© Jitske Schols

Linda Polman: ‘Twee parallelle universums raakten elkaar even toen de toerist struikelde over een Syrische familie’

Linda Polman: ‘Twee parallelle universums raakten elkaar even toen de toerist struikelde over een Syrische familie’

Ik schreef twintig jaar lang deze column voor u. Ik bladerde door oude afleveringen en realiseerde me dat we best veel lol hebben gehad, maar samen ook de hedendaagse vluchtelingencrisis hebben zien ontstaan en groeien.

In 2005 nam ik u mee naar Playa de la Tejita op Tenerife, waar zojuist een Afrikaanse roeiboot met 88 vluchtelingen en migranten aan boord was gestrand. We zagen de passagiers zwijgend aan land klauteren. Ze wankelden, want ze voelden na zes dagen op zee voor het eerst weer vaste grond onder hun voeten. Strandgasten stonden even gek te kijken, maar kwamen daarna in actie. Ze nodigden de vluchtelingen uit op hun gebloemde badhanddoeken, onder parasols, en boden ze Coca-Cola, breezers, chips en ijsjes aan. Al snel kwam een ambulance aangereden over het strand en langs een rijtje applaudisserende vakantievierders werden de Afrikanen naar de eerste hulp gereden. Bootvluchtelingen wekten toen nog mededogen.

Het werd 2015 en ik nam u mee naar Lesbos. Griekenland ontving dat jaar 800 duizend vluchtelingen. Op het kleine Lesbos kwamen tachtig rubberen boten per dag aan. Europese regeringen vonden de vluchtelingen hun verantwoordelijkheid niet en deden weinig of niets om ze te helpen. Vrijwilligers kregen uit heel Europa slaapzakken en babykleertjes opgestuurd om aan de vluchtelingen uit te delen, maar zij konden de mensenstroom niet meer aan. Verderop langs de Balkanroute wisten mensen het ook niet meer. Wat moesten ze met vluchtelingen wier voeten rotten omdat ze al dagen in de natte modder liepen? Met baby’s die door kou en gebrek meer dood dan levend leken? Met de zieken, verlamden en bejaarden die waren achtergebleven op een strand of langs een spoorlijn?

Achteloos op vakantie

Op Lesbos zag ik een toerist die likkend aan een ijsje langs een stoep in Molyvos kuierde. Daar zaten en lagen op datzelfde moment honderden vluchtelingen te jammeren van ellende en dorst: het was 40 graden celsius. De toerist vertoefde in een universum waarin mensen gewoon hun vakantie vierden. De vluchtelingen bestonden op dezelfde plaats, op hetzelfde moment, in een afgrijselijk parallel universum. Ik zag de twee universums elkaar even raken toen de toerist struikelde over de gestrekte, vermoeide benen van een Syrische familie. Hij herstelde zijn evenwicht en kuierde verder.

Ik realiseerde me dat het tijdens de Tweede Wereldoorlog ook zo gegaan is. Mensen in het ene universum gingen achteloos op vakantie, of naar de tandarts, op precies hetzelfde moment dat mensen in een ander universum naar Bergen-Belsen werden afgevoerd om vernietigd te worden.

Turkije deporteert vluchtelingen terug naar Syrië, in opdracht van Europa sleept Libië vluchtelingen terug naar martelgevangenissen op Libisch grondgebied en de VVD stelde voor om het redden van migranten uit zee met vier jaar gevangenis te bestraffen.

‘Alleen tirannen kennen geen erbarmen’, schreef Shakespeare. Het erbarmen van zijn burgers is waar Europa het van zal moeten hebben.

Tekst: Linda Polman
Wordt Vervolgd, december 2019 / januari 2020

Dit was Linda Polmans laatste column voor Wordt Vervolgd.

Elke maand verhalen lezen over mensenrechten?

Word Amnesty-lid voor 2,50 per maand en ontvang Wordt Vervolgd

Neem een abonnement of bestel een gratis proefnummer