Vluchteling Ahmed H. praat met de media met achter hem de Hongaarse oproerpolitie. Plaats van handeling is een grensovergnag in 2015 waar de politie traangas en een waterkanon inzet om migranten te verhinderen het land binnen te komen.
© Alamy / REUTERS / Karnok Csaba

Mensenrechten in Hongarije

Het probleem

Sinds 2010 beschikte de politieke partij Fidesz van premier Viktor Orbán lange tijd over een tweederde meerderheid in het parlement. Die gebruikte Orbán om met nieuwe regels en wetten de rechterlijke macht in te perken, het maatschappelijk middenveld buitenspel te zetten, de vrije meningsuiting te onderdrukken en vluchtelingen en asielzoekers tegen te houden.  Aan het eind van Orbáns vorige regeertermijn raakte hij zijn absolute meerderheid kwijt, maar na de parlementsverkiezing in april 2018 beschikt zijn partij wederom over een tweederde meerderheid.

Inperking rechterlijke macht

In 2011 trad in Hongarije een nieuwe grondwet in werking. Nieuw daarin was dat zittende rechters op 62-jarige leeftijd met pensioen moeten en niet langer tot hun 70ste mogen doorwerken. In korte tijd werden honderden rechters met pensioen gestuurd. Zij werden vervangen door rechters die loyaal zijn aan Orbáns partij Fidesz.

In 2013 keurde het Hongaarse parlement, waarin de partij van premier Orbán de meerderheid had, een verdere grondwetswijziging goed. Met die wijziging werden de bevoegdheden van het Constitutioneel Hof in belangrijke mate ingeperkt. Enerzijds kunnen eerdere uitspraken van het Hof over aangenomen wetten door de regering genegeerd worden en anderzijds kreeg het Hof minder bevoegdheden om nieuwe wetten te toetsen aan de grondwet. Bovendien maakte Orbán het mogelijk om meer (bevriende) rechters te benoemen bij het Hof. Hiermee werd de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht aangetast, met grote gevolgen voor de rechtsstaat.

Met de grondwetswijziging werd ook vastgelegd dat politieke campagnes alleen via staatsmedia mogen worden uitgezonden, wat de vrije meningsuiting inperkt en de kansen voor de oppositie minimaliseert. In een ander artikel staat dat traditionele familierelaties de voorkeur hebben en dat een huwelijk tussen twee mensen met hetzelfde geslacht niet is toegestaan.

Studenten protesteren voor het parlementsgebouw jn Budapest tegen het onderwijsbeleid van de regering Orbán, 19 januari 2018.
Studenten protesteren voor het parlementsgebouw in Budapest tegen het onderwijsbeleid van de regering Orbán, 19 januari 2018.

Verstikking maatschappelijk middenveld

Op 18 januari 2018 lanceerde de Hongaarse regering een aantal wetsontwerpen – het zogenoemde Stop Soros-pakket – die het werk van mensenrechtenverdedigers en non-gouvernementele organisaties nagenoeg onmogelijk maakt en critici stigmatiseert. De wetten zouden bedoeld zijn om ‘illegale migratie’ tegen te gaan, ‘de grenzen te versterken’ en ‘de Hongaarse nationale veiligheid te beschermen’. In de praktijk blijken de voorstellen vooral een verstikking van het maatschappelijk middenveld tot gevolg te hebben.

In juni 2018 werden de wetsvoorstellen aangepast. De nieuwe voorstellen nemen vrijwel alle organisaties en individuen op de korrel die zich inzetten voor de rechten van vluchtelingen en asielzoekers. Of, zoals de Hongaarse autoriteiten dat consequent noemen: ‘massamigratie propageren’.

Een tweede wet moet het mogelijk maken dat Hongaarse burgers en buitenlanders die ‘een gevaar vormen voor de nationale veiligheid of openbare orde’ een verbod krijgen opgelegd om binnen 8 km van de Schengengrens te komen. Burgers die zo’n gevaar zouden vormen, hebben bijvoorbeeld ‘gedragingen gerelateerd aan de migratiesituatie, zoals het bijstaan van een buitenlander om Hongarije binnen te komen of er te blijven’. Vertaald naar de Nederlandse situatie zou een vrijwilliger van Amnesty International of VluchtelingenWerk dus een verbod opgelegd kunnen krijgen.

Als de wetswijzigingen worden aangenomen, moeten organisaties en individuen die zich inzetten voor de rechten van vluchtelingen en asielzoekers bevestigen dat ze ‘illegale’ activiteiten ondernemen en dit via bijvoorbeeld hun website bekendmaken.

Al eerder spande de regering zich in om het werk van groepen uit het maatschappelijk middenveld te dwarsbomen. In juni 2017 werd een pakket regels aangenomen voor non-gouvernementele organisaties (ngo’s) die financiële steun uit het buitenland ontvangen, met als argument dat ze mogelijk ‘buitenlandse belangen’ dienen. De nieuwe regels dwingen ngo’s om zich te registreren als ze per jaar meer dan 7,2 miljoen forint (24.000 euro) aan buitenlands geld ontvangen. Ook moeten ze hun donateurs openbaar maken en in al hun publicaties en op internetsites vermelden dat ze een ‘met buitenlands geld gefinancierde organisatie’ zijn. Dat lijkt onschuldig, maar is het niet. De suggestie wordt gewekt dat er sprake is van buitenlandse inmenging. Dat ondermijnt de geloofwaardigheid van de organisaties in Hongarije waardoor ze steun verliezen en nog moeilijker kunnen overleven – wat weer ten koste gaat van kwetsbare groepen en mensen. Amnesty Hongarije weigert zich te laten registreren als een door het buitenland gefinancierde organisatie.

Soros vertrekt, oppositiekrant sluit

In april 2018 besloot de stichting van de Hongaars-Amerikaanse filantroop George Soros om te vertrekken uit Budapest en haar werk na de zomer voort te zetten vanuit Berlijn. De verhuizing van de Open Society Foundation (OSF) is waarschijnlijk ingegeven door de niet-aflatende anti-Soros-campagne van Orbán. Volgens de Hongaarse premier proberen de OSF en verwante organisaties de staat te ondermijnen met hun pleidooi voor het opnemen van migranten.

Het voorlopig dieptepunt in deze hetze tegen ngo’s kwam op 12 april. Toen publiceerde het regeringsgezinde Hongaarse weekblad Figyelö een zwarte lijst van medewerkers van ngo’s. Daaronder zitten Amnesty Hongarije, het Hongaarse Helsinki Comité, Civil Liberties Union, Transparancy International Hongarije en veel andere maatschappelijke organisaties. De zwarte lijst werkt stigmatiserend voor de betrokken personen en is een mogelijke eerste stap op weg naar verdergaande bedreigingen.

In april verscheen ook oppositiekrant Maygar Nemzet voor het laatst. De eigenaar van de krant is een oude schoolvriend van Orbán, maar sinds 2015 hebben ze ruzie. De overwinning van Orbán bij de laatste parlementsverkiezingen gaf vermoedelijk de doorslag. Er is nu nog maar één landelijke oppositiekrant over.

Een man neemt deel aan een protest in de Hongaarse hoofdstad Budapest (15 april 2017). Duizenden mensen gingen de straat op om te protesteren tegen pogingen van de regering om critici het zwijgen op te leggen.
© REUTERS/Bernadett Szabo
Een man neemt deel aan een protest in de Hongaarse hoofdstad Budapest (15 april 2017). Duizenden mensen gingen de straat op om te protesteren tegen pogingen van de regering om critici het zwijgen op te leggen.

Tegenwerking verdedigers van mensenrechten

De nieuwe regels hebben grote gevolgen. Zo zullen buitenlandse geldschieters terughoudener zijn, nu de kans bestaat dat een kwart van de bijdrage naar de belastingdienst verdwijnt. Met onderzoeken en smaadcampagnes zullen ngo’s verder in diskrediet gebracht worden. De ngo’s moeten bevestigen dat ze ‘illegale’ activiteiten ondernemen en dit via bijvoorbeeld hun website bekendmaken. Het stempel ‘illegaal’ werkt in hoge mate stigmatiserend en maakt de activiteiten van de ngo voor de buitenwereld ongeloofwaardig. Omdat de autoriteiten toegang krijgen tot de gegevens van de mensen die voor een ngo werken of er steun van ontvangen, lopen zij het risico als onbetrouwbaar of een veiligheidsrisico bestempeld te worden. Naar schatting 80 tot 85 procent van zo’n kleine duizend vooraanstaande ngo’s lopen het risico hun status als goed doel te verliezen en daarmee ook het belastingvoordeel en andere voordelen die zij genieten. Gevolg is dat de ngo’s aanmerkelijk hogere kosten krijgen. En mensenrechtenverdedigers die samenwerken met ngo’s waar de autoriteiten het op gemunt hebben, lopen eveneens de kans als risico voor de veiligheid uitgemaakt te worden. Daardoor kunnen zij allerlei beperkingen opgelegd krijgen.

© Amnesty International
Een billboard in Budapest met de tekst: ‘ Wist je dat? Sinds het begin van de migratiecrisis zijn meer dan 300 mensen gedood tijdens terroristische aanslagen.’ De campagne werd gesponsord door de Hongaarse regering.

Migranten gedemoniseerd

De autoriteiten doen er alles aan om migranten, vluchtelingen en asielzoekers te demoniseren en tegen te houden. Zo zei Orbán in januari 2018 in een interview met de Duitse krant Bild: ‘We zien deze mensen niet als islamitische vluchtelingen, we zien hen als islamitische indringers.’

Mensenrechtenverdedigers en ngo’s die opkomen voor de rechten van migranten, vluchtelingen en asielzoekers dringen er al lang bij de Hongaarse autoriteiten op aan om de internationale verplichting na te komen om vluchtelingen bescherming te bieden. Het tegendeel gebeurt.

In maart 2017 werden nieuwe regels van kracht waardoor vluchtelingen vastgehouden mogen worden in overgangszones bij de grens met Servië. De migranten mogen niet doorreizen totdat hun asielprocedure is afgerond en worden ondergebracht in containerkampen. Orbán wil hiermee het aantal vluchtelingen terugdringen. In 2016 probeerde de premier met een grondwetswijziging te voorkomen dat Hongarije verplicht een aantal migranten moet opnemen, zoals is afgesproken binnen de Europese Unie. Uiteindelijk werd dat wetsvoorstel niet aangenomen.

In 2015 werd de grens met prikkeldraad afgesloten om vluchtelingen, migranten en asielzoekers tegen te houden. Bovendien kwam er een wet waardoor mensen die ‘zonder toestemming’ toch de grens overstaken tot drie jaar gevangenisstraf kunnen krijgen of worden uitgezet. Ook werd het ‘beschadigen van het hek’ en het ‘helpen een ander persoon de staatsgrens over te steken’ strafbaar met een celstraf tot vijf jaar.

 

Inperking vrije meningsuiting

Onderwijswet
Op basis van de onderwijswet die op 4 april 2017 werd goedgekeurd, kunnen buitenlandse onderwijsinstellingen hun licentie verliezen als ze geen campus hebben in hun thuisland. In werkelijkheid is de wet bedoeld om de Central European University (CEU) te dwingen haar deuren te sluiten. De CEU is een van de meest vooraanstaande universiteiten in Midden- en Oost-Europa. De universiteit werd in 1991 opgericht door Amerikaans-Hongaarse George Soros om steun te kunnen bieden bij de overgang van het communisme naar een democratie. Soros heeft herhaaldelijk kritiek geleverd op Orbán, waarna de premier hem tot aartsvijand van Hongarije bestempelde en hem het werk onmogelijk maakt. De wet verplicht onder meer alle internationale universiteiten die diploma’s uitreiken in Hongarije om ook een vestiging in hun thuisland te hebben. De CEU reikt zowel Hongaarse als Amerikaanse diploma’s uit, maar heeft alleen een vestiging in de Hongaarse hoofdstad Budapest.

Demonstranten gingen op 4 april 2017 de straat op om te protesteren tegen de gedwongen sluiting van de Central European University (CEU) die werd opgericht door Amerikaans-Hongaarse George Soros.

In 2014 leidde een wetsontwerp met als doel belasting te heffen op internetverkeer tot hevige protesten en demonstraties, waarna de regering het wetsvoorstel introk. Desondanks heeft de regering aangegeven een maatschappelijke discussie op gang te willen brengen over de vraag of internet belast moet kunnen worden.

Mediawaakhond
Premier Orbán riep in 2011 een mediawaakhond in het leven die wordt bestuurd door partijgenoten. Deze media-autoriteit controleert de Hongaarse media en legt hoge boetes op als de media niet ‘objectief’ berichten.

Maatregelen tegen terrorisme

In Hongarije werd in juni 2016 een serie anti-terrorismemaatregelen van kracht, waaronder een aanpassing van de grondwet. De maatregelen zijn gebaseerd op het uiterst vage en brede begrip ‘terroristische dreiging’. In geval het parlement een ‘terroristische dreiging’ uitroept, krijgt de regering voor onbepaalde tijd buitengewoon grote bevoegdheden, die een bedreiging van de mensenrechten vormen. Te denken valt aan onder meer het opschorten van wetten en het versneld aannemen van nieuwe noodmaatregelen, de beperking van de bewegingsvrijheid, en het verbieden van openbare bijeenkomsten.

Wat doet Amnesty?

Amnesty voert campagne voor vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vereniging en vrijheid van vergadering in Hongarije. Daarnaast zetten we ons in voor eerlijke rechtspraak en steunen we mensen die door de nieuwe wetten het zwaarst onder vuur liggen: activisten, journalisten, advocaten, kunstenaars, homoseksuelen. We doen onderzoek, onder meer naar de situatie van vreemdelingen en de tegenwerking van ngo’s. We verzorgen trainingen en we lobbyen bij de autoriteiten en bij de Europese Unievoor verbetering van de mensenrechtensituatie op diverse terreinen.

Ontwikkelingen

In mei 2017 stemde een meerderheid van het Europees Parlement in met het op gang brengen van de zogenoemde artikel 7-procedure. Dat is het zwaarste strafmiddel dat de EU kan inzetten om een lidstaat het stemrecht te ontnemen. In de resolutie werd Hongarije opgeroepen om wetten aan te passen die ngo’s en asielzoekers benadelen en om de sluiting van de Soros-universiteit terug te draaien.