© Odilo Girod

Hoe Berkeley de volgende generatie mensenrechten-onderzoekers traint

Op internet is enorm veel beeldmateriaal te vinden dat als bewijs kan dienen voor mensenrechtenschendingen. Maar hoe vind je het en hoe weet je of het betrouwbaar is?

Berkeley – Langzaam druppelen tientallen studenten de grote collegezaal binnen. Aan de muren hangen schermen waarop twee experts vertellen over cybersecurity. Deze studenten gaan binnenkort aan het werk in het Human Rights Investigations Lab aan de Berkeley-universiteit in Californië. De komende maanden zullen ze niet alleen leren over hoe ze veilig online gaan, maar vooral hoe ze op sociale media als YouTube, Facebook en Twitter bewijs over mensenrechtenschendingen wereldwijd kunnen verzamelen.

‘Dit is geen gewoon vak’, vertelt Alexa Koenig, directeur van het Human Rights Centre en in 2016 mede-oprichter van het Lab. ‘Het grootste deel van je werk hier bestaat uit het doen van onderzoek in samenwerking met mensenrechtenpartners zoals Amnesty, die daadwerkelijk impact hebben op het onderzoeken van mensenrechtenkwesties.’

Hate speech

Zo droegen studenten uit Berkeley in 2018 bijvoorbeeld bij aan de Reuters-serie Myanmar Burning, over het lot van de Rohingya. Journalist Steve Stecklow schreef voor die serie een artikel over de rol van Facebook, ‘Hatebook’. ‘Facebook had gezegd dat het streng ging optreden tegen hate speech in Myanmar’, vertelt Andrea Lampros, assistent-directeur en mede-oprichter van het Lab, ‘maar onze studenten vonden zo’n duizend berichten die volgens Facebooks eigen huisregels als hate speech gelden.’ De studenten controleerden de berichten op authenticiteit en leverden het dossier vervolgens aan Stecklow. De Myanmar-serie van Reuters won uiteindelijk een Pulitzer-prijs.

Dat was nog niet alles: het Lab leverde ook extra data over Myanmar aan de VN-onderzoeksmissie in dat land, materiaal dat op dit moment door de VN wordt beoordeeld. Lampros mag niets loslaten over de details, maar zegt dat dit zogenaamde open source-bewijs – materiaal dat vrij te vinden is op internet – steeds belangrijker wordt, ook voor internationale juridische instanties.

Geheimhoudingsverklaring

‘Open source-bewijs leveren aan mensenrechtenorganisaties en -tribunalen is precies waarom het Lab is opgericht’, vertelt Koenig. ‘We wilden weten waarom veel onderzoeken van het Internationaal Strafhof, waarmee we al samenwerkten, in een vroeg stadium spaak lopen.’ Koenig liet een promovenda daar een zomer lang onderzoek naar doen. Wat bleek? ‘Het hof leunt te veel op rapporten van niet-gouvernementele organisaties met persoonlijke getuigenissen’, zegt Koenig. ‘Het Internationaal Strafhof bleek behoefte te hebben aan een manier om digitaal bewijs te verzamelen en verifiëren, om zo de verhalen van individuele getuigen te ondersteunen.’

Inmiddels doen er elk semester zo’n tachtig studenten mee aan het Lab. Ze werken aan projecten voor journalisten en mensenrechtenorganisaties, zoals de Syrian Archives – een instituut dat beeldmateriaal verzamelt over mensenrechtenschendingen in Syrië en een deel daarvan beschikbaar stelt aan de VN. Maar de studenten werken ook voor internationale instituten als het Internationaal Strafhof en de VN. Specifieke voorbeelden geeft het Lab maar sporadisch. De studenten moeten allemaal een geheimhoudingsverklaring onder-tekenen voordat ze aan het onderzoekswerk beginnen. Waar het Lab zich de komende tijd precies mee zal bezighouden is geheim, en dat geldt ook voor de reeds afgesloten projecten.

Wij checken of een video die uit Aleppo komt, ook daadwerkelijk daar vandaan komt

Amnesty was een van de eerste partners van het Lab. Het Lab maakt deel uit van Amnesty’s Digital Verification Corps (DVC), vier universiteiten die video- en fotobeelden verifiëren die Amnesty aanlevert. ‘Wij checken of een video die uit Aleppo komt, ook daadwerkelijk daar vandaan komt’, legt studente Sonnet Phelps uit. Verificatie gebeurt vaak door een proces dat geolocation heet. ‘We kregen een video die in Aleppo zou zijn opgenomen, waarin je zag hoe gebouwen verwoest waren door een luchtaanval. We gingen op zoek naar een herkenningspunt in de beelden, in dit geval een appartementencomplex dat ongeschonden was, met een felblauw zonnescherm en de koepel van een moskee op de achtergrond. Via Google Earth zoomde ik in op Aleppo en ging ik op zoek naar die specifieke herkenningspunten. Toen ik dacht de locatie gevonden te hebben, ging ik andere overeenkomsten zoeken tussen het videobeeld en het satellietbeeld van Google, zodat ik op een paar meter nauwkeurig kon bepalen waar de videomaker gestaan moest hebben.’ Zo kon Phelps bij Amnesty bevestigen dat de video echt uit Aleppo kwam.

Het Lab werkte mee aan Amnesty’s rapporten over Raqqa en Venezuela (beide uit 2019). Bij dat laatste project was Diana Chavez-Varela teammanager. ‘Mijn team heeft video’s geverifieerd die door Venezolanen zelf zijn geüpload naar sociale media en heeft met geolocation vastgesteld waar die video’s opgenomen zijn. Daarmee hebben we bijgedragen aan het bewijs dat Maduro in Venezuela op grote schaal excessief geweld tegen burgers gebruikt.’

Lees ook dit interview met Amnesty’s crisisonderzoeker Donatella Rovera over haar onderzoek in de Syrische stad Raqqa, waaraan het Lab meewerkte.

Human Rights Investigations Lab
© Odilo Girod

Activisme op macroniveau

Veel van de studenten die in het Lab werken – ze doen dat overigens niet voor geld, maar voor studiepunten – doen dat omdat ze een sterk rechtvaardigheidsgevoel en grote interesse in mensenrechten hebben. Charlotte Godart werkte in het Lab en is nu onderzoeker/trainer bij Bellingcat, een internationale onderzoeksgroep die open source-onderzoek doet naar onder meer de MH17-ramp en de situatie in Syrië en Jemen. ‘Het onderzoekswerk heeft mijn kijk op activisme veranderd’, vertelt ze. ‘Op de middelbare school werkte ik voor het Rode Kruis en tijdens mijn studie heb ik een zomer als vrijwilliger met vluchtelingen in Griekenland gewerkt. Mijn activisme zat toen op microniveau. Mijn werk in het Lab en nu bij Bellingcat is veel meer macro. Je hebt niet per se een directe impact op een bepaalde situatie, maar je bent onderdeel van een groter geheel.’ En dat vindt ze belangrijk: ‘Ik geloof dat open source-onderzoek in de toekomst het lot van internationale strafzaken in sterke mate gaat veranderen.’

Net als een moordwapen volgens een protocol behandeld wordt, moet ook een onthoofdingsvideo volgens vaste stappen geverifieerd worden

Sonnet Phelps: ‘Het is interessant om met de techbedrijven samen te werken op het gebied van mensenrechten. Neem het voorbeeld van Facebook in Myanmar. Het platform werd op grote schaal gebruikt om haatdragende berichten over Rohingya te verspreiden. Maar omdat het bedrijf zelf niet in Myanmar zit en er eigenlijk heel weinig van wist, hebben ze veel te laat ingegrepen. Met de vaardigheden die ik bij het Lab heb opgedaan, zou ik techbedrijven meer inzicht kunnen geven in hoe hun platform op bepaalde plekken gebruikt wordt.’

Meedenken met techbedrijven

Het Lab staat in contact met de grote techbedrijven in Californië. Koenig: ‘We hebben het bijvoorbeeld over hoe materiaal dat die bedrijven met goede redenen offline halen, omdat het schadelijk kan zijn en niet op die platforms thuishoort, toch beschikbaar kan blijven voor juridische organisaties.’ YouTube of Facebook halen een onthoofdingsvideo bijvoorbeeld zo snel mogelijk offline, maar een internationaal gerecht dat mensenrechtenschendingen in een bepaald gebied vervolgt, moet zulke video’s juist als bewijsmateriaal kunnen gebruiken. Koenig denkt met de techbedrijven mee hoe zoiets het best opgezet kan worden. Bijvoorbeeld door middel van een centrale, online bibliotheek waar dat soort beeldmateriaal verzameld wordt en die alleen door bepaalde instanties bezocht kan worden. ‘Maar dan krijg je vragen als: wie beheert die bibliotheek, in welk land? En wie bepaalt wie er wel en geen toegang krijgt? Als de beheerder in de VS zit, krijgt de Russische overheid dan toegang?’ Een andere optie, vertelt Koenig, is dat de platforms beeldmateriaal niet offline halen, maar zorgen dat het niet vindbaar is voor een algemeen publiek.

Akelige beelden

Het werk in het Human Rights Lab is voor sommigen niet zonder risico. Vooral studenten die werken aan projecten uit die regio waar ze zelf vandaan komen, of studenten die bepaalde zeldzame talen of dialecten spreken, vertelt Koenig. ‘Als zij op enig moment van plan zijn weer terug te gaan naar hun thuisland, willen we voorkomen dat ze hier betrokken zijn geweest bij projecten die hen daar mogelijk in gevaar kunnen brengen.’ Om die reden weigert het Lab soms om bepaalde studenten in specifieke onderzoeksteams te plaatsen. Bijvoorbeeld toen het Afrika-team een video analyseerde waarin een zeer zeldzame taal gesproken werd. ‘Op de hele universiteit was één student die die taal sprak, maar we hebben haar niet gevraagd te helpen. Bij terugkomst in haar thuisland zou dat te gevaarlijk geweest zijn.’

Het beeldmateriaal is vaak schokkend. ‘Kijk video’s altijd zonder geluid en op zo klein mogelijk formaat’, is dan ook het advies

Maar het belangrijkst zijn misschien wel de psychische en sociale gevolgen van het zien van gewelddadig en akelig beeldmateriaal. Zowel de studenten in Berkeley als de onderzoekers in het veld moeten daarom voorzorgsmaatregelen nemen. ‘Kijk video’s altijd zonder geluid en op zo klein mogelijk formaat’, zegt Koenig. ‘Voor onze studenten geldt: werk altijd in het fysieke Lab en niet vanuit je eigen slaap- of woonkamer. Op die manier houd je het werk zo veel mogelijk gescheiden van je privéleven.’

© Odilo Girod

Internationaal protocol

Open source-onderzoek in de mensenrechtensector staat nog in de kinderschoenen. Met alle kennis die het Lab de afgelopen jaren heeft opgedaan, zowel in de samenwerking met projectpartners als in het daadwerkelijke onderzoek, werkte Koenig de afgelopen tijd aan een internationaal protocol voor open source-onderzoek. Voor het protocol, dat sinds 1 september dit jaar van kracht is, werkte het Lab samen met de Hoge Vertegenwoordiger voor de Mensenrechten van de VN en de hoofden van verschillende internationale tribunalen. Het doel: een handboek of set van richtlijnen over hoe je informatie van (met name) sociale media verzamelt, zodat het bruikbaar is bij rechtszaken. In juridische processen is het namelijk belangrijk dat bewijs – in dit geval foto’s of video’s – op een correcte en uniforme manier behandeld wordt. Net als een moordwapen dat op een plaats delict wordt gevonden en volgens een bepaald protocol behandeld en gearchiveerd wordt, moet een onthoofdingsvideo volgens een vastgelegde serie stappen geverifieerd en bewaard worden.

Critici vinden open source-onderzoek bruikbaar voor journalisten en activistische mensenrechtenorganisaties, maar niet voor juridische actie

Er is ook kritiek op het gebruik van open source-onderzoek. Critici zeggen dat het bewijsmateriaal dat via deze weg verzameld is, bruikbaar kan zijn voor journalisten en activistische mensenrechtenorganisaties, maar niet voor juridische actie. Een video waarin mensenrechtenschendingen te zien zijn, toont alleen aan dát het gebeurd is – niet wie er opdracht toe gaf.

Koenig vindt die kritiek achterhaald. Aan de tientallen studenten die op het punt staan het onderzoeksveld te betreden, vertelt ze over de Libische Mahmoud al-Werfalli, die in 2017 en 2018 twee keer door het Internationaal Strafhof aangeklaagd werd voor de executies van tientallen mensen in Benghazi. ‘Grotendeels op basis van bewijs dat op sociale media verzameld werd’, zegt Koenig. Het Lab was daar weliswaar niet bij betrokken, maar bijvoorbeeld de data over Myanmar die het aan de VN-onderzoeksmissie geleverd heeft, zouden in de toekomst voor vervolging gebruikt kunnen worden. Koenig wil maar zeggen: de studenten die nu in de collegezaal zitten, zouden in de (nabije) toekomst wel eens een rol kunnen spelen in het opsluiten van (oorlogs)misdadigers.

Zo ga je zelf aan de slag met open source-onderzoek

Charlotte Godart: ‘Reverse Image Search kunnen mensen makke-
lijk zelf doen. Als je een foto ziet op internet, bijvoorbeeld op Facebook of Twitter, sla je ’m op. Vervolgens gebruik je die foto via Google Reverse Image Search en zie je waar die foto nog meer voorkomt. Op die manier kun je snel foutieve informatie ontkrachten. Bij memes en nepnieuws worden doorgaans beelden gebruikt die van het internet zijn geplukt. Op deze manier kom je daar snel achter.’

Diana Chavez-Varela: ‘Tweetdeck is een handige manier om Twitter te monitoren en te doorzoeken. Het is een applicatie waarin je bibliotheken en lijsten over bepaalde onderwerpen of met specifieke accounts kunt aanleggen. Op die manier kun je een onderwerp van verschillende perspectieven bekijken. Zo kun je bijvoorbeeld de accounts van bepaalde generaals in, zeg, Venezuela in één lijst verzamelen en zo precies monitoren wat zij allemaal zeggen en posten.’

Sonnet Phelps: ‘Geolocationis een leuke manier om aan de slag te gaan met open source. Zoek een foto of video en bepaal daarin het opmerkelijkste herkenningspunt. Probeer vervolgens dat herkenningspunt via Google Maps of Google Earth te vinden en je weet de precieze plek waar de foto of video werd (op)genomen.’

Tekst: Eva Schram
Wordt Vervolgd, okt. 2019

Elke maand verhalen lezen over mensenrechten?

Word Amnesty-lid voor 2,50 per maand en ontvang Wordt Vervolgd

Neem een abonnement of bestel een gratis proefnummer