuwe voorzitter van het UAF ziet reikhalzend uit naar een ‘derde bevrijding’: ‘We moeten ons bevrijden van onze verkramptheid waar het mensen betreft die elders zijn geboren of die geboren zijn uit ouders die elders zijn geboren.’ En een beetje ‘ontverdonking’ zou dan wel helpen.

Zo’n lauwwarme dag waarop het najaar twijfelt of het wel herfst worden wil. Warm genoeg om langs het IJ in Amsterdam, in afwachting van de komst van Ruud Lubbers, te kijken hoe een sleepboot een woonbootvilla richting een der grachten vervoert. Maar te koud om na Lubbers’ arriveren het gesprek in de open lucht te voeren. Dus nemen we binnen plaats in restaurant Wilhelmina Dok. ‘Dat weet u toch?’ vraagt Ruud Lubbers trots. ‘Dat mijn zoon dit hier is begonnen?’

Zelf is hij, na een leven als premier, Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen en wat al niet, onlangs aangetreden als voorzitter van de Stichting voor Vluchtelingstudenten (UAF).
Sedert 1948 ondersteunt dit fonds student-vluchtelingen die van over de hele wereld naar hier zijn gekomen. Eind september hield hij zijn eerste feestrede. Hij sprak driehonderd UAF-afgestudeerden toe onder wie er, tot zijn verbazing, minstens veertig waren zónder permanente Nederlandse verblijfsvergunning. ‘Mevrouw de Minister’, richtte de feestredenaar zich rechtstreeks tot Rita Verdonk.
‘Geeft u hen toch als felicitatie een vergunning. Voor onbepaalde tijd.’
Wat was haar reactie?
Lubbers: ‘Geen.’
Dat zet de toon voor het verdere gesprek. Ruud Lubbers zou Ruud Lubbers niet zijn als hij zijn verhaal niet eerst even ‘in perspectief’ wilde plaatsen. Het is zeker zo, zegt hij, dat er rond de eeuwwisseling uitzonderlijk veel vluchtelingen in de corridor stonden om tot Europa te worden toegelaten. En dat ook in Nederland het bestuur worstelde met die opstopping. ‘Er was stress dat men het niet aankon.’
In 2003 begon Rita Verdonk als minister van Integratie en Vreemdelingenzaken. ‘Op dat moment’, zegt Lubbers, ‘waren de aantallen vluchtelingen al sterk verminderd. Maar mevrouw Verdonk en haar medewerkers zaten nog steeds in de sfeer van “kunnen we het wel aan?” Haar beleid had en heeft als uitgangspunt: eruit!’
Mevrouw Verdonk zelf, weet Lubbers, vindt dat die aantallen zijn afgenomen door haar strikte rechtdoorzee beleid. ‘Dat is met permissie onzin. Bewezen onzin. Over de hele wereld zijn de vluchtelingenaantallen sterk afgenomen.’

Het probleem, zegt Lubbers, is dat mevrouw Verdonk en haar medestanders zich het recht wensen te behouden om tegenover de vreemdeling, ook na een lang verblijf in Nederland, terug te komen op het besluit hem een tijdelijke verblijfsvergunning te geven. Op zichzelf, zegt de nieuwe UAFvoorzitter, wil hij haar dat recht gunnen. Maar als ze er gebruik van maakt, moet ze daar wel een afweging bij maken. ‘Dan moet zij, of beter nog een commissie, bekijken of het belang van uitzetten opweegt tegen de schade ervan. Voor de vreemdeling. Maar ook voor de Nederlandse gemeenschap.’ Stel dat de gemeente waar de vreemdeling woont, de baas bij wie hij zijn brood verdient en de rector van de school van zijn kinderen in koor roepen: het gaat goed met ze in Nederland, prima burgers? ‘Dan moet je je toch drie keer bedenken voordat je zulke mensen het land uit gaat zetten.’
Nu mogen vluchtelingen, soms in jarenlange afwachting van een besluit, hier te lande geen werk doen en niet naar school gaan.
Lubbers: ‘Die periode moet veel en veel korter. Misschien niet in termen van dagen, maar dan toch in termen van weken. Laat ik zeggen: in hooguit drie maanden moet je zekerheid hebben over een, al dan niet tijdelijke, verblijfsvergunning. En daarna horen mensen Nederlands te mogen leren, werk te mogen aannemen en toegang te krijgen tot scholing. Participatie. Met een grote P.’
Bent u voorstander, vraag ik hem op de man af, van een generaal pardon voor al die 26.000 mensen die onder de oude wet vallen en al langer dan vijf of zes jaar op een vergunning wachten?
‘Ja. Hoewel ik geen fan ben van het generaal pardon. Dat vind ik het antwoord op een uit de hand gelopen situatie. Je moet het voorkomen. Maar goed, in deze uit de hand gelopen situatie zeg ik en zegt het UAF, die mensen zijn hier al zo lang, het is toch niet denkbaar dat we nu nog zeggen, mooi, maar nu is het welletjes?’

Volgens Lubbers is Nederland ‘de weg een beetje kwijt’, verkeert het land in een toestand van ‘kramp’.
Hij ziet, zegt hij, reikhalzend uit naar wat hij noemt ‘de derde bevrijding’, na de eerste van mei 1945 en de tweede van 1989, toen de Muur viel. ‘We moeten ons bevrijden’, zegt hij, ‘van onze angst, onze verkramptheid waar het mensen betreft die elders zijn geboren of die geboren zijn uit ouders die elders zijn geboren.’
‘Zo’, zegt hij tevreden. ‘Dat vind ik een aardige omschrijving van vluchtelingen.’

Dat het aantal vluchtelingen is afgenomen door Verdonks strikte rechtdoorzee beleid is met permissie onzin

Binnenkort komt er een nieuwe kabinetsformatie – ‘nieuwe ronde, nieuwe kansen’, zegt Lubbers.
Stel dat hij opnieuw informateur zou worden. Wat zou hij dan in het regeerakkoord rond die ‘derde bevrijding’ willen opnemen?
‘Ten eerste: dat punt van die drie maanden waarbinnen je ofwel het land uit moet ofwel een voorlopige verblijfsvergunning krijgt. Meteen daarna het recht op participatie. Ten tweede: na die drie maanden niemand uitzetten zonder een toets in de samenleving. Ten derde: de procedure voor een permanente verblijfsvergunning bekorten als de participatie zo geslaagd is dat een Nederlandse instelling zegt: het is goed zo. Bedenk welk positief effect dat zou hebben op mensen om hier te gaan presteren!’
In welke coalitie ziet u de meeste kansen voor uw plannen?
Ruud Lubbers na lange aarzeling: ‘Dat doet er geen donder toe.’ De oorzaak van het probleem, denkt hij, ligt in Den Haag, maar ‘de ontkramping moet vanonder uit de samenleving komen’.
‘Het zou natuurlijk wel helpen’, zegt hij, ‘als we de kwestie wat ik maar zal noemen, kunnen ontverdonken. Met een variant op mijn eigen verkiezingsleuze uit 1986 zou ik willen zeggen: ‘Laat Rita Verdonk haar karwei niet afmaken.’

Hij komt terug op de afgestudeerde vluchtelingen. ‘Die zijn toch geen last voor dit land! Die zijn een gift!
Een prachtgeschenk.’ Van Verdonk moeten ze, in een aantal gevallen, het land uit. ‘En dan mogen ze van daaruit een verblijfsvergunning voor Nederland vragen.’ Daar heb je de verkramping, zegt Lubbers.
En het is ook verkramping om, zoals Rita Verdonk nu doet, meer dan de helft van de vluchtelingen die de UNHCR elk jaar voor mag dragen, af te wijzen op hun gebrek aan integreerbaarheid. ‘Alsof de UNHCR een wilde actiegroep is die in den blinde vluchtelingen voordraagt!’
Lubbers: ‘Bedenk dat deze UAFmensen intermediairs kunnen worden die hun herkomstgenoten de weg kunnen wijzen. Weg van het fundamentalisme en in de richting van modernisering. Ze kunnen voor Nederland van onbetaalbare waarde blijken!’

De verkramping heeft, denkt hij, zeker ook te maken met de nadruk op de terrorismedreiging. ‘Vroeger waren het “de buitenlanders”. Nu zijn het “de terroristen”. Maar is er in deze wereld wel meer terrorisme dan vroeger? Ik ben er niet zo zeker van. Er zijn altijd zulke groepen geweest. Van de ETA tot de RAF. En hier in Nederland de Molukkers.
Terrorisme is een angstig makend verzamelbegrip geworden.’ De nieuwe UAF-voorzitter zou graag zien dat Nederland als het ware een anti-krampfront gaat vormen. CDA-christenen in Groningen, Friesland en Limburg die voor de op straat gezette uitgeprocedeerde asielzoekers opkomen, kerken die hen niet in de steek laten, gemeentebesturen die tegen de wens van Verdonk in onderdak verlenen. ‘Laat mij’, zegt hij aan het slot, ‘daarom aan de mensen die Amnesty steunen zeggen: mensen, mensen, laten wij elkaar toch zien als de leden van een en dezelfde familie.’

 

NAAM Ruud Lubbers LEEFTIJD 67 jaar SINDS juli 2006 voorzitter van de Stichting voor Vluchtelingstudenten (UAF) DAARVOOR Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen bij de VN (2001-2005) EN IN NEDERLAND de jongste en langstzittende premier (1982-1994) PRIVÉ getrouwd, heeft twee zoons en een dochter

Gerard van Westerloo

Wordt Vervolgd, november 2006