Drugs en mensenrechten

Bekende drugs zijn opiaten (zoals morfine en heroïne), hallucinogenen (zoals LSD), cocaïne, amfetaminen, kalmeringsmiddelen en cannabis. Alcohol en tabak worden soms ook tot de drugs gerekend.

Er is geen gegronde reden waarom bepaalde ‘verdovende’ middelen, zoals alcohol en tabak, wel wettelijk zijn toegestaan en anderen, zoals hasjiesj, niet. Op verschillende manieren leiden drugs en drugshandel wereldwijd tot schendingen van mensenrechten. Straatkinderen worden vaak ingezet voor koeriersdiensten.

Drugstransacties ontaarden door hun criminele aard vaak in geweld. Ook het bestrijden van drugshandel leidt tot schendingen. In meer dan 20 landen zijn drugsmisdrijven strafbaar met de doodstraf, in sommige landen (Maleisië, Singapore) is de doodstraf zelfs verplicht. In Iran zijn duizenden mensen voor drugsmisdrijven geëxecuteerd.

Overheidsoptreden tegen drugs kan, zoals in Latijns Amerika, deels een dekmantel zijn van overheidsgeweld tegen gewapende oppositiegroeperingen. Een tolerant drugsbeleid, zoals in Nederland, heeft aantoonbaar geleid tot vermindering van criminaliteit en een lagere verspreiding van aids. Landen zoals de VS voeren tot dusverre echter een (onsuccesvol) beleid van hard nationaal en internationaal optreden.

Verslavingszorg

Verslavingszorg wordt geboden door verschillende instellingen, die meestal een bepaalde regio van Nederland bestrijken. Op de pagina van Wikipedia staan die genoemd. Uitgebreide informatie over allerlei vormen van verslaving is te vinden op de website van de Jellinek Kliniek in Amsterdam.

Amnesty International heeft geen standpunt over de mate waarin en manieren waarop drugs strafbaar zouden moeten worden gesteld. Er zijn organisaties die pleiten voor het zo veel mogelijk afschaffen van de strafbaarheid van drugs, zoals de stichting Legalize.