Ruben Rozendaal
© Horacio Stjeward/Parbode

‘Als ik heen mag gaan‚ laat me verlost heengaan’

Ruben Rozendaal was de enige verdachte die wilde dat het Decembermoordenproces in Suriname door zou gaan. Hij zegt onschuldig te zijn‚ maar de aanklager eiste dit najaar tien jaar celstraf tegen hem. Voor zijn zelfmoord ruim een maand later gaf hij nog één interview. ‘Misschien dat mensen mij wel gaan geloven als ik in Wordt Vervolgd mijn zegje doe.’

Paramaribo – Op 1 december pleegde Ruben Rozen-daal zelfmoord. Hij was een van de zestien militairen die op 25 februari 1980 onder leiding van Desi Bouterse een succesvolle staatsgreep in Suriname pleegden. Als een van de verdachten in het proces rond de Surinaamse Decembermoorden van 1982‚ waarbij vijftien tegenstanders van het militaire regime in Fort Zeelandia in Paramaribo werden geëxecuteerd‚ hoorde hij eind oktober vorig jaar tien jaar cel tegen zich eisen.

In de weken voor zijn zelfgekozen dood sprak hij openhartig met Wordt Vervolgd over die roerige jaren tachtig‚ over zijn eigen rol en vooral over Bouterse‚ sinds 2010 president van Suriname. ‘Er zijn mensenrechten geschonden‚ maar ik zweer dat ik geen bloed aan mijn handen heb.’Paramaribo – Op 1 december pleegde Ruben Rozen-daal zelfmoord. Hij was een van de zestien militairen die op 25 februari 1980 onder leiding van Desi Bouterse een succesvolle staatsgreep in Suriname pleegden. Als een van de verdachten in het proces rond de Surinaamse Decembermoorden van 1982‚ waarbij vijftien tegenstanders van het militaire regime in Fort Zeelandia in Paramaribo werden geëxecuteerd‚ hoorde hij eind oktober vorig jaar tien jaar cel tegen zich eisen.

Zegje doen

Eigenlijk wilde hij geen interviews meer geven‚ zo zei hij eerder in een telefoongesprek. ‘Ik ben er klaar mee‚ ik heb alles al gezegd en niemand gelooft mij.’ Maar na aandringen wil hij voor Wordt Vervolgd een uitzondering maken. Een blad van Amnesty International ziet hij als ‘het hol van de leeuw’. ‘Misschien dat mensen mij gaan geloven als ik daarin mijn zegje doe.’

Enkele dagen voor dat telefoongesprek had Rozendaal in het strafproces rond de Decembermoorden een gevangenisstraf van tien jaar tegen zich horen eisen vanwege betrokkenheid bij de Decembermoorden. ‘Ik ben daar kapot van. Ik ben open en eerlijk geweest tegenover de rechter over mijn rol en vooral die van Bouterse.’ Hoewel Rozendaal niet werd aangeklaagd voor het uitvoeren van de executies‚ had hij toch gehoopt op een gunstiger eis van de aanklager. ‘Tegen andere verdachten is vrijspraak geëist terwijl ze nooit in de rechtbank zijn geweest en geen enkele vraag hebben beantwoord. Echt‚ ik wil mijzelf van kant maken. Maar ja‚ ik wil dat mijn dochter niet aandoen‚ dat is het enige wat mij weerhoudt.’

Typisch Bouterse: als het hem uitkomt schreeuwt hij‚ maar als hij wat moet vertellen dan verschuilt hij zich

Als we elkaar een week later ontmoeten in zijn kleine appartement‚ een paar kilometer van het centrum van Paramaribo‚ verontschuldigt hij zich voor ‘de enorme rommel’. Overal liggen stapels papieren‚ die volgens de vermoeid ogende Rozendaal allemaal te maken hebben met het lopende strafproces. Het appartementje is niet bepaald een onderkomen dat je verwacht bij iemand die in de jaren tachtig met zijn collega-militairen de dienst uitmaakte in het land. En het staat in schril contrast met de luxe waarin menig andere nog levende couppleger van 25 februari 1980 vandaag de dag nog leeft.

‘Ik heb niet gestolen zoals de anderen. Lange tijd had ik een goed leven‚ dat wel. Maar nadat ik in ongenade viel bij Bouterse‚ heeft hij er alles aan gedaan om mijn leven kapot te maken. En dat is hem goed gelukt‚ zoals je ziet. Ik moet iedere maand rond zien te komen van 1.700 Surinaamse dollar (nog geen 200 euro). Ik heb mijn huis moeten verkopen om mijn advocaat te betalen voor het Decembermoordenproces. En dat terwijl ik onschuldig ben‚ ik heb niemand om het leven gebracht. Het was Bouterse persoonlijk die opdracht gaf voor de moorden. Ook heeft hij zelf gemoord.’

Schreeuwen of verschuilen

Ooit waren Bouterse en Rozen-daal maatjes‚ bloedbroeders. ‘Hij heeft me herhaaldelijk verteld dat hij op 8 december 1982 zelf de trekker in Fort Zeelandia heeft overgehaald om een einde aan de levens van Cyrill Daal en Surindre Rambocus te maken (Daal was een vakbondsleider met zeer scherpe kritiek op Bouterse; Rambocus een van de coupplegers‚ die kort daarna in ongenade viel‚ AS). Dat heb ik de rechter en de aanklager ook verteld. Maar ze vinden het niet afdoende bewezen. Ze geloven zeker wel al die andere schijtluizen‚ die tot op de dag van vandaag zijn hielen likken of doodsbang voor hem zijn‚ en daarom zeggen dat hij het niet heeft gedaan? Is mijn woord dan niets waard? Gelukkig is er nog wel twintig jaar tegen Bouterse geëist omdat hij verantwoordelijk was voor de moorden.

‘Het is natuurlijk schofterig dat hij nooit het lef heeft gehad om zelf voor de rechters te verschijnen. Dat is typisch Bouterse: als het hem uitkomt schreeuwt hij‚ maar als hij wat moet vertellen dan verschuilt hij zich.’

Een coup plegen is één ding‚ het een goed vervolg geven‚ is heel wat anders. We waren jong en eigenlijk helemaal niet klaar ervoor

Terwijl Rozendaal honderduit praat over wat er volgens hem niet deugt aan Bouterse‚ praat hij niet graag over zijn eigen rol in de militaire periode van de jaren tachtig‚ en vooral die bij de Decembermoorden. ‘Geloof het of niet‚ ik heb de moorden van 8 december echt niet zien aankomen. Ik heb alleen in opdracht van de militaire leiding ’s nachts André Kamperveen en Fred Derby thuis opgehaald. Kamperveen heb ik nog de gelegenheid gegeven om andere kleren aan te doen‚ hij had alleen een korte broek aan. Denk je nou echt dat ik hem dat had laten doen als ik wist dat hij later vermoord zou worden?’

Er zijn maar weinig Surinamers die Rozendaal op zijn woord geloven. Vooral zij die de militaire periode hebben meegemaakt‚ vinden dat hij nu krokodillentranen huilt en niet oprecht is. Zij kennen hem als de jonge militair die in die donkere periode na de staatsgreep vanuit de laadbak van een pick-up met zijn AK-47-machinegeweer zwaaide en iedereen angst aanjaagde. Menigeen denkt dat hij wel degelijk bij de moorden aanwezig was. Ook zijn er de verhalen dat hij met zijn collega’s tal van burgers heeft afgetuigd. Volgens Rozendaal zelf valt dat allemaal wel mee: ‘Ik geef toe dat ik weleens een klap heb uitgedeeld‚ maar dan verdiende de ander dat ook. We moesten laten zien wie op dat moment de baas was‚ en wie dat niet accepteerde moest worden gecorrigeerd. Maar ik heb nooit iemand zodanig letsel bezorgd dat dit blijvende gevolgen had. Ik zweer het je.’

Enorme puinhoop

‘Je moet niet vergeten dat wij‚ de zestien militairen die in 1980 een staatsgreep pleegden‚ eerlijk gezegd verbaasd waren dat het toen ook lukte. Een coup plegen is één ding‚ het een goed vervolg geven‚ is heel wat anders. We waren jong en waren er eigenlijk helemaal niet klaar voor. Gelukkig hadden we de steun van een groot deel van de bevolking‚ die helemaal klaar was met de politici die er vanaf de onafhankelijkheidswording op 25 november 1975 een enorme puinhoop van hadden gemaakt. Het land was stuurloos en iedereen vertrouwde erop dat wij het beter zouden doen‚ orde op zaken zouden stellen. Die intentie was er ook‚ maar sommigen – onder wie Bouterse – probeerden alle macht naar zich toe te trekken. Zij zouden het land volgens het Cubaanse socialistische model wel even naar grote hoogten brengen. Ik geloofde in de oprechtheid en het doel dat Bouterse ons voorschotelde. Maar na de Decembermoorden van 1982 sloeg bij mij de twijfel wel een beetje toe.’

Cocaïnehandel

Toch bleef hij Bouterse nog lang trouw. ‘Nogmaals‚ ik stond achter zijn ideeën‚ laat daar geen twijfel over bestaan. En we waren beste vrienden. Hoewel ik niet gelukkig was met de moorden‚ geloofde ik in de socialistische staat. Maar het was na december 1982 moeilijk om die te realiseren. Nederland en andere landen draaiden de geldkraan dicht‚ we moesten andere manieren zoeken om de zaak draaiende te houden. Dat werd de cocaïnehandel. Ik ben er achteraf niet trots op‚ maar dat heeft ons wel overeind gehouden. Tientallen keren ben ik met Bouterse naar een airstrip in de jungle gereden om een vliegtuigje uit Colombia leeg te halen. We raakten het op een gegeven moment aan de straatstenen niet kwijt. Ik heb maandenlang honderden kilo’s drugs in mijn garage opgeslagen omdat we niet wisten wat we ermee moesten.’

Maar nadat in november 2007 het strafproces rond de Decembermoorden eindelijk van start ging‚ begon er bij Rozendaal iets te knagen. ‘Tijdens de eerste zittingen zag ik de pijn die nabestaanden nog steeds hadden. Dat voelde als mijn pijn. Wat meespeelde‚ was dat ik ook ziek werd. Inmiddels moet ik drie keer in de week mijn nieren laten dialyseren. En dan weet je dat je elk moment dood kan gaan. Aan de andere kant wilde ik ook mijn vrienden‚ zoals Bouterse‚ niet verraden.’

Anmnestiewet

Uiteindelijk deed hij dat op 9 maart 2012 wel. Voor de rechter verklaarde hij als donderslag bij heldere hemel dat Bouterse hem zou hebben verteld persoonlijk Cyrill Daal en Surindre Rambocus te hebben doodgeschoten. In een eerdere verklaring‚ op 8 mei 2010‚ had hij gezegd dat hij van niets wist. ‘Toen was ik er veel slechter aan toe. Maar ik wou niet dat men zou zeggen dat ik door mijn ziekte heel wat rotzooi zat te vertellen. Dus om een lang verhaal kort te maken‚ heb ik gezegd: “Nee‚ Bouterse was niet in Fort Zeelandia waar de moorden werden gepleegd.” Ik wilde zo snel mogelijk weer naar huis‚ omdat ik me niet goed voelde.’

Na zijn verklaring probeerde Bouterse via een amnestiewet die op 5 april 2012 door het Surinaamse parlement werd aangenomen‚ vrijgepleit te worden van strafvervolging. ‘Dat was zo laf! Ik heb mij daartegen verzet en altijd gepleit voor voortgang van het proces‚ ook toen Bouterse andere fratsen uithaalde om zijn straf te ontlopen. Ik ben blij dat hem dat niet is gelukt.’

Fouten gemaakt

‘Nu ben ik ziek en wil ik in het reine komen. De tijd tikt. Het is een last‚ ik wil ervan verlost zijn. Als ik heen mag gaan‚ laat me verlost heengaan. Er kleeft geen bloed aan mijn vingers‚ ik heb geen geweten dat mij knijpt in mijn hersenen. Als Bouterse een echte man is‚ dan zegt hij wat er gebeurd is. We waren jong‚ we hebben fouten gemaakt‚ vertel het! Ik denk dat hij dat een keer zal doen. Wanneer? Misschien voor zijn dood. Hij heeft prostaatkanker‚ is daar ook een paar keer voor behandeld en zelfs geopereerd op Cuba. Het is een zieke oude man die als je het mij vraagt niet zo lang meer te gaan heeft. Hij moet toch een keer tot inkeer komen en schoon schip willen maken? Al is het maar voor zichzelf. Als daardoor de nabestaanden van de Decembermoorden de antwoorden krijgen op al hun vragen‚ dan heeft hij ook een goede daad verricht en kan hij misschien met een gerust hart voor de Schepper verschijnen.’

In de ochtend van 30 november gaf Ruben Rozendaal zijn goedkeuring aan de tekst zoals die in Wordt Vervolgd zou verschijnen. Later die dag eiste de aanklager tegen vier medeverdachten in het Decembermoordenproces vrijspraak. Rozendaal zal niet begrepen hebben waarom hij wel de cel in zou moeten‚ en zijn medeverdachten niet. Maar of dat de reden was dat hij een dag later de ader in zijn bovenarm doorsneed en doodbloedde‚ zal voor altijd een mysterie blijven.

NAAM Ruben Rozendaal  GEBOREN in 1956 in Paramaribo  WAS ALS MILITAIR betrokken bij de staatsgreep in 1980 van toenmalig legerleider Desi Bouterse  BRACHT TIJDENS DE DECEMBERMOORDEN in 1982 tegenstanders van het regime naar Fort Zeelandia‚ waar vijftien slachtoffers vielen  HEEFT ALTIJD ONTKEND bloed aan zijn handen te hebben  WEIGERDE de ‘Gouden Ster van de Revolutie’ die president Bouterse in 2011 aan alle nog levende coupplegers uitreikte  LEGDE ALS ENIGE medeverdachte in 2012 een belastende verklaring tegen Bouterse af‚ na hem eerder te hebben vrijgepleit  OVERLEED OP 1 december 2017

Tekst: Armand Snijders
Wordt Vervolgd, februari 2018

Elke maand verhalen lezen over mensenrechten?

Word Amnesty-lid voor 2,50 per maand en ontvang Wordt Vervolgd

Neem een abonnement of bestel een gratis proefnummer