Callixte Mbarushimana

Voor de vierde keer hebben de rechters van het Internationaal Strafhof in Den Haag een aanklacht van de aanklager geweigerd te bevestigen wegens onvoldoende bewijs. Dit keer liep de Rwandese verdachte Callixte Mbarushimana als vrij man de Scheveningse gevangenis uit. De 48-jarige computerspecialist kon terug naar Parijs‚ waar hij eerder asiel had gekregen. Ook de zaken tegen een ‘Darfur-verdachte’ en twee Kenianen hebben de rechters niet ontvankelijk verklaard.

Mbarushimana waren maar liefst dertien oorlogsmisdaden en misdrijven tegen de menselijkheid ten laste gelegd. De wandaden waren in 2009 begaan in Oost-Congo – niet door hemzelf‚ maar door de Hutu-militie FDLR‚ die moordend en verkrachtend door de regio trok. Volgens de aanklacht leidde Mbarushimana de FDLR vanuit Frankrijk‚ als ‘uitvoerend secretaris’ van de groep. In die functie verstuurde hij persberichten‚ waarin hij de FDLR vrijpleitte van aanvallen op burgers‚ aldus de aanklagers‚ terwijl hij beter wist. Als ‘respectabel gezicht’ van de moorddadige militie was Mbarushimana medeverantwoordelijk voor haar daden‚ vonden zij. De rechters van het Strafhof veegden de vloer aan met die redenering. Er was onvoldoende bewijs om aan te tonen dat Mbarushimana een rol‚ laat staan een belangrijke‚ had gespeeld bij het plannen van de oorlogsmisdaden‚ oordeelde het hof op 16 december. De aanklagers gingen in beroep‚ maar dat werd direct verworpen.

Heeft hoofdaanklager Moreno-Ocampo geblunderd in de zaak-Mbarushimana? ‘Je kunt vraagtekens zetten bij zijn strategie’‚ zegt Jonathan O’Donohue‚ juridisch adviseur van het International Justice-team van Amnesty vanuit Australië. ‘Hij presenteert in de fase van de confirmation of charges een minimum aan bewijsmateriaal‚ naar eigen zeggen om getuigen te beschermen. Het idee is om tijdens het proces zelf voluit te gaan. Maar al vier keer bleek het bewijs te karig om de eerste hindernis te nemen. Bij een Keniaanse verdachte was de aanklacht slechts gebaseerd op de verklaring van één anonieme getuige.’

De aanklagers zijn roekeloos omgesprongen met Mbarushimana‚ die ruim een jaar vast zat. Toch valt het me moeilijk compassie met hem te voelen. In Rwanda wordt Mbarushimana gezocht wegens zijn rol tijdens de genocide op Tutsi’s en gematigde Hutu’s van 1994. Een VN-onderzoeksteam oordeelde in 2001 dat hij medeschuldig was aan de moord op 32 Tutsi’s‚ onder wie collega’s van de VN-organisatie UNDP waar hij toen werkte. Hij werd zelfs gearresteerd op verzoek van het Rwanda-tribunaal‚ maar kwam vrij zonder proces. Volgens een woordvoerder omdat dit tribunaal alleen ‘grote vissen’ wilde vervolgen.

Dat Mbarushimana vervolgens ging werken voor FDLR‚ gesticht door gevluchte Hutu-genocidaires‚ wekt afkeer op – ook als hij slechts met de groep sympathiseerde‚ zoals zijn advocaat zegt. Toch is ook hij onschuldig. Totdat zijn schuld is bewezen.