Trudi

‘Tjeetje, hier voel ik me lekker!’

‘Ik kan me voorstellen dat jullie genoeg rotklusjes hebben,’ zei Trudi van Greevenbroek. ‘Mag ik die doen?’ Met die gevleugelde woorden kwam een van Amnesty’s trouwste vrijwilligers de organisatie binnen. Sindsdien heeft ze heel wat ‘rotklusjes’ geklaard. ‘Ik kan niet weg bij jullie.’

Bij Amnesty International spelen vrijwilligers een cruciale rol. Ze helpen onder andere bij acties en campagnes in het land, bij de jaarlijkse Amnesty-collecte en bij het werk op het hoofdkantoor in Amsterdam. Dat laatste doet Trudi van Greevenbroek al sinds 1996, vooral op de educatieafdeling. Hoe kwam ze erbij om Amnesty te gaan helpen?
‘Ik kwam in 1996 in Amsterdam wonen en was al jaren Amnesty-lid,’ vertelt Trudi. ‘Ik had altijd de agenda van Amnesty maar op een keer kwam die niet terwijl ik hem wel had besteld. Dus ik opbellen. Ik kreeg [Amnesty-medewerker] Wim Roelofsen aan de lijn en die zei: ik doe hem wel op de post. Ik zei: als ik op mijn dak ga staan kan ik naar jullie zwaaien! Ik kom hem wel halen.’
Dus Trudi naar het Amnesty-kantoor. ‘Ik stond in het halletje bij de balie en de atmosfeer greep me direct. Ik ben heel gevoelig voor de omgeving en dacht: tjeetje! Hier voel ik me lekker! En ik was sowieso op zoek naar iets om te doen naast alleen maar oud zijn, ha ha. Dus ik vroeg Wim: “Ik kan me voorstellen dat jullie genoeg rotklusjes hebben, mag ik die doen?” Toen mocht ik dingen ordenen op Wims computer. In ordenen ben ik goed, want ik ben weefster.’

Kaarten van scholieren

Trudi van Greevenbroek spreekt graag en vol passie over haar Amnesty-carrière. ‘Heb je enig idee hoe moeilijk het is om Nederlands te lezen en schrijven als buitenlander?’ vraagt ze plotseling. ‘Volstrekt onmogelijk! En er werkte een Ethiopische vrouw op de educatieafdeling. Die sprak fantastisch Nederlands maar ga het maar eens schrijven. Dus toen heb ik Wim verlaten en ben ik samen met haar de bestellingen gaan regelen van het Amnesty-lesmateriaal. Dat ging meteen geweldig.’
Naast het versturen van lesmateriaal doet Trudi van alles en nog wat. Nieuwsbrieven inpakken voor gastdocenten, handtekeningen onder petities tellen (‘ik heb bij elkaar ongeveer 560 duizend handtekeningen geteld’) en – misschien wel het leukste – groetenkaarten sorteren die scholieren schrijven aan mensenrechtenverdedigers. ‘Dat mis ik met corona wel enorm: die kaarten van de kinderen. Dat vind ik een belangrijke taak. Ze schrijven vaak prachtige, bemoedigende dingen. “Hou vol!” Of ook wel dingen als: “Ik ga straks voetballen”. Heerlijk.’

Ondersteboven

Tijdens de lockdown staat haar werk voor Amnesty bepaald niet stil. ‘Meestal sturen Klaske of Andrea [van de educatieafdeling] mij een appje met uitleg van wat ze nodig hebben, en dan brengen ze het werk langs. Gelukkig maar, want ik kan niet weg bij jullie.’
En toen Trudi in september 90 jaar werd, was ze zelf onderwerp van een Amnesty-kaartenactie. ‘Dat was ongelooflijk hartverwarmend. Ik kreeg van een heleboel Amnesty-mensen een kaart. Zevenennegentig kaarten! Mooi hè? Ik was daar helemaal van ondersteboven en loop er ook vreselijk over op te scheppen tegen iedereen. Echt prachtig. Het is een teken dat je bestaat. Een teken dat ze je zien.’