Het gaat ook de advocaten uit Syrië ook om beroepseer, onafhankelijkheid en geld verdienen
De Syrische advocaten die onlangs op bezoek waren bij de Nederlandse stichting Advocaten voor Advocaten kropen onmiddellijk na binnenkomst achter de bureaus van de medewerkers. Men fotografeerde zichzelf en elkaar, achter, naast en op het bureau, samen of alleen. Op honderden foto’s die nu al op Facebook staan, kijken de juristen blij en trots in mobieltjeslenzen. Pas later realiseerde ik me waarom een bureau tot zoveel opwinding kan leiden. Na jaren van oorlog, werkloosheid, vluchtelingenkampen, opvangcentra en doelloos rondbanjeren in de asielzoekerscentra, wordt een bureau met bureaulamp en computer het symbool van normaliteit. Zelfs een kaal Ikea-bureau is opeens vol betekenis. Het staat voor werken, geld verdienen, beroepseer, onafhankelijkheid, aanzien en andere menselijke verlangens, niet op de laatste plaats rust en regelmaat. Dat beeld motiveerde me te zoeken naar andere mogelijkheden om onze collega’s een bureau te kunnen aanbieden.
Oorlogsmisdrijven Syrië
Ik hoop dat ze binnenkort kunnen aanschuiven bij de aanklagers van het Joegoslavië-tribunaal om met hen van gedachten te wisselen over een dergelijk instituut voor Syrië. Of dat de juristen de benen mogen strekken onder de bureaus van de onderzoekers van het Syria Justice & Accountability Centre, gevestigd in Den Haag. De afgelopen jaren heeft dit centrum een indrukwekkend dossier samengesteld over de daders van oorlogsmisdrijven in Syrië met oog op hun toekomstige vervolging. Ook hoop ik dat ze snel in de collegebanken van onze juridische faculteit komen zitten, zodat hun droom om zich hier als advocaat te vestigen waarheid kan worden.
Gesmokkeld
Misschien worden de asielzoekers van vandaag de motor achter de toekomstige berechting van president Assad en de zijnen. Volgens het Justice & Accountability Centre is er voldoende bewijs tegen de Syrische president en andere regeringsvertegenwoordigers, hooggeplaatste leden van de Ba’ath-partij en veiligheidsdiensten. Een team van vijftig onderzoekers heeft met gevaar voor eigen leven inmiddels een half miljoen documenten het land uit gesmokkeld en heeft honderden getuigen gehoord. Samen met medewerkers van de Joegoslavië- en Rwanda-tribunalen en het Internationaal Strafhof zijn tientallen dossiers samengesteld. Men is er klaar voor. Het wachten is op een besluit van de VN-Veiligheidsraad. Die moet beslissen of het Strafhof de dossiers overneemt of dat een speciaal Syrië-tribunaal dit gaat doen. Maar vooralsnog zit er geen beweging in de zaak, want Rusland en China liggen dwars.
Er staan veel bureaus in Nederland. We gaan eraan werken om er een paar te reserveren voor Syrische juristen. Laat me weten als u ons daarbij wilt helpen.