Dienstplichtig soldaat Rinus Wehrmann kreeg in 1971 twee jaar celstraf omdat hij weigerde zijn haar te knippen. Later verlaagt het Hoog Militair Gerechtshof dit tot twaalf dagen zwaar arrest.
© Bert Verhoef/Nationaal Archief

Ad van Liempt over de ontwikkeling van het Nederlandse mensenrechtenbeleid

Dat mensenrechten speciale bescherming behoeven‚ ook in Nederland‚ is niet altijd vanzelfsprekend geweest. Journalist en programmamaker Ad van Liempt schetst de ontwikkeling van het Nederlandse mensenrechtenbeleid‚ zwervend langs bijna-vergeten mijlpalen. ‘Er is iets grondig aan het veranderen in de driehoek protest-publiciteit-politiek.’

Het is 27 juni 1945. Vanaf de luchthaven van San Francisco stijgt die ochtend een militair vliegtuigje op. Aan boord Alger Hiss‚ de secretaris-generaal van de conferentie‚ die de dag tevoren het Handvest van de Verenigde Naties heeft vastgesteld en ondertekend. Hiss kennen we vooral van een paar jaar later‚ als hij slachtoffer wordt van de wilde jacht op communistische spionnen in zijn land. Maar nu heeft hij de taak een pakketje papieren‚ mét het origineel van het Handvest van de Verenigde Naties‚ naar Washington te brengen‚ met dat speciaal gecharterde vliegtuig. Niemand minder dan Harry Truman‚ de Amerikaanse president‚ zal het waardevolle document in zijn kluis bewaren‚ is de afspraak.

51 handtekeningen

In het vliegtuigje is slechts één parachute aanwezig. Alger Hiss denkt even na‚ en bevestigt dan de parachute aan het pakketje met de belangrijke papieren‚ en niet aan zichzelf.
Bescherming van de fundamentele rechten van de mens – hier‚ helemaal in het begin‚ ook in fysieke zin. Daar is het eigenlijk begonnen.

Er stonden overigens nog maar 51 handtekeningen onder dat Handvest. Vandaag zijn dat er 192. Nederland was bij de eerste ondertekenaars‚ maar stond bepaald niet te dringen. Toen de conferentie in San Francisco in april 1945 begon‚ was ons land nog niet eens bevrijd. We hadden wel een omvangrijke delegatie op de been gebracht‚ afkomstig uit Londen en Australië‚ waar de uit Batavia ontkomen Indische regering in ballingschap zat.

De delegatie stond onder leiding van minister Van Kleffens. Ze diende liefst acht amendementen in op de ontwerptekst. Wij Nederlanders hadden namelijk nogal wat bezwaren. Dat de bede tot God in het Handvest ontbrak‚ bijvoorbeeld. En dat er een vetorecht in het Handvest was opgenomen voor grote mogendheden. Delegatieleider Van Kleffens voorvoelde‚ niet ten onrechte‚ dat dit de slagkracht van die toekomstige Verenigde Naties ernstig zou belemmeren.

‘Een vrouw die publiekelijk spreekt‚ zie ik als publieke vrouw’‚ zei hij. Meteen vroeg Eleanor Roosevelt het woord

De Verenigde Naties stellen daarna een commissie mensenrechten in‚ die een Universele Verklaring van de Rechten van de Mens moet opstellen. Achttien leden werken er anderhalf jaar aan‚ van januari 1947 tot juni 1948. De Amerikaanse vertegenwoordiger in de commissie is Eleanor Roosevelt‚ die met nooit-aflatend enthousiasme aan het project trekt. Dat valt niet altijd mee. De Koude Oorlog is ontbrand. Roosevelt‚ die de aanwezigen steeds oproept vrijuit en onafhankelijk te praten‚ krijgt in een vergadering een ongebruikelijk verzoek van de Sovjet-afgevaardigde: ‘Wilt u de vergadering misschien uitstellen‚ ik heb nog geen orders uit Moskou ontvangen.’ Die Sovjet-vertegenwoordiger heet overigens professor Pavlov. Inderdaad‚ een neef van. Voorspelbaar gedrag zat hem kennelijk in de genen.

Publieke vrouw

Hilda Verwey-Jonker‚ juriste‚ sociologe‚ journalist‚ politica‚ verzetsvrouw‚ maakt enige tijd deel uit van de Nederlandse delegatie. Volgens de Nederlandse wet is ze dan in financiële aangelegenheden nog niet handelingsbekwaam‚ want ze is een getrouwde vrouw. Dat verandert pas in 1956. Ze moet tijdens een van de vergaderingen van de commissie meemaken dat de voorzitter van die dag‚ een man uit Haïti‚ de bijeenkomst begint met de mededeling dat hij niet van plan is aan vrouwen het woord te verlenen. Want‚ zegt hij‚ ‘een vrouw die publiekelijk spreekt‚ beschouw ik als publieke vrouw’.

Eleanor Roosevelt

De eerste die daarop het woord vraagt‚ is Eleanor Roosevelt. Er ontstaat rumoer in de zaal‚ allerlei bezorgde types drentelen om de voorzitter‚ en mevrouw Roosevelt begint onverstoorbaar haar betoog‚ alsof ze niets gehoord heeft. ’s Middags is er een andere voorzitter.

De beslissende vergadering wordt niet in New York gehouden‚ maar in Parijs‚ aan het eind van 1948. Na drie maanden vergaderen‚ met 84 bijeenkomsten en 1.400 stemrondes‚ is 10 december de grote dag dat de Universele Verklaring getekend zal worden. Maar de Nederlandse regeringsvertegenwoordigers hebben dan wel wat anders aan hun hoofd. Er komen steeds verontrustender berichten uit Indië. Onze hoogste man daar‚ Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon Louis Beel‚ telegrafeert uitgerekend die dag dat hij vindt dat het Nederlandse leger de Republiek Indonesië een beslissende klap moet toedienen‚ hoe eerder hoe beter.

Vetorecht

Minister Stikker van Buitenlandse Zaken overlegt ’s middags om drie uur – de inkt van de Universele Verklaring is nog nat – met zijn Franse collega Schuman. Hij vraagt de Fransen hun vetorecht te gebruiken als andere landen een Nederlandse aanval via de Veiligheidsraad willen stoppen. Schuman aarzelt‚ maar hij spreekt wel met Stikker af dat het een goed idee zal zijn als Nederland zijn aanval pas inzet na 17 december‚ de dag dat alle afgevaardigden naar huis gaan voor het kerstreces. Het zal dan weken duren voor de Veiligheidsraad kan vergaderen over een Nederlandse aanval op de Republiek.
Dat is de paradox van 10 december 1948.

Achter de schermen: de voorbereidingen voor een oorlog‚ inclusief de misleiding van de Verenigde Naties. In het openbaar: de ondertekening van een verklaring die de wereld moet veranderen‚ verbeteren.

We moeten de neiging zien te onderdrukken meewarig te doen over de moeizame start van het mensenrechtenbeleid

We moeten de neiging zien te onderdrukken meewarig te doen over de moeizame start van het mensenrechtenbeleid. Denk aan de woorden van de Britse schrijver L.P. Hartley: ‘The past is a foreign country‚ they do things differently there.’ Het kon in die verwarde wereld van kort na de Tweede Wereldoorlog niet anders dan moeizaam gaan‚ met heel kleine stapjes.

Uit de Universele Verklaring kwamen na jarenlang nijver doorwerken twee verdragen voort‚ één voor burger- en politieke rechten‚ en één voor sociaal-economische rechten. In de tussentijd werkten de lidstaten‚ de meeste althans‚ aan invulling van het mensenrechtenbeleid in eigen nationale wetten.

Dicht bij huis

En ook dat ging niet vanzelf. In Nederland wordt vanaf de jaren vijftig de positie van vrouwen langzamerhand gelijkgetrokken. In de Haarlemse gemeenteraad begint een actie om vrouwen het recht te geven als ambtenaar door te werken na hun huwelijk – uiteindelijk gaat de Tweede Kamer daarmee akkoord.

Dat is precies wat Eleanor Roosevelt bedoelde‚ toen ze op 10 december 1958‚ toen de Universele Verklaring precies tien jaar bestond‚ zei: ‘Waar beginnen de universele mensenrechten? Op kleine plaatsen‚ dicht bij huis – zo dichtbij en zo klein dat ze op geen enkele kaart van de wereld gezien kunnen worden. Maar die plekken zijn de wereld van individuele mensen: de buurt waarin hij woont‚ de school die hij bezoekt‚ de fabriek‚ boerderij of kantoren waar hij werkt. Als deze rechten daar geen betekenis hebben‚ hebben ze weinig betekenis ergens anders.’

Ontslag voor vrouwen

Rechten in de kantoren en de fabrieken‚ daar gaat het om. Ook in Nederland. Ook in Noordoost-Groningen‚ in de sigarenfabriek Champ-Clark. Daar krijgen‚ in 1969‚ de mannelijke werknemers opeens een tientje opslag in de week. De vrouwen die er werken‚ krijgen het niet. En dan is er opeens een reactie. Het timide‚ meegaande Nederland van de jaren vijftig bestaat niet meer‚ er komt protest‚ er komt actie. De vrouwen gaan staken. De bond weet er geen raad mee‚ het is een wilde actie. De vrouwen krijgen ontslag‚ maar ze trekken de publiciteit naar zich toe‚ krijgen van alle kanten bijval en komen uiteindelijk toch met de werkgever aan tafel. Ze winnen‚ zeker als blijkt dat Champ-Clark jarenlang te weinig loon heeft uitbetaald. Hun weinig solidaire mannelijke collega’s profiteren uiteindelijk mee: ook zij krijgen loonsverhoging.

Allerlei acties worden bedacht‚ van ‘Vecht voor je Gekkenrecht’ tot ‘Baas in eigen Brein’

De Nederlandse samenleving is inmiddels onherkenbaar veranderd. De opstandige jeugd van de jaren zestig heeft het voorbeeld gegeven en op alle fronten zijn acties aan de basis losgebarsten. Gewone mensen eisen rechten op‚ vechten tegen willekeur‚ willen invloed op hun leefomgeving – en ze kunnen in de meeste gevallen wel ergens een mensenrecht vinden om hun acties op te baseren. Ze hebben vanaf de jaren zeventig een bondgenoot in de media‚ zowel gedrukt als audiovisueel‚ die zich aan de verzuiling ontworstelen en in hun nieuw verworven vrijheid veel aandacht schenken aan al dat activisme in de samenleving. En zo ontstaat een driehoek van de drie P’s die in veel gevallen effectief blijkt: de protestactie leidt tot publiciteit‚ en daarop reageert de politicus die zich steeds meer volksvertegenwoordiger gaat voelen. Daardoor ligt de weg open naar overheidsmaatregelen en vaak ook wetgeving. Geen maatschappelijk terrein ontkomt aan deze nieuwe dynamiek.

Valiumvrije vrijdag

Neem het recht op zo goed mogelijke lichamelijke en geestelijke gezondheid. In Wolfheze‚ bij Arnhem‚ staat op het terrein waar al meer dan een eeuw psychiatrische patiënten worden verpleegd een klein beeldje‚ van een vrouwenfiguur met gaten erin. Een verscheurde persoonlijkheid. Het herinnert aan de eerste Dag van de Psychiatrie die in 1975 werd gehouden‚ het begin van een brede beweging om de rechten van psychiatrische patiënten beter te regelen. De meest uiteenlopende acties worden bedacht‚ van ‘Vecht voor je Gekkenrecht’‚ een actie waarbij de Gek’expres langs instellingen trekt‚ tot ‘Baas in eigen Brein’ waarbij een valiumvrije vrijdag wordt uitgeroepen.

Opgeborgen in een netje

En dan hadden we Rinus Wehrmann nog. Hij was in 1971 dienstplichtig militair met lang haar. Hij weigerde naar de kapper te gaan en de krijgsraad veroordeelde hem daarop tot twee jaar cel. De toen 20-jarige Wehrmann nam dit niet‚ evenmin als diverse protestgroepen die drie weken onophoudelijk demonstreerden. De driehoek van de drie P’s trad in werking: op 16 juni 1971 besloot minister Den Toom de militaire haardracht op korte termijn vrij te laten en Wehrmann kwam diezelfde dag op vrije voeten. Hij had drie maanden in voorarrest gezeten. Hij moest nog wel voor het Hoog Militair Gerechtshof verschijnen waar zijn straf van twee jaar werd omgezet in twaalf dagen zwaar arrest. Rinus’ haar mocht lang blijven‚ zij het opgeborgen in een netje.
Het lijkt een eeuw geleden. The past is a foreign country‚ they do things differently there.

De afschaffing van de dienstplicht heeft de strijd voor de rechten van de dienstplichtig militair voorgoed beëindigd. Maar dat is zo ongeveer een unicum: de meeste mensenrechten raken nooit uit de gevarenzone.

Kinderrechten

Neem de rechten van het kind. Die staan al vermeld in de Universele Verklaring en ze werden uitgewerkt in een Verklaring van de Rechten van het Kind‚ in 1959‚ en een Verdrag voor de Rechten van het Kind in 1989. De bescherming ervan vereist uiteenlopende activiteiten – bescherming tegen geweld‚ bescherming tegen uitbuiting‚ bescherming ook tegen onveilige situaties.

We zagen onlangs hoe in de verkiezingscampagne de acties oplaaiden tegen het terugsturen van zogeheten gewortelde asielkinderen. Kinderen dus die hun geboorteland helemaal niet kennen en hier volledig gewend en vertrouwd zijn. Asielkinderen voeren actie‚ gesteund door Defence for Children‚ het Jeugdjournaal voert Aleksandar ten tonele‚ een tienjarig jongetje dat in Nederland is geboren en niet terug wil naar Servië omdat hij de taal niet spreekt. Klasgenootjes noemen hem een goede vriend en slaan een arm om hem heen – de driehoek van de drie P’s draait opnieuw op volle toeren‚ wat resulteert in de opname van een kinderpardon in het regeerakkoord van het kabinet-Rutte II.

Geweldsmonopolie

Nog zo’n immer actuele kwestie: het recht van de burger om beschermd te worden tegen zijn eigen overheid. Daar hebben we inmiddels tal van instanties en klachtenregelingen voor opgezet‚ maar vooral het geweldsmonopolie van de overheid blijft omstreden situaties oproepen. Paradoxaal genoeg‚ want dat geweldsmonopolie van de overheid is er eerst en vooral om de rechten van de burgers te kunnen waarborgen. Maar de praktijk is ingewikkeld: als de politie onvoldoende alert ingrijpt tegen rellende groepen jongeren‚ is ze te soft. Als ze‚ zoals in het verleden vaak gebeurde‚ té veel geweld inzet tegen enkelingen‚ lopen bij de bevolking de emoties hoog op.

De heftige discussie over een via internet verspreid filmpje van een politie-actie tegen een zwerver in Rotterdam van kort geleden toont aan dat de situatie er niet gemakkelijker op wordt. Er is iets grondig aan het veranderen in de driehoek protest-publiciteit-politiek. De klassieke media hebben hun monopolie op publiciteit verloren‚ iedere burger kan met z’n telefoontje en zijn laptop een plaats in de driehoek innemen en een rol op het maatschappelijk speelveld opeisen.

Zwerver

En de 21ste eeuw komt met een nieuw‚ onoverzichtelijk probleem: hoe respecteren we het recht op privacy? Ons koopgedrag is bekend bij de supermarkt‚ onze huizen staan op Google Earth‚ gegevens over onze hypotheek zijn met één muisklik te achterhalen‚ er komt een biometrisch paspoort aan‚ er is een elektronisch kind-dossier‚ de OV-chipkaart registreert ons reisgedrag en de meeste van onze bewegingen buitenshuis worden door camera’s vastgelegd.

Het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer staat zwaar onder druk en dat zal de komende jaren wel zo blijven.
Dat wordt een van de grote opgaven voor het op 2 oktober opgerichte College voor de Rechten van de Mens‚ al hoeft het dat allemaal niet alleen te doen – er zijn steeds meer organisaties actief op dit terrein. Zij beseffen dat de digitale revolutie de grote krachtproef wordt voor de hoeders van de rechten van de mens.

De maatregel van Alger Hiss‚ die de parachute vastbindt aan het pakket waarin het Handvest van de Verenigde Naties zit‚ daar komen we niet ver meer mee. Maar zijn vastberaden wil de rechten van de mens tot het uiterste te beschermen‚ die kan het nieuwe College misschien inspireren bij het aanvaarden van de uitdagingen die de nieuwe omstandigheden met zich mee brengen.

Dit is een bewerking van de lezing die Ad van Liempt op 2 oktober hield bij de opening van het College voor de Rechten van de Mens in Utrecht. Met medewerking van Carla Boos‚ Katrien de Klein en Hendrina Praamsma.

Tekst: Ad van Liempt
Wordt Vervolgd, december 2012