Vladimir Poetin
© AP/Sergei Chirikov

Historische context

Sinds Poetins herverkiezing tot president in 2012 zagen tientallen nieuwe wetten het licht die de oppositie het zwijgen moeten opleggen. Van perscensuur tot vergaande surveillance, van een verbod op het bekritiseren van de Russische annexatie van de Krim tot de keiharde inperking van politieke en religieuze vrijheden onder het mom van ‘bestrijding van extremisme’. Hoe heeft dat zo kunnen gebeuren? 

‘Vrijheid van meningsuiting en vrijheid van geweten zijn fundamentele elementen van een geciviliseerde staat. De bescherming daarvan is bij de Russische staat in betrouwbare handen.’ – Vladimir Poetin tot het Russische volk, op 31 december 1999 bij zijn aantreden als president van de Russische Federatie. Het is inmiddels, aan het eind van de jaren twintig van de 21ste eeuw, duidelijk dat van deze belofte niet veel is terechtgekomen.

Geen positieve herinneringen aan democratie

Om iets te begrijpen van de Russische steun voor Poetins harde hand, moet je weten dat de meeste Russen de ineenstorting van de Sovjetmacht als politieke chaos en economische ellende hebben ervaren.

Met zijn politiek van perestrojka en glasnost probeerde de laatste Sovjetleider, Michail Gorbatsjov, zijn land eind jaren tachtig van de 20ste eeuw tegen de klippen op te vernieuwen. Hij gaf burgers meer vrijheden en probeerde de economie te hervormen. Maar zijn plan mislukte: de Sovjet-Unie viel uiteen in vijftien onafhankelijke landen. Rusland belandde met de grillige Boris Jeltsin aan het roer in een diepe economische crisis, die duurde tot ver in de jaren negentig. Politieke instituties verzwakten, de corruptie groeide en tussen federale, regionale en lokale autoriteiten woedde een machtsstrijd. De Russische economie stortte in.

De nieuwe vrijheden onder Gorbatsjov leidden wel tot meer persvrijheid en tot een hausse aan journalistieke en maatschappelijke initiatieven. Zo werd de bekendste Russische mensenrechtenorganisatie Memorial in deze periode opgericht, en kwamen er veel publicaties over de stalinistische misdaden. Hier begon de post-sovjet civil society die later onder Poetin via anti-ngo-wetten, stigmatisering en repressie de kop werd ingedrukt.

Ondanks de eerste euforie over de nieuwe vrijheid overheerste in Rusland de teleurstelling over het uitblijven van de gedroomde westerse welvaart. Een kleine groep wist zich buitenproportioneel te verrijken. Deze oligarchen profiteerden van de mazen in de wet en de privatisering van staatsbezit. Het gros van de Russen had het zwaar, mensen leden armoede, er waren grote tekorten en de werkloosheid was hoog. Spaargeld op de bank verdampte door hyperinflatie. Veel Russen denken daarom niet met positieve herinneringen terug aan de jaren van nieuwe vrijheden en democratie. ‘Als dit democratie is, doe mij dan maar wat anders.’

Het gebouw van de ngo ‘Memorial’ in Moskou is besmeurd met graffiti: ‘Buitenlandse agent. Love USA’ (2012).
© Yulia Orlova / HRC Memorial
Het gebouw van de ngo ‘Memorial’ in Moskou is besmeurd met graffiti: ‘Buitenlandse agent. Love USA’ (2012).

Rusland moet weer een supermacht worden

In deze context was het niet verrassend dat de belofte die Poetin in 2000 deed om economisch en politiek orde op zaken te stellen op aanzienlijke populariteit kon rekenen. Hoewel Rusland althans in naam een democratie is en er verkiezingen zijn, gaf de in 1993 onder Jeltsin aangenomen grondwet Poetin dusdanig vergaande macht op zowel wetgevend als uitvoerend terrein, dat hij zijn presidentschap kon uitbouwen tot dat van een autoritaire leider. In de zomer van 2020 vergrootte hij die macht verder door via een volksraadpleging toestemming te krijgen voor ingrijpende grondwetswijzigingen. Eén van de belangrijkste gevolgen van die wijzigingen is dat Poetin na afloop van de lopende termijn nog tweemaal president zou kunnen worden en daarmee in theorie tot 2036 zou kunnen blijven zitten.

Persoonlijk had Vladimir Poetin, een KGB’er die tot de val van de Berlijnse Muur in 1989 een post in het Oost-Duitse Dresden bekleedde, het einde van de Sovjet-Unie als een shock ervaren. Later noemde hij het ‘de grootste geopolitieke ramp van de eeuw’. Zijn voornemen om Rusland weer terug op het wereldtoneel te brengen kon (en kan) in Rusland op brede steun rekenen.

Terrorisme, revoluties en protesten

Nog in 1999, toen hij korte tijd premier was onder Jeltsin, profileerde Poetin zich al als terroristenbestrijder. Hij verdedigde de bloedige militaire operatie in de opstandige Russische deelrepubliek Tsjetsjenië, een binnenlandse oorlog die de eerste jaren van zijn presidentschap zou kenmerken. Hij kondigde in straattaal aan om de Tsjetsjeense separatisten overal te zullen achtervolgen, ‘tot op de plee’.

Het meedogenloze optreden van het Russische leger in Tsjetsjenië, met duizenden burgerdoden tot gevolg, bracht de separatisten tot terroristisch geweld elders in Rusland. Ze willen dat de federale autoriteiten zich terugtrekken uit Tsjetsjenië. In 2002 gijzelden Tsjetsjeense terroristen een theater in Moskou. Dit kostte uiteindelijk 170 mensen het leven, die van de gijzelnemers inbegrepen – vooral door ondoordacht gebruik van chemisch gas bij de bevrijdingsoperatie. In 2004 gijzelden Tsjetsjeense opstandelingen een school in het Zuid-Russische Beslan, een drama waarbij na een bloedige aanval door het Russische leger en met name door Russisch vuur ruim 300 burgers omkwamen, onder wie 186 kinderen.

Gevolg voor heel Rusland was dat Poetin de handen op elkaar kreeg om nog harder kunnen optreden tegen terrorisme en extremisme. Na Beslan werden veel wetten aangescherpt, zoals de anti-terrorismewetgeving. Zo vergrootten de autoriteiten de grip van de staat op de samenleving. De fouten aan de kant van de autoriteiten, die honderden het leven kostten, belandden in de doofpot.

Intussen braken in landen die traditioneel tot de Russische invloedssfeer horen revoluties uit. Leiders die Rusland welgezind waren, werden afgezet; nieuwe leiders voerden vaak een meer westerse koers. Zo vond in 2003 de Rozenrevolutie plaats in Georgië, en in 2004 de Oranjerevolutie in Oekraïne. Iets verder weg, maar niet minder bedreigend als mogelijk scenario, was de Arabische Lente een paar jaar later.

De demonstraties van 2011 en 2012

In de winter van 2011 en 2012 vonden er ook in Rusland massale protesten plaats. De bevolking was woedend over het gesjoemel tijdens de parlementaire verkiezingen ten gunste van Poetins partij Verenigd Rusland. Op de achtergrond speelde ook de aankondiging van Poetin mee dat hij zich – na een termijn stuivertje wisselen met premier Medvedev – opnieuw kandidaat zou stellen voor de presidentsverkiezingen.

Het vooruitzicht van nog zes jaar Poetin was voor velen de druppel. Ze wilden dat Poetin opstapte. Ze waren zelfs bereid tot een revolutie zoals in Oekraïne of Georgië – iets dat de autoriteiten tegen elke prijs wilden voorkomen.

Tijdens de demonstraties van 2011 en 2012 grepen de autoriteiten hard in. Opgepakte demonstranten kregen lange gevangenisstraffen. Had Poetin aan het eind van zijn tweede termijn in 2008 al de meeste media en politieke partijen onder controle – nu werd in recordtempo de grip van de staat op de samenleving verder verstevigd met een stortvloed aan wetten. Deze wetten raakten niet zozeer terroristen en criminelen, maar het nog relatief jonge maatschappelijk middenveld. Denk aan mensenrechtenactivisten, journalisten en ‘gewone’ Russen. De autoriteiten pakten iedereen met een dissidente stem aan. Meest notoir zijn de Wet op de Buitenlandse Agenten en de Wet op de Ongewenste Organisaties. Maatschappelijke organisaties kregen ineens het stigmatiserende label van ‘buitenlandse spion’. De media kwamen onder een nog strengere controle van de staat. Mensenrechtenverdedigers en ook advocaten werden zwartgemaakt door lastercampagnes in staatsmedia (als ‘pionnen van het westen’) en stonden bloot aan bedreiging en geweld.

Mensenrechtenverdediger en gewetensgevangene Anastasia Shevchenko kreeg in 2021 een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 jaar, omdat ze zich inzette voor een zogenaamde ‘ongewenste organisatie’. Daarvoor heeft ze al 2 jaar huisarrest gehad.

Meer lezen

Annexatie van de Krim

In de oorlog met Oekraïne annexeerde Rusland het schiereiland de Krim in 2014. Tot dat moment hoorde de Krim bij Oekraïne, maar de Russische invloed was er al aanzienlijk. Het was namelijk de thuishaven van de Russische Zwarte Zeevloot. Het aandeel pro-Russische stemmen op de Krim was groot en Rusland wilde voorkomen dat de Oekraïners hier voet aan de grond zouden krijgen. Na de illegale annexatie traden de Russische autoriteiten hard op tegen kritische stemmen. Zo staan leden van de islamitische minderheid de Krim-Tataren onder grote druk. Ze hebben het gevoel dat hun cultuur afgepakt wordt. Iedereen die kritiek heeft op de annexatie wordt snel neergezet als terrorist, met lange gevangenisstraffen als gevolg, zoals de zaak van mensenrechtenactivist Emir-Usein Kuku en vijf mede-beklaagden en de zaak van de Krim-Tataarse mensenrechtenverdediger Server Mustafayev, die in 2020 werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 14 jaar in een strenge strafkolonie. Hij wordt beschuldigd van ‘lidmaatschap van een terroristische organisatie’, terwijl het gaat om een belangenorganisatie van Krim-Tataren die onder Oekraïens bewind gewoon legaal was.

Ook anderen moeten hun kritische opstelling met vervolging en lange straffen na schijnprocessen bekopen, zoals de Oekraïense filmregisseur Oleg Sentsov. Hij werd in 2014 opgepakt op de Krim omdat hij volgens de Russen plannen had om daar een aanslag te plegen. Daarvoor kreeg hij 20 jaar gevangenisstraf. Uiteindelijk kwam Sentsov na 6 jaar in een strafkamp via een gevangenenruil tussen Rusland en Oekraïne vrij.

Corona

Tijdens de coronacrisis in 2020 grepen de Russische autoriteiten de pandemie aan om de inperking van vrijheid van meningsuiting nog verder op te schroeven. Amendementen op de ‘nepnieuws’-wet leidden tot mediacensuur en vervolging van journalisten, artsen, klokkenluiders en anderen die ‘valse informatie’ zouden hebben verspreid. Ook demonstratieregels werden verder aangescherpt. Journalisten werden, hoewel zij voldeden aan ‘social distancing’-regels en Ruslands draconische demonstratiewetgeving, beboet of gedetineerd voor deelname aan eenpersoonsprotesten, om vervolgens opgesloten te worden in overvolle en slecht geventileerde politievoertuigen of detentiecentra. Veel Russen zijn bang dat de wetten niet versoepeld worden als de crisis voorbij is.

Amnesty International roept de Russische autoriteiten op maatregelen te nemen om verspreiding van het coronavirus onder gevangenen en gedetineerden tegen te gaan. In Rusland worden 519.600 mensen gevangengehouden. Veel gevangenen hebben een slechte gezondheid en zitten in strafkampen ver van huis en ver van ziekenhuizen.

Zomer 2020: aanpassingen aan de Grondwet

De in de zomer van 2020 aangenomen amendementen op de Grondwet luidden verdere repressie en voortgaande erosie van de rechtsstaat in. Direct na invoering van de grondwetswijziging ging de Staatsdoema aan de slag om een honderdtal wetten in lijn te brengen met de nieuwe constitutie. Deze wetswijzigingen betekenden verdere restricties op onder andere het gebied van persvrijheid, vrijheid van meningsuiting, lhbti-rechten en religieuze vrijheden.

LHBTI-rechtenactivist Daniil Grachev wordt gearresteerd door de oproerpolitie in St. Petersburg in 2013.
© Getty
LHBTI-rechtenactivist Daniil Grachev wordt gearresteerd door de oproerpolitie in St. Petersburg in 2013.

De amendementen ondermijnen ook de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, doordat de president de macht krijgt om nationale ‘toprechters’ te benoemen. De autoriteiten krijgen bovendien het recht om ‘beslissingen van interstatelijke organen’ te verwerpen als die in strijd zijn met de Grondwet. Op die manier kan Rusland zijn internationale verplichtingen – waaronder de verplichting om vonnissen van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens uit te voeren – terzijde schuiven.

Eind 2020: nog meer wettelijke restricties

Eind 2020 nam het Russische parlement een groot aantal wetten en amendementen aan die de activiteiten van de civil society en gewone activisten nog verder inperken, met de intentie hen verder te stigmatiseren en vrijwel totale overheidscontrole in te stellen. Het gaat om uitbreidingen van de Buitenlandse Agenten-wet, wetgeving met betrekking tot demonstratievrijheid en wetten die het werk van journalisten inperken. Ook zijn boetes voor het overtreden van deze regels verhoogd.

Enkele voorbeelden:

  • Ook individuele burgers en ongeregistreerde publieke organisaties kunnen worden aangemerkt als ‘buitenlandse agenten’.
  • Strengere straffen voor het overtreden van de Buitenlandse Agentenwet.
  • Een verbod op buitenlandse of anonieme financiering van bijeenkomsten met meer dan 500 deelnemers.
  • De rij mensen die wachten tot het hun beurt is voor een eenpersoonsdemonstratie wordt (ook als ze in de rij staan zonder tekstbord) gelijkgesteld aan een meerpersoonsdemonstratie waarvoor dan toch een vergunning nodig is. (Eenpersoonsdemonstraties zijn de enige vorm van straatprotest waarbij deze goedkeuring vooraf niet vereist was).
  • De autoriteiten kunnen hun goedkeuring voor publieke acties alsnog intrekken als de organisatoren informatie verspreiden die het doel van de actie wijzigen, en moeten organisatoren de tijd of plaats van een actie aanpassen als de autoriteiten daarop staan: het is dus of de voorwaarden van de autoriteiten accepteren of de actie helemaal afblazen.
  • Het is journalisten verboden publieksacties te promoten binnen hun professionele activiteiten.