Banner
Amnesty.nl Homepage
Universele verklaring
UVRM Thema's

Preambule

Overwegende, dat erkenning van de inherente waardigheid en van de gelijke en onvervreemdbare rechten van alle leden van de mensengemeenschap grondslag is voor de vrijheid, gerechtigheid en vrede in de wereld;

Overwegende, dat terzijdestelling van en minachting voor de rechten van de mens geleid hebben tot barbaarse handelingen, die het geweten van de mensheid geweld hebben aangedaan en dat de komst van een wereld, waarin de mensen vrijheid van meningsuiting en geloof zullen genieten, en vrij zullen zijn van vrees en gebrek, is verkondigd als het hoogste ideaal van iedere mens;

Overwegende, dat het van het grootste belang is, dat de rechten van de mens beschermd worden door de suprematie van het recht, opdat de mens niet gedwongen worde om in laatste instantie zijn toevlucht te nemen tot opstand tegen tirannie en onderdrukking;

Overwegende, dat het van het hoogste belang is om de ontwikkeling van vriendschappelijke betrekkingen tussen de naties te bevorderen;

Overwegende, dat de volkeren van de Verenigde Naties in het Handvest hun vertrouwen in de fundamentele rechten van de mens, in de waardigheid en waarde van de mens en in de gelijke rechten van mannen en vrouwen opnieuw hebben bevestigd, en besloten hebben om sociale vooruitgang en een hogere levensstandaard in groter vrijheid te bevorderen;

Overwegende, dat de Staten, welke Lid zijn van de Verenigde Naties, zich plechtig verbonden hebben om, in samenwerking met de Organisatie van de Verenigde Naties, overal de eerbied voor en de inachtneming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden te bevorderen;

Overwegende, dat het van het grootste belang is voor de volledige nakoming van deze verbintenis, dat een ieder begrip hebbe voor deze rechten en vrijheden;

Op grond daarvan proclameert de Algemene Vergadering deze Universele Verklaring van de Rechten van de Mens als het gemeenschappelijk door alle volkeren en naties te bereiken ideaal, opdat ieder individu en elk orgaan van de gemeenschap, met deze Verklaring voortdurend voor ogen, er naar zal streven door onderwijs en opvoeding de eerbied voor deze rechten en vrijheden te bevorderen, en door vooruitstrevende maatregelen, op nationaal en internationaal terrein, deze rechten algemeen en daadwerkelijk te doen erkennen en toepassen, zowel onder de volkeren van Staten die Lid van de Verenigde Naties zijn zelf, als onder de volkeren van gebieden die onder hun jurisdictie staan.

Toelichting
Op 10 december 1948, na meer dan 1400 stembeurten voor tekstwijzigingen, werd de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens door de Verenigde Naties aangenomen. De tekst was uitgewerkt door de leden van het VN Mensenrechtencomité, onder leiding van ‘first lady’ Eleanor Roosevelt. Alle 30 artikelen van de Verklaring zijn een waarborg voor de fundamentele rechten van ieder individu. Artikel 1 en 2 maken het uitgangspunt van de Verklaring duidelijk. Alle mensen op de wereld zijn gelijk en deze gelijkheid is gebaseerd op de fundamentele waardigheid van het menszijn. Artikel 3 tot en met 21 beschrijven de burgerlijke en de politieke rechten. Artikel 22 tot en met 27 kennen de economische, sociale en culturele rechten toe. Artikel 28 tot en met 30 vormen het kader waarin de mensenrechten geplaatst horen te worden. De Universele Verklaring is zelf niet bindend, maar werd wel gebruikt als basis voor twee bindende VN-mensenrechtenverdragen: het internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en het internationaal verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten.

De mensenrechten zijn dus inherent, aangeboren, onvervreemdbaar. Dat zijn overblijfselen uit het natuurrecht. Sommige gedelegeerden bij de vergaderingen van 1948, waaronder de priester die Nederland vertegenwoordigde, wilden een verwijzing naar God of Schepper die de mensen die rechten zou hebben meegegeven. Daarentegen vinden veel hedendaagse filosofen vinden het hele idee van aangeboren rechten onzinnig: rechten bestaan alleen omdat mensen die zelf aan mensen toekennen.
Het eerste deel van de Preambule is een verwijzing naar de holocaust. Overigens blijkt nergens uit de stukken dat de opstellers ook wilden verwijzen naar de misdrijven van de Sovjet-Unie onder Stalin, die in veel opzichten niet minder afschuwelijk waren geweest. Dit deel verwijst tevensnaar de toespraak van president Roosevelt uit 1941, waarin hij de Vier Vrijheden formuleerde: vrijheid van mening en geloof, vrijwaring van vrees en gebrek..
Er werd bij de opstelling van diverse kanten aangedrongen op het opnemen van een recht op verzet tegen onderdrukking; in de Preambule kwam een afgezwakte formulering ervan.
De verwijzing naar 'ieder individu en elk orgaan' benadrukt dat de mensenrechten niet alleen de verantwoordelijkheid zijn van overheden; later is de term 'elk orgaan' veel gebruikt om te wijzen op de mensenrechtenverplichtingen van bedrijven. 'Vooruitstrevende maatregelen' wil zeggen: feitelijke bescherming door de overheid, door wetten en toepassing van de wetten.

Dinsdag 16 maart 2010
Bekijk sitemap
Zoeken
Bescherm de UVRM, word lid!