Schipholbrand

Bij de Schipholbrand was een brand in het cellencomplex op Schiphol-Oost op 27 oktober 2005, waarbij elf gedetineerde vreemdelingen om het leven kwamen.

Veel kritiek kreeg de opvang van vreemdelingen en uitgeprocedeerde asielzoekers naar aanleiding van gebeurtenissen zoals de `Schipholbrand’. Bij de brand in het cellencomplex op Schiphol-Oost op 27 oktober 2005 kwamen elf gedetineerde vreemdelingen om het leven. Hun herkomstlanden waren een typerende staalkaart: Oekraïne, Suriname, Bulgarije, Libië, Turkije, Roemenië, Georgië en de Dominicaanse Republiek.

Schipholbrand: rapporten

In september 2006 leidde een zeer kritisch rapport over de Schipholbrand, dat de overheid verantwoordelijk stelde voor grove nalatigheid, tot het vertrek van twee ministers. Amnesty sprak zorg uit over berichten dat overlevenden van de brand elders werden geplaatst, maar nog altijd gedetineerd waren. In oktober 2008 kregen zestien overlevenden alsnog ieder een schadevergoeding van 10 duizend euro. Amnesty deed onderzoek naar toedracht van de brand en het verlies van mensenlevens en naar de achtergronden van de vreemdelingen, waaronder hun herkomstland en individuele omstandigheden, en legde een groot aantal vragen voor aan de overheid en een onderzoekscommissie. Onder meer beschouwde Amnesty de detentie van verscheidene vreemdelingen als onrechtmatig.