Protesten in Binnen-Mongolië

De autoriteiten in de Chinese Autonome Regio Binnen-Mongolië hebben in 2020 controversiële onderwijshervormingen doorgevoerd. In Binnen-Mongoolse leslokalen werd de voertaal van drie vakken – taal en literatuur, politiek en moraliteit, en geschiedenis – vervangen door Mandarijn, de standaardtaal.

De hervormingen hebben geleid tot massale protesten, omdat gevreesd wordt dat ze de voorbode zijn van verdere maatregelen die culturele assimilatie van de meer dan 4 miljoen etnisch Mongoolse inwoners van het gebied in de hand moeten werken.

‘Autonome’ regio’s

Vele van de gebieden waar grote groepen etnische minderheden wonen kregen in China de status van ‘autonome regio’. Zo is niet alleen Binnen-Mongolië, maar zijn ook Xinjiang en Tibet zogenaamde autonome regio’s. Volgens de Chinese wet hebben etnische groepen in deze gebieden een zekere mate van zelfbeschikking, en wordt er gelet op het behoud van hun gebruiken en cultuur. Zo bevat de wet bepalingen die het gebruik van de eigen taal van etnische minderheden in het onderwijs moet beschermen. Maar het wordt steeds duidelijker dat de Chinese overheid lak heeft aan de bescherming van etnische minderheidsculturen, en de betreffende rechtsbepalingen straal negeert. In Xinjiang is Mandarijn-Chinees sinds lang de standaardtaal in het onderwijs, en in Tibet werd Tashi Wangchuk tot 5 jaar cel veroordeeld omdat hij pleitte voor meer Tibetaans taalonderwijs in scholen. Sinds 2020 is ook Binnen-Mongolië steeds vaker mikpunt van de omstreden maatregelen.

 

Chifeng, Binnen-Mongolië
Chifeng, Binnen-Mongolië

Tientallen arrestaties

Uit protest tegen de hervormingen hielden ouders in Binnen-Mongolië hun kinderen dagenlang thuis en bleven de scholen leeg. Op publieke plaatsen werden grootschalige protesten georganiseerd; iets wat al zeker 30 jaar niet meer is voorgekomen in de regio. De autoriteiten dreigden demonstranten met arrestaties, gevangenisstraffen en beslaglegging op bezittingen. Tenminste 23 mensen werden gearresteerd op laste van “ruzie zoeken en het veroorzaken van problemen”, voor het deelnemen aan, of het delen van informatie over de protesten. Dezelfde veroordeling werd ten laste gelegd aan nog eens 129 deelnemers aan de protesten, van wie namen en foto’s publiekelijk werden verspreid door het Publieke Veiligheidsbureau van Tongliao, in een poging hen op te sporen.

Amnesty International deed een oproep aan de Chinese autoriteiten om duidelijkheid te geven over het lot van de arrestanten in Binnen-Mongolië en het recht op vreedzame demonstratie en vrijheid van meningsuiting te respecteren.