Een Olympisch Stadion in Beijing, ook wel ‘het vogelnest’ genaamd, in aanbouw
© DAVID GRAY/REUTERS

China heeft (n)iets Beloofd

China organiseert in augustus 2008 de Olympische Zomerspelen. Mensenrechtenorganisaties hebben veel kritiek op het land. Welke impact heeft de Olympiade in Beijing voor Chinese burgers? Het woord is aan oud-atleten Erica Terpstra en Bettine Vriesekoop. ‘De internationale druk op China is nog nooit zo groot geweest als nu.’

Ze studeerden beiden sinologie en hebben een trackrecord als topsporter. Voormalig zwemkampioen Erica Terpstra (64), oud-staatssecretaris voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, is Olympisch houdster van een bronzen en zilveren medaille. Na een jarenlange carrière als lerares Nederlands aan Chinezen, (sport)journalist en VVD-politica is ze sinds 2003 voorzitter van het NOC*NSF.
Bettine Vriesekoop (46), uitgeroepen tot Nederlandse tafeltennisster van de 20e eeuw, pingpongde 25 jaar lang tegen Chinezen. Ze schreef twee boeken over haar ervaringen in China en is sinds 2006 correspondent voor NRC Handelsblad in Beijing. Beide vrouwen zijn elk in een andere rol nauw betrokken bij de Olympische Zomerspelen van 8 tot 24 augustus 2008. Deze petten bepalen ook hun standpunt over de relatie tussen het internationale sportevenement en de mensenrechtensituatie in China.

‘Door Beijing de Olympische Spelen toe te wijzen, wordt de ontwikkeling van de mensenrechten in China gestimuleerd.’ Deze gedenkwaardige woorden van vice-president Liu Jingmin van het Olympisch Comité Beijing 2008 werden in 2001 opgetekend toen de stad zich officieel kandidaat stelde voor de Zomerspelen. Belofte maakt schuld; internationale mensenrechtenorganisaties vinden dat China een verplichting heeft.
Erica Terpstra ziet het anders: ‘China heft niet belóófd de mensenrechtensituatie te verbeteren als de Spelen in Beijing zouden worden gehouden. Er is alleen een verwachting uitgesproken. In de sportgeschiedenis is bewezen dat grote sportevenementen een belangrijke rol kunnen spelen in de ontwikkeling van een land. Neem bijvoorbeeld de Olympische Spelen van 1988 in Seoul. In de jaren erna bleek wat voor positieve invloed het evenement had op de situatie in Zuid-Korea. De Spelen in Beijing zouden dat ook kunnen hebben op de Chinese hervormingen.’

Bettine Vriesekoop vindt het uitgangspunt van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) verkeerd. ‘Het IOC zou het evenement alleen moeten houden in democratische landen. Ik gun China de Spelen van harte. Maar als je als organisatie zegt dat je niet politiek bent, dan moet je je daar ook van vrijwaren en het evenement alleen houden in landen waar mensenrechten vanzelfsprekend zijn.’ Een argument waar Terpstra geen boodschap aan heeft. ‘Als we de Spelen louter gaan organiseren in landen waar niets aan de hand is, kan dat alleen nog maar in een land als Nederland. En zelfs daar is kritiek op. Bovendien vraag ik me af of de mensenrechten in China daarmee beter af zijn. Draai het eens om: als de Spelen volgend jaar niet in Beijing zouden worden gehouden, was de internationale en de nationale druk op China nooit zo groot geweest als nu en was er minder aandacht voor mensenrechten. In die zin hebben de Spelen nu al een positieve invloed op de Chinese situatie.’

Amnesty publiceerde op 8 augustus – precies een jaar voor de start van de Spelen – het rapport The Olympics countdown – one year left to fulfil human rights promises. Het klopt dat China enkele hervormingen in aanloop naar de Spelen heeft ingevoerd, maar er is vooral veel meer sprake van repressie.
Mensenrechtenactivisten en journalisten worden steeds meer onderdrukt en de lokale autoriteiten van Beijing maken gebruik van heropvoedingskampen om de gaststad van de 29e Olympiade ‘op te schonen’. Een ieder die niet in het straatbeeld past, kan zonder tussenkomst van een rechter voor enkele jaren worden verbannen naar een werkkamp.

Als we de Spelen louter gaan organiseren in landen waar niets aan de hand is, kan dat alleen nog maar in een land als Nederland

Om plaats te maken voor de 37 verschillende Olympische locaties, waaronder twaalf nieuwe stadions, zijn er 1,25 miljoen Chinezen gedwongen hun huis uitgezet. Naar verwachting zullen nog eens een kwart miljoen mensen op straat komen te staan. Het is zelfs voorgekomen dat bewoners pas werden geïnformeerd toen de bulldozers al op de stoep stonden. Terpstra. ‘De Griekse autoriteiten deden in Athene vier jaar geleden precies hetzelfde. Als daarbij mensenrechten worden geschonden, is dat niet juist. Elke schending is er één te veel. Maar het is niet de verantwoordelijkheid van het IOC of van ons om daar iets tegen te doen.’

Voor NOC*NSF gaan de Olympische Spelen primair over sport en niet over sociale en politieke misstanden. ‘Wij regelen voor de Nederlandse atleten de beste faciliteiten en we zijn verantwoordelijk voor hun veiligheid. Daar ligt onze taak. Maar het is vanzelfsprekend dat er tijdens zo’n groot evenement veel meer aandacht is voor China dan gebruikelijk. Dat is het bijzondere van de Spelen. Het is een sportevenement dat een platform biedt aan organisaties als Amnesty. Zij vragen aandacht voor mensenrechtenschendingen en andere politieke of sociale misstanden in het gastland. Ik geloof niet dat het evenement in Beijing heel anders zal verlopen dan eerdere Spelen. Organisaties maken gebruik van het platform om bepaalde politieke of sociale zaken aan de kaak te stellen.’

Er is geen sprake van onwil bij de Chinese autoriteiten om het land te democratiseren, meent de NRC-journalist. ‘Dat je als land niet kunt zeggen: hiep, hiep, hoera vanaf vandaag hebben we democratie!, is begrijpelijk. Dat moet geleidelijk gaan. Maar de manier waarop is tenenkrommend. Er zijn nog steeds werkkampen, mensen hebben geen vrije meningsuiting en dat een kind van twaalf moet overwerken, of überhaupt moet werken, is onacceptabel.’

De Olympische Spelen leven enorm in China. ‘Of het nou om de omstandigheden voor arbeiders, Taiwan of Tibet gaat; alle ontwikkelingen in China worden in het kader van het evenement gezien. Er zijn positieve veranderingen gekoppeld aan de komst van de Spelen. Zo hebben buitenlandse journalisten tijdelijk iets meer mogelijkheden. We mogen nu vrij reizen en zonder toestemming van het ministerie van Propaganda op reportage gaan. Aan de andere kant kunnen lokale overheden ons nog steeds tegenwerken en oppakken. Bovendien zullen de veranderde regels na de Spelen weer worden teruggedraaid. Op lange termijn zal er voor journalisten weinig verbeteren door de komst van de Spelen.’

Waar Vriesekoop tegen ageert, is de suggestie dat er in China meer vrijheid is gekomen, terwijl dat in de beleving van de burgers zeker niet het geval is. ‘Zo dacht ik dat we over milieuzaken nu wel alles mochten zeggen. Maar toen ik een paar maanden geleden met een milieuactivist sprak, werd hij niet lang daarna gearresteerd. Ik voelde me zeer betrokken bij de zaak, misschien was het interview wel de laatste druppel… Later bleek dat hij was gearresteerd om een andere reden. Hij was van plan in Beijing het Staatsbureau aan te klagen. Toch kan ik me daar dan behoorlijk schuldig over voelen. Als buitenlandse journalisten hebben we misschien iets meer vrijheid, maar bij de Chinezen worden de duimschroeven aangedraaid. Dat zal tijdens de Spelen alleen maar erger worden. De autoriteiten zijn bang dat een individuele actie anderen kan inspireren om ook in opstand te komen. Ze willen dat alles in aanloop naar en tijdens de Spelen perfect verloopt. Mensen die hun huis zijn uitgezet en Tiananmen-moeders (moeders van op het Plein van de Hemelse Vrede omgekomen studenten op 4 juni 1989, red.) krijgen geen kans om in beeld te komen, en elke actie wordt direct in de kiem gesmoord.’

Terpstra en Vriesekoop menen dat ze zelf ook een bijdrage kunnen leveren aan de mensenrechtensituatie in China. Terpstra doet dat indirect: ‘Als voorzitter van het NOC*NSF zal ik me niet publiekelijk gaan inzetten voor politieke of sociale zaken. Mijn verantwoordelijkheid is immers de sport. We informeren onze atleten wel over de situatie in China. We gaan daarvoor te rade bij veel organisaties, waaronder Amnesty. We geven die informatie overigens niet alleen aan de sporters, maar ook aan de begeleiders van de atleten en onze partners in de sport. Daarnaast zorgen we ervoor dat de Olympische kleding en het schoeisel van de atleten op maatschappelijk verantwoorde wijze worden geproduceerd. We hebben daarover overlegd met ondermeer FNV Bondgenoten, de organisatie Fair Play en de Schone Kleren Kampagne. Dat is wel onze directe verantwoordelijkheid wat betreft de mensenrechten en dat is in orde!’

Vriesekoop pleit ervoor dat journalisten hun verantwoordelijkheid nemen. ‘Verslaggevers moeten tijdens de Spelen aandacht besteden aan de schrijnende mensenrechtensituatie in China. Als dat niet gebeurt, doet dat geen recht aan het land en de mensen die hier wonen. Het is alleen een zeer ingewikkeld land, zeker voor journalisten die hier maar een paar weken zullen zijn. Ervaren China-journalisten weten hoe ze zich moeten gedragen en hoe ze moeten schipperen om aan informatie te komen. Het is een land met een gebruiksaanwijzing en met veel strikte regels. Het veiligheidsapparaat is waanzinnig, werkelijk elke scheet houden ze in de gaten. Als de politie zegt dat je ergens niet door mag, dan mag dat ook echt niet en kun je niet zoals in Nederland proberen te onderhandelen. Veel sportjournalisten zullen proberen een verhaal te schrijven over mensenrechten. Maar het is dus de vraag of dat gaat lukken. Bovendien zijn de Spelen uiteindelijk topsport. Je kunt niet tegen je redactie zeggen: “Sorry, de finale hockey kan ik niet verslaan, want dan ben ik op reportage”.’

 

De Olympische gevangene Ye Guozhu is één van de slachtoffers van de gedwongen huisuitzettingen in Beijing om ruimte te maken voor de Olympische Spelen. Eerst werden zijn twee restaurants afgebroken. Twee jaar later moesten hij en zijn gezin ook hun woning uit. Het huis stond namelijk op een plek waar de autoriteiten een park wilden aanleggen om de hoofdstad op te fleuren. Ye vroeg toestemming om een demonstratie tegen de uitzettingen te organiseren. Daarop werd hij gearresteerd en in december 2004 veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf. In de gevangenis werd hij veelvuldig gemarteld. Zo is hij met zijn armen aan het plafond gehangen en geslagen met ondermeer stroomstokken. Ye Guozhu werd beroemd door zijn vastberaden strijd en velen zien hem als ‘de Olympische gevangene’.

Eind september wordt het boekje De andere kant van de medaille. Gids voor buitenlandse journalisten in China uitgebracht. Het boekje is gratis te bestellen bij Amnesty International. Meer weten over de China-campagne? www.amnesty.nl/china

 

Wordt Vervolgd, september 2007