© Amnesty International

Verdieping: Esther Kiobels verhaal

Toen Esther Ita in 1964 geboren werd, was haar moederstad Port Harcourt al hard op weg naar de status van economisch centrum van de Nigeriaanse olie-industrie. Shell had in 1956 olie ontdekt in de regio, en twee jaar later in het traditionele gebied van het Ogoni-volk. Terwijl Shell aan de slag ging in de Nigerdelta, verhuisde Esther naar de regio rondom Lagos. Ze groeide op in een omgeving die ver verwijderd was van haar zwaar vervuilde geboortegrond.

Movement for the Survival of the Ogoni People

De milieuvernietiging in Ogoniland vormde voor schrijver en activist Ken Saro-Wiwa in 1990 de aanleiding om de Movement for the Survival of the Ogoni People (MOSOP) op te richten. Olie had het land en het water van de Ogoni vervuild, die daardoor van hun gezondheid en levensonderhoud waren beroofd. Ondanks dat stopte Shell niet met zijn activiteiten en was het twee handen op een buik met de Nigeriaanse regering, die de protesten genadeloos onderdrukte.

Als ik de dorpen bezocht met mijn schoonzussen, ging ik soms bij de boerderijen kijken… Je kon de olie in het water zien.

Barinem Kiobel

In de vroege jaren ’90 keerde Esther terug naar Port Harcourt en trouwde met een man die als kind bij haar tante was komen wonen: Barinem Kiobel. Hij was in de toeristische sector terechtgekomen, werkte op dat moment aan zijn promotie aan een universiteit in Groot-Brittannië, en reisde heen en weer tussen dat land en Nigeria. Op hun tochtjes buiten Port Harcourt zag Esther met haar eigen ogen de vervuiling in Ogoniland. ´Als ik de dorpen bezocht met mijn schoonzussen, ging ik soms bij de boerderijen kijken,´ zegt ze. ´Je kon de olie in het water zien.´ Ze herinnert zich ook de gasfakkels.

Barinem Kiobel
© Amnesty International
Barinem Kiobel

Groeiend protest

In 1993 was de Ogoni-verzetsbeweging enorm gegroeid; 300 duizend mensen op een bevolking van een half miljoen gingen in januari de straat op voor een vreedzaam protest tegen Shell. Daardoor zag Shell zich gedwongen zijn olieputten in Ogoniland te sluiten, naar eigen zeggen uit veiligheidsoverwegingen.

Neerslaan van Ogoni-protest

Hoewel Ogoniland maar een klein gebied is binnen het olieproducerende deel van de Nigerdelta, hadden de protesten grote gevolgen. De MOSOP had inmiddels internationale aandacht getrokken. Dat baarde Nigeria’s nieuwe militaire leider generaal Sani Abacha en Shell zorgen. Shell moest zijn bezittingen beschermen, gelet op het feit dat een vijfde van de olie- en gasreserves van het bedrijf zich in Nigeria bevonden. En omdat de overheidsfinanciën volledig op olie steunden, was het ook in het belang van de regering om Shells belangen te beschermen – Shell was het grootste bedrijf in Nigeria.

Shell: geen geld verliezen

Shell liet er geen onduidelijkheid over bestaan dat het bedrijf het bepaald niet leuk vond om geld te verliezen. In een brief aan de lokale gouverneur schreef de multinational dat de ongeregeldheden in 1993 een daling van de olieproductie van negen miljoen vaten hadden veroorzaakt. In een andere brief vroeg Shell ‘iedere denkbare hulp om deze ongeregeldheden tot een minimum te reduceren.’ In januari 1994 richtte de regering een special legereenheid op, die onder leiding stond van majoor Paul Okuntimo. Doel: de MOSOP vernietigen. De legermacht nam de leiding bij de repressie tegen de Ogoni-gemeenschappen; mensen werden gearresteerd, gemarteld en neergeschoten, vrouwen en meisjes verkracht.

MOSOP en Major Paul Okuntimo

Shell bestempelt MOSOP als ‘onruststokers’

Shell had ook zijn eigen veiligheidsdienst, die regelmatig samenwerkte met de Nigeriaanse veiligheidstroepen. Shell liet er geen gras over groeien en ontkende de door MOSOP en Ken Saro-Wiwa geuite beschuldigingen van milieuvervuiling (die later door een rapport van de Verenigde Naties bevestigd werden) en bestempelde de MOSOP en Saro-Wiwa als gewelddadige onruststokers. Uit een vertrouwelijke Shell-memo blijkt dat het Okuntimo en zijn politie-eenheid een ‘honorarium’ van 30.000 naira (1.364 Amerikaanse dollar) betaalde na een actie in Ogoniland.

‘Blijven investeren, mits er politieke stabiliteit heerst’

Op 30 april 1994, na brute aanvallen van het leger op Ogoni-dorpen, ontmoette Brian Anderson, toentertijd directeur van Shell Nigeria, president Sani Abacha voor de eerste keer. Zijn zorgen bleken vooral van financiële aard. ‘Ik kaartte het probleem van de Ogoni en Ken Saro-Wiwa aan en legde uit dat Shell al bijna een jaar niet meer actief was in het gebied,’ noteerde Anderson in zijn eigen aantekeningen van de vergadering. Hij benadrukte het feit dat Shell ‘zou blijven investeren, mits we het gevoel hebben dat er politieke stabiliteit heerst en dat de economische voorwaarden voor zaken doen voldoende aantrekkelijk zijn.’

© Amnesty International

Arrestaties activisten

Nog geen maand later werden MOSOP-leider Saro-Wiwa en veertien andere mannen, onder wie Esthers man Barinem Kiobel, gearresteerd en beschuldigd van de moord op vier Ogoni-chiefs die bekend stonden als critici van de MOSOP. Er is nooit geloofwaardig bewijs aangedragen dat deze beschuldigingen hard maakt.

Kiobels’ kritiek op de overheid

Barinem was inmiddels commissaris voor Handel, Industrie en Toerisme in de regering van de deelstaat Rivers State. Het blijft onduidelijk waarom men het op hem gemunt had (naast Saro-Wiwa en zijn aanhangers), want hij was geen lid van de MOSOP. Maar voorafgaande aan zijn arrestatie had Barinem zijn meerderen bewust gemaakt van de zorgen die anderen hadden over de situatie in Ogoniland; en nadat hij gevangen was gezet, verzocht hij het leger om de regio te verlaten.

Niet samenspannen tegen Ken Saro-Wiwa

Esther zegt dat Barinem voelde dat hij in diskrediet was geraakt nadat hij had geweigerd om met de overheid samen te werken tegen Ken. ‘Mijn man zei: ‘Sorry, op de eerste plaats ben ik een christen. Op de tweede plaats ben ik een kind van Ogoniland. Ik kan niet met jullie samenspannen tegen Ken.’ Dat is wat hij tegen ze zei. En ik geloof dat ze hem van toen af aan als hun vijand zagen.’

Mijn man zei: “Ik kan niet met jullie samenwerken tegen Ken.

Gezin Kiobel in grote problemen

De arrestatie van Barinem had onmiddellijk gevolgen voor Esther. Ze raakte haar werk als cateraar kwijt, omdat, zoals ze zegt, ‘iedereen me als de vrouw van een moordenaar zag.’ Ze had vier kinderen, en zonder Barinems inkomen werd het leven een stuk moeilijker. Ze zegt dat ze dacht dat ‘er geen hoop meer was, omdat mijn man de kostwinner van het gezin was.’ Ze was bang dat hij mensen niet meer zou kunnen helpen zoals hij dat tot dan toe gedaan had, maar ze weigerde om wanhopig te worden. ‘Zelfs als ik verdrietig ben, moet ik mijn rug recht houden en doorgaan met de strijd,’ zegt ze. ‘Want hij had niemand anders die zo dichtbij hem stond als ik.’

Mishandeling Esther

In de weken na Barinems arrestatie, kostte het Esther telkens weer een enorme inspanning om de moed erin te blijven houden. Toen ze Barinem in de gevangenis bezocht, was Paul Okuntimo, die net bevorderd was tot luitenant-kolonel, de bevelvoerende officier. Hij nam haar mee naar een andere kamer en maakte seksuele toespelingen. ‘Toen ik hem wegduwde, werd hij kwaad en sloeg me in mijn gezicht. Hij heeft grote handen en het voelde als vuur. Ik sloeg hem terug.’ Okuntimo was des duivels. ‘Hij viel me aan, liet me halfnaakt achter en riep zijn manschappen,’ zegt ze. ‘Ze sleepten me voort, vandaar dat ik allemaal wonden kreeg… en ze bonden me vast als een dier.’ Daarna gooiden ze Esther in een busje en brachten haar naar een onbekende plek, waar ze haar twee weken vasthielden. Op een of andere manier vond Barinem uit wat er gebeurd was. In de gevangenis schreef hij een brief waarin hij om haar vrijlating vroeg. Het tribunaal dat Barinem en de andere Ogoni 9 zou berechten gelastte Esthers vrijlating. ‘Zo werd ik gered,’ zegt ze.

Hij viel me aan, liet me halfnaakt achter en riep zijn manschappen… ze bonden me vast als een dier.

Ogoni trial

Schijnproces

Nadat de mannen gearresteerd waren, werden de militaire operaties in Ogoniland geïntensiveerd. Okuntimo verscheen zelfs op televisie, waar hij opschepte over aanvallen op dorpen. Ondertussen bestond er bij Shell geen twijfel over de waarschijnlijke uitkomst van het proces tegen de Ogoni 9. Shell deed geen oproep tot hun vrijlating totdat het te laat was, terwijl het wist dat proces volstrekt oneerlijk was. Op 6 april liet de Hoge Commissaris van het Verenigd Koninkrijk in Nigeria in een gesprek met Brian Anderson van Shell, in zoveel woorden weten dat dat laatste het geval was. Hij zei dat hij geloofde dat “de regering ervoor zal zorgen dat hij (Ken Saro-Wiwa) schuldig wordt bevonden.”

Rechtzaak tegen Ogoni 9

Ter dood veroordeeld

Op 30 oktober werden de mannen ter dood veroordeeld. Ken en Barinem werden veroordeeld voor aanzetten tot moord; de anderen voor moord.
‘Het oordeel van het tribunaal is niet alleen fout, onlogisch of pervers. Het is volslagen oneerlijk,’ schreef Michael Birnbaum, een Britse advocaat die het proces volgde. ‘Ik denk dat het tribunaal eerst het vonnis heeft bepaald en daarna de argumenten erbij heeft gezocht om het te rechtvaardigen.’

De rol van Shell

In zijn jacht op winst droeg Shell bij aan ernstige mensenrechtenschendingen in Ogoniland, inclusief het oneerlijke proces en de executie van de Ogoni 9. De executies waren het uiteindelijke resultaat van een overheidscampagne om de protesten van de gemeenschap te smoren – een campagne die door Shell werd aangemoedigd.

De regering zal ervoor zorgen dat hij (Ken Saro-Wiwa) schuldig wordt bevonden.

Executie

Binnen tien dagen – hoewel Esther, familieleden en anderen overal ter wereld bezwaar aantekenden tegen de veroordeling – werden de mannen geëxecuteerd. Esther werd er nooit van op de hoogte gesteld wanneer haar man zou worden opgehangen. Ze was bij Saro-Wiwa’s familie, zegt ze, toen iets haar zei dat ze Barinem die dag moest zien. Ze herinnert zich dat ze zei: ‘Ik moet mijn man zien. Ik moet er nu echt heen. Dus namen we een taxi en gingen erheen – ik nam wat eten mee.’ Ter plaatse herkende een legerofficier Kens zuster, die ook was meegekomen, en maakte een gebaar met zijn handen. ‘Ze draaide zich naar ons om en zei: “O mijn God, ze zeiden dat ze dood zijn!” Ik viel meteen flauw.’

De strijd gaat door

Pas later ontdekte Esther de bijzonderheden rond haar mans dood. ‘Toen ze bezig waren om Ken te vermoorden, gaf zijn geest zich niet gewonnen, hij stierf niet onmiddellijk, hij weigerde. Ze hielden hem apart en haalden mijn man op om hem op te hangen. Ken hoorde dat mijn man huilde en zei dat hij onschuldig was. Ken voelde zich zo slecht toen hij zag hoe mijn man opgehangen en vermoord werd.’ Saro-Wiwa werd kort daarna terechtgesteld, waarbij volgens de berichten herhaaldelijk deze onsterfelijke laatste woorden zei: ‘Heer, neem mijn ziel, maar de strijd gaat door.’

Aangeslagen maar niet ontmoedigd

Esther, die nog steeds in een shocktoestand verkeerde, haalde Barinems persoonlijke bezittingen op in de gevangenis. Er zat een kam tussen waar nog steeds wat haar van hem in zat, en ‘een briefje waarin hij zei (…) hoe veel hij van ons hield, ons gezin.’
Esther is weliswaar aangeslagen door deze herinneringen, maar niet ontmoedigd. ‘Als ik denk aan alles wat er gebeurd is, geeft het me de kracht om te vechten voor gerechtigheid, voor hem.’

Als ik denk aan alles wat er gebeurd is, geeft het me de kracht om te vechten voor gerechtigheid, voor hem.

Vluchten

In de nasleep van de moord op Barinem, werd Esther getroffen door meer droevige gebeurtenissen. Niet alleen had ze haar man en haar baan verloren, maar ook verscheidene familieleden, onder wie haar moeder. ‘Het leven was verschrikkelijk, afschuwelijk,’ zegt ze. ‘Het was heel moeilijk om eten op tafel te krijgen.’
Op een dag kwam er iemand op bezoek. ‘Sommige mensen zeiden tegen me dat ik moest vluchten om mijn vege lijf te redden. Zelfs als je eigen leven je niks meer kan schelen, moet je voor je kinderen zorgen, voor je geliefden. Dus moest ik vluchten naar een veilige omgeving, naar Benin, waar ik een vluchteling werd.’ Esther liet alles achter en nam haar vier kinderen en de drie kinderen van haar schoonzus mee. Samen verbleven ze in een vluchtelingenkamp in Benin, totdat, zegt ze, ‘het kamp niet meer veilig was, omdat er gezegd werd dat de Nigeriaanse regering het kamp infiltreerde en mensen ontvoerde.’

Nieuw bestaan in de VS

En dus vluchtte Esther met de zeven kinderen naar een huis waar niemand haar kende. Zo leefde ze twee jaar lang, totdat ze met Amnesty’s hulp asiel kreeg in de VS. Ze bouwde er met haar kinderen een nieuw leven op, maar Esther kon nooit vergeten wat er met haar man was gebeurd. ‘Bijna elke dag, als ik in mijn slaapkamer ben, moet ik eraan denken en huilen. Maar dan herpak ik mezelf en besluit om sterk te zijn,’ zegt ze. ‘Ik zeg nog steeds dat de geest van mijn man achter me staat en me deze strijd laat voeren. Ik kan het niet alleen.’

De confrontatie met Shell

Omdat ze uit Nigeria moest vluchten voor haar leven, wist Esther dat er geen hoop was op gerechtigheid van de regering en het leger in haar vaderland. In 2002 probeerde ze Shell voor de rechter te slepen in de VS, maar in 2013 oordeelde het Hooggerechtshof dat justitie in de VS niet bevoegd is om de zaak in behandeling te nemen. Daarom, na 22 jaar, klaagt Esther Shell aan in het land waar zijn hoofdkantoor staat: Nederland. Ze is vastbesloten om Barinems naam te zuiveren. ‘Hij is de geschiedenis ingegaan als een crimineel,’ zegt ze. ‘Maar dat is hij niet. Hij was een goede man, een goede vader, een goede echtgenoot, een goede broer. Ik wil dat hij onschuldig wordt bevonden.’

Ik houd Shell verantwoordelijk.

© Amnesty International

Het lijdt voor Esther geen twijfel dat Shell een rol speelde bij Barinems dood. ‘Ik houd Shell daarvoor verantwoordelijk,’ zegt ze. ‘Shell veroorzaakt vervuiling in Ogoniland en ze weigeren het op te ruimen. Ze willen alleen maar winst en nog meer winst, dus denken ze dat ze zich van mensen kunnen ontdoen, maakt niet uit wie, en er naartoe gaan en de olie oppompen. Dat is wat ze denken.’

Amnesty steunt Esther

Amnesty staat achter Esther. Amnesty voert al sinds begin jaren ’90 actie tegen de mensenrechtenschendingen in Ogoniland, en steunt Esther nu ook in haar strijd om gerechtigheid. Het is tijd dat de rechtstaat zijn werk doet en Shell verantwoording aflegt. Op dinsdag 12 februari 2019 vindt de eerste zitting plaats in Den Haag.

Laat Esther weten dat je haar steunt

Laat hier je boodschap achter!