Crisisonderzoek: Amnesty in Irak
© Amnesty International

Crisisonderzoek

Syrië, Irak, Jemen, Nigeria, de Centraal-Afrikaanse Republiek: het lukt de internationale gemeenschap niet om miljoenen burgers in deze crisisgebieden te beschermen. Dankzij een royale bijdrage van de Nationale Postcode Loterij heeft Amnesty International de speciale Crisis Response Unit (crisisonderzoeksteam) kunnen uitbreiden. Daarmee kunnen we nog sneller mensenrechtenschendingen onderzoeken en burgers in gewapende conflicten beschermen.

Het probleem

Wereldwijd zijn er tientallen gewapende conflicten gaande. Honderdduizenden mensen vonden daarbij afgelopen jaren de dood, meer dan 65 miljoen mensen zijn ontheemd. Amnesty International stuurt crisisonderzoekers naar oorlogsgebieden en brengt daar massale schendingen van mensenrechten aan het licht.

Wat doet Amnesty?

De Crisis Response Unit kan in een vroege fase van een conflict over (oorlogs)misdaden rapporteren en ervoor zorgen dat actie wordt ondernomen om burgers te beschermen. Daarmee wordt voorkomen dat schendingen zich herhalen en het conflict zich uitbreidt. Niet alleen menskracht, maar ook nieuwe technologieën spelen daarbij een grote rol.
De Crisis Response Unit is een multidisciplinair team dat snel ingezet kan worden in oorlogsgebieden en onder hoge druk kan presteren. Van zo’n team maken onder meer crisisonderzoekers, forensisch experts en communicatiespecialisten onderdeel uit. De leden van de Crisis Response Unit hebben forensische en militaire expertise en zijn uitgerust met kogelvrije vesten en satelliettelefoons.

Interdisciplinaire manier van onderzoeken

De Crisis Response Unit maakt gebruik van geavanceerde audiovisuele technieken. Tijd en locatie van een aanval kunnen bijvoorbeeld exact worden vastgesteld door op foto’s, video’s en satellietbeelden de hoek van schaduwen en de vorm en omvang van rookpluimen te analyseren. En interviews met ooggetuigen leveren veel extra informatie op als je ze kunt plaatsen in een driedimensionaal computermodel van de straten waarin de ooggetuigen liepen. In samenwerking met een universiteit en militaire experts kon Amnesty op deze manier Israëlische aanvallen in 2014 op burgerdoelen in Gaza tot in detail reconstrueren.

Crisisonderzoek: Amnesty-onderzoeker Lama Fakih laat op Twitter voor het eerst zien dat de coalitietroepen in Jemen gebruik hebben gemaakt van BL-755 clustermunitie, gefabriceerd in het Verenigd Koninkrijk.
© Amnesty International
Crisisonderzoek: Amnesty-onderzoeker Lama Fakih laat op Twitter voor het eerst zien dat de coalitietroepen in Jemen gebruik hebben gemaakt van BL-755 clustermunitie, gefabriceerd in het Verenigd Koninkrijk.

Ontwikkelingen

Door de substantiële bijdrage van de Nationale Postcode Loterij konden we de capaciteit van onze Crisis Response Unit aanzienlijk uitbreiden. Dat had een positief effect op drie kritische aspecten van ons werk.

1. Crisisonderzoek: snelle inzet

•    In Jemen betekende de snelheid waarmee we het crisisonderzoeksteam inzetten, dat we als eerste wisten vast te leggen dat coalitietroepen onder leiding van Saudi-Arabië gebruik hadden gemaakt van clustermunitie die in het Verenigd Koninkrijk was geproduceerd.
•    Ook in Turkije zorgde onze snelle reactie en onze nauwe samenwerking met het team van Amnesty Turkije ervoor dat we de eerste grote mensenrechtenorganisatie waren die verslag deed van geloofwaardige gevallen van marteling en verkrachting van gedetineerden in detentiecentra.
•    In Irak publiceerde ons team zijn rapport al twee dagen na het begin van de operatie in Mosul, waardoor het onderwerp prioriteit kreeg op de internationale agenda en er alarm werd geslagen over het risico van massale schendingen van het oorlogsrecht.
•    Amnesty bracht in de Filipijnen bewijzen boven tafel die de media moeilijk konden vinden. We toonden aan dat er een financiële prikkel is in de zogenaamde drugsoorlog tegen de armen, waarbij de Filipijnse politie maakt zich schuldig aan het doden en tegen betaling laten vermoorden van duizenden mogelijke drugsmisdadigers. Ons rapport bleek van cruciaal belang voor de VN en zijn stakeholders.

2. Crisisonderzoek: bescherming en lobby

•    In Turkije leidden onze dringende oproepen en druk op het Europees Comité ter Voorkoming van Foltering (CPT) ertoe dat het CPT een noodbezoek bracht aan Turkije om de omstandigheden in detentiecentra te onderzoeken op basis van het verzoek dat wij hadden ingediend.
•    Begin september 2016 bezocht onze crisisonderzoeker het Syrisch-Jordaanse grensgebied om getuigen te ondervragen. Hierbij werd bovendien gebruikgemaakt van satellietbeelden en video-opnamen om de aanzienlijke uitbreiding van het tijdelijke vluchtelingenkamp en het aantal graven op de begraafplaatsen te documenteren. We konden onze bevindingen een aantal dagen voor de belangrijke top over vluchtelingen en migranten in New York publiceren. Daarmee konden we onze oproep aan wereldleiders versterken om concrete afspraken te maken over het verwelkomen van vluchtelingen.

3. Crisisonderzoek: nieuwe technologieën

•    In Myanmar hadden we niet alleen de beschikking over uitgebreide interviews die door het landenteam waren verzameld, maar analyseerden we bovendien tientallen satellietbeelden, foto’s en video’s om illegale executies en andere mensenrechtenschendingen te documenteren, die het bewijs zouden kunnen vormen van misdaden tegen de menselijkheid.
•    In Sudan verzamelde Amnesty met behulp van satellietbeelden afschuwelijke bewijzen van herhaald gebruik van chemische wapens tegen burgers. Al onze bewijzen over Sudan zijn verzameld op een digitaal platform dat een geografische momentopname biedt van schendingen die nog niet eerder zijn gedocumenteerd.

4. Crisisonderzoek: maximale aandacht voor onthullingen

Ons rapport over het gebruik van chemische wapens in Sudan was zeer goed gedocumenteerd en goed getimed. Dat zorgde voor wereldwijde aandacht in de media, waaronder Al-Jazeera, BBC, CNN, Time en de New York Times. Het rapport zorgde ervoor dat het genegeerde conflict in Darfur weer op de internationale agenda kwam te staan. Amnesty’s bevindingen werden besproken in de VN-Veiligheidsraad en de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW).

Het werk van de Crisis Response Unit wordt mede mogelijk gemaakt door de deelnemers aan de Nationale Postcode Loterij.