Op Schiphol worden op 12 april 2016 vier verdachten gefouilleerd. Volgens de marechaussee was er sprake van een ‘verdachte situatie’.
© Marco van Middelkoop / Hollandse Hoogte

Contraterrorisme

De overheid heeft de plicht om haar burgers te beschermen. Bij het bestrijden van terrorisme nemen overheden echter steeds vaker veiligheidsmaatregelen die onze vrijheden beperken. Deze maatregelen moeten aan strikte voorwaarden voldoen om te voorkomen dat mensenrechten worden geschonden. Dit is niet altijd het geval, waardoor ons recht op bijvoorbeeld privacy en de vrijheid van meningsuiting wordt geschonden. Amnesty zet zich ervoor in dat de maatregelen die tegen terreur worden genomen, niet ten koste gaan van de vrijheden en de rechtsstaat die terroristen proberen uit te hollen.

Het probleem

Het gevaar van een overheid die doorschiet

De afgelopen jaren voerde Nederland een groot aantal maatregelen tegen terrorisme in. Daardoor zijn allerlei mogelijke handelingen strafbaar gesteld inclusief het voorbereiden en faciliteren van terroristische aanslagen. Ook zijn de bevoegdheden uitgebreid die overheidsdiensten hebben om terroristische misdrijven op te sporen en te vervolgen. Hierdoor kunnen terrorismeverdachten gemakkelijker en langer worden vastgezet onder een zwaar gevangenisregime. Ook voor een minder ernstige bedreiging van de veiligheid, zoals bijvoorbeeld opruiing, kunnen nu mensen worden opgepakt. Met nieuwe wetsvoorstellen proberen sommige politici ook het verheerlijken van terrorisme strafbaar te stellen. Het  gevaar bestaat dat de overheid doorschiet en mensen gaat vervolgen voor wat ze zeggen, zonder te weten of ze van plan zijn om die woorden ooit in daden om te zetten.

Maatregelen tasten persoonlijke vrijheden aan

De overheid grijpt daarnaast vaker naar maatregelen om de veiligheid te beschermen. Dat gebeurt zonder dat iemand ergens van verdacht wordt of is veroordeeld voor terrorisme, maar toch in zijn of haar vrijheid wordt beperkt. Dit heeft grote gevolgen voor de rechten en vrijheden van burgers, zoals het recht op privacy, op bewegingsvrijheid, op het recht om niet gediscrimineerd te worden of de vrijheid van meningsuiting en van godsdienst. De overheid kan bijvoorbeeld iemands paspoort intrekken om te voorkomen dat hij of zij het land verlaat om zich bij een terroristische groepering aan te sluiten. Om de nationale veiligheid te beschermen kan de overheid ook iemand verbieden contact op te nemen met bepaalde personen of in bepaalde gebieden te komen. Zulke besluiten kunnen genomen worden zonder dat de rechter hier vooraf over oordeelt. Vaak zijn ze gebaseerd op geheime informatie die niet beschikbaar is voor de betrokkene of zijn of haar advocaat, waardoor mensen zich niet goed kunnen verweren. Het recht op een eerlijke rechtsgang komt hierdoor in gevaar. Deze wetten bevatten bovendien vage criteria om te bepalen aan wie zulke maatregelen opgelegd kunnen worden om terrorisme te voorkomen. Dit alles kan leiden tot onnodige inbreuken op de rechten van mensen, willekeur en discriminatie.

Bewegingsvrijheid en persoonlijke levenssfeer

De minister van Veiligheid en Justitie is, zoals al gezegd, bevoegd iemands paspoort te laten intrekken Lees het rapport "Paspoortmaatregel en uitreisverbod. Mensenrechten in strijd tegen terrorisme" om aansluiting bij een terroristische groepering te voorkomen. Hierbij wordt, al dan niet gerechtvaardigd, inbreuk gemaakt op het recht om je vrij te bewegen. Dit recht en het recht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer kunnen ook worden aangetast door nieuwe maatregelen die zijn voorgesteld, zoals een meldplicht, een persoonsverbod, en een gebiedsverbod voor personen die in verband kunnen worden gebracht met terroristische activiteiten of de ondersteuning daarvan.

Recht op nationaliteit en gezinsleven

Ook kan de overheid het Nederlanderschap ontnemen van personen met een dubbele nationaliteit die veroordeeld zijn voor terroristische misdrijven. Daarnaast ligt er een voorstel om, zonder dat een rechter hierover oordeelt, mensen met een dubbele nationaliteit het Nederlanderschap te ontnemen als zij het land hebben verlaten en vermoed wordt dat ze zullen deelnemen aan een terroristische organisatie. Dit wetsvoorstel maakt inbreuk op de vrijheid van beweging en van vestiging. Soms dreigt ook een schending van het recht op een privé- en gezinsleven. Hiervan is sprake als de betrokkene niet mag terugkeren naar Nederland, waar eventueel nog gezinsleden wonen. Om stateloosheid te voorkomen – waardoor mensen tot geen enkel land meer behoren en daardoor veel rechten voor hen niet meer gelden – maakt de wet een onderscheid tussen mensen met en zonder een dubbele nationaliteit. Dit onderscheid kan echter wel bijdragen aan de stereotypering en stigmatisering van mensen met een migratieachtergrond, en hun gevoel van rechtsgelijkheid aantasten.

Vrije meningsuiting en religie

Het recht op vrijheid van meningsuiting en op vrijheid van godsdienst geldt voor iedereen. Toch zijn er voorstellen om de verheerlijking van terrorisme strafbaar te stellen, zonder dat er opgeroepen wordt tot geweld of haat jegens anderen. Hierdoor kan het recht op vrijheid van meningsuiting in het geding komen. Ook zijn er voorstellen om alle salafistische organisaties te verbieden, ongeacht of iemand of een groep zich schuldig heeft gemaakt aan opruiing of andere strafbare feiten. Dit soort voorstellen raakt het recht op vrijheid van religie en op vrijheid van vereniging van religieuze minderheden in Nederland die zich op vreedzame wijze op hun religieuze leven richten. Ook zij kunnen getroffen door een verbod op salafistische organisaties.

Indirecte effecten

Maatregelen tegen terrorisme hebben ook een indirect effect op andere mensenrechten. Zo betekent het verlies van je nationaliteit ook het verlies van het kiesrecht. Daarnaast ligt discriminatie op de loer als de maatregelen vooral mensen treffen uit etnische en religieuze minderheden die worden geassocieerd met terrorisme. Dit kan bijdragen aan verdere stigmatisering (waarbij groepen ten onrechte een slechte reputatie krijgen), polarisering en vervreemding van individuen uit gemeenschappen, terwijl die gemeenschappen juist nodig zijn om extremisme effectief te kunnen bestrijden.

Wanneer contraterrorismemaatregelen gerechtvaardigd zijn

De overheid heeft de verantwoordelijkheid om burgers te beschermen tegen terroristische aanslagen. Terrorisme vormt een directe bedreiging voor het recht op leven en de ruimte om vrij te leven, vrij te bewegen en vrij te denken. De overheid moet daarom resoluut kunnen reageren op terreur. Daarbij kan het gerechtvaardigd zijn om de rechten van terroristen in te perken om zo de rechten van anderen of de nationale veiligheid te beschermen.

In uitzonderlijke gevallen kan zelfs tijdelijk de noodtoestand worden afgekondigd, waardoor de overheid nog meer ruimte krijgt om terrorisme aan te pakken. Maar hiervoor gelden strikte eisen, die in steeds meer Europese landen worden omzeild of genegeerd. Zo moeten de maatregelen in de wet zijn opgenomen, een duidelijk omschreven legitiem doel dienen, en niet discriminerend zijn. Daarnaast moeten de maatregelen noodzakelijk zijn en de overheid moet duidelijk maken dat ze echt nodig zijn. We zien momenteel dat de rechtstaat, die aan de basis ligt van de mensenrechten, wordt aangetast, omdat landen zich niet aan die eisen houden.

Maatregelen tegen terrorisme die wel aan deze voorwaarden voldoen, kunnen dan ook gerechtvaardigd zijn om onze veiligheid en het recht op leven te waarborgen. Het is dan wel nodig dat er duidelijke definities in de wet worden vastgelegd, zodat voor burgers duidelijk is wat wel en wat niet mag en wanneer zij vervolgd zullen worden. Ten slotte moeten de maatregelen waarborgen hebben om misbruik en willekeur te voorkomen en het recht op een eerlijk proces te garanderen.

Wat doet Amnesty?

Om te zorgen dat de rechtstaat en de mensenrechten beschermd blijven in de strijd tegen terrorisme, lobbyen we bij de Verenigde Naties, de Europese Unie, de Raad van Europa, nationale regeringen en lokale overheden. Daarnaast onderzoeken we veiligheidsmaatregelen om te kijken of die leiden tot onnodige of disproportionele schendingen van mensenrechten, discriminatie, of een eerlijke rechtsgang. Dit doen we ook in Nederland, bijvoorbeeld naar de gevangenisomstandigheden van mensen die verdacht of veroordeeld zijn van terroristische misdrijven Rapport: Inhumaan en onnodig. Mensenrechtenschendingen op de terroristenafdeling . Ook voeren we publiekscampagnes en mobiliseren we leden en sympathisanten van Amnesty om actie te voeren voor mensen die onterecht dreigen vastgezet te worden onder dubieuze wetgeving tegen terrorisme.

Schade na een huiszoeking tijdens een contraterrorisme-actie in de buurt van Parijs in november 2016.
© Privéfoto
Schade na een huiszoeking tijdens een contraterrorisme-actie in de buurt van Parijs in november 2016.

Ontwikkelingen

CIA-vluchten

Tot voor kort vond de strijd tegen terrorisme vooral buiten Europa plaats. Toch zijn verschillende EU-lidstaten medeplichtig aan mensenrechtenschendingen in het kader van illegale CIA-vluchten Lees het rapport "Open Secret' over de betrokkenheid van Europese landen in illegale CIA-vluchten (waarbij de Amerikaanse geheime dienst illegaal burgers oppakte die van terreur werden verdacht), gedwongen verdwijningen en het vastzetten van mensen in geheime gevangenissen. Amnesty blijft de EU oproepen om lidstaten verantwoordelijk te stellen voor deze misdrijven en om voor gerechtigheid voor slachtoffers te zorgen Lees het rapport ‘Breaking the conspiracy of silence’ over Europese samenwerking aan geheime detenties .

Aanslagen in Parijs, Brussel en Berlijn

In 2015 werd Parijs tot twee keer toe getroffen door bloedige aanslagen. Brussel en Berlijn volgden in 2016. Amnesty riep autoriteiten op om de daders op te sporen en te vervolgen. Amnesty riep autoriteiten op om de daders op te sporen en te vervolgen. Kort na de tweede aanslag in november 2015 riep Frankrijk de noodtoestand uit. Hierdoor werd het mogelijk om zonder tussenkomst van de rechter huiszoekingen uit te voeren en mensen een verplichte verblijfplaats op te leggen. Uit onderzoeken van Amnesty en van Human Rights Watch blijkt dat Frankrijk tijdens de noodtoestand de mensenrechten schond. Bij de huiszoekingen werd vaak buitensporig geweld gebruikt, terwijl ze zelden leiden tot verder strafrechtelijk onderzoek. Betrokkenen kregen weinig uitleg over de reden voor het toepassen van maatregelen die hen in hun vrijheid beperken. Dit veroorzaakte veel onnodige stress, trauma’s en droeg bij aan gevoelens van stigmatisering. Nadat de Noodtoestand in 2017 werd opgeheven, werden tijdelijk bedoelde noodbevoegdheden opgenomen in de Franse wetgeving. De overheid kan nu mensen bestraffen vanwege de veronderstelling dat ze in de toekomst een misdrijf gaan plegen, zonder dat de gebruikelijke waarborgen en rechtsbescherming gelden. Amnesty vindt dit onacceptabel

EU-maatregelen

Ook de EU voert in rap tempo maatregelen tegen terrorisme door die op gespannen voet staan met de mensenrechten. In 2016 publiceerde Amnesty samen met andere maatschappelijke organisaties een reactie op de reeks nieuwe EU-maatregelen. De organisaties riepen op tot meer transparantie en het betrekken van het maatschappelijk middenveld in de totstandkoming van beleid tegen terrorisme. Daarnaast publiceerde Amnesty verschillende reacties op nationale wetsvoorstellen in onder meer Spanje, Bulgarije en Hongarije.

In reactie op de aanslagen in Parijs, Brussel en andere plaatsen hebben verschillende EU-lidstaten maatregelen getroffen om terrorisme te bestrijden. In januari 2017 publiceerde Amnesty een rapport over de recente antiterrorismewetten van veertien EU-landen. Dit rapport maakt duidelijk dat beleid en nieuwe wetten die bedoeld zijn om de dreiging van terrorisme tegen te gaan, juist de rechten die ons beschermen aantasten. In verschillende landen zijn maatregelen tegen terrorisme genomen die de rechtstaat uithollen, de uitvoerende macht versterken, juridische controle uitkleden, de vrije meningsuiting beperken en burgers blootstellen aan ongecontroleerde surveillance door de regering. De gevolgen hiervan zijn vooral voor buitenlanders en etnische en religieuze minderheden ingrijpend. Ook in Nederland staat de rechtstaat onder druk.

Amnesty’s oproep

  • Zet antiterrorismemaatregelen alleen in als er een concrete veiligheidsdreiging is, ze noodzakelijk zijn, ze in verhouding tot het doel zijn, en als ze niet discrimineren.
  • Zorg voor duidelijke, specifieke en afgebakende begrippen in wet- en regelgeving, zodat mensen kunnen weten in welke gevallen en onder welke omstandigheden hun rechten ingeperkt kunnen worden, en willekeur wordt voorkomen.
  • Laat antiterrorismemaatregelen die mensenrechten beperken altijd gepaard gaan met sterke juridische waarborgen, zoals een toetsing door de rechter vooraf, en stevige middelen om toezicht te houden op de naleving van de regels.
  • Regel een goede en toegankelijke rechtsbescherming zodat mensen die te maken krijgen met maatregelen die de vrijheid inperken, zich effectief kunnen verweren. Geef hun bijvoorbeeld voldoende toegang tot achterliggende informatie en zorg dat zij van tevoren gehoord kunnen worden door een onpartijdige en onafhankelijke partij zoals een rechter.
  • Bestrijd discriminatie, uitsluiting en marginalisering van minderheden en investeer in vertrouwensrelaties met gemeenschappen om extremisme effectief te kunnen bestrijden.