Home > De bibliotheek: Naslag > UVRM > Artikel 30:
Banner
Amnesty.nl Homepage
Universele verklaring
 
UVRM Thema's

Artikel 30:

Geen bepaling in deze Verklaring zal zodanig worden uitgelegd, dat welke Staat, groep of persoon dan ook, daaraan enig recht kan ontlenen om iets te ondernemen of handelingen van welke aard ook te verrichten, die vernietiging van een van de rechten en vrijheden, in deze Verklaring genoemd, ten doel hebben.

© Private / Fotoloods

Demonstratie van Russische neonazi’s. Tijdens dergelijke betogingen is er soms sprake van ‘botsende grondrechten’. Het recht op vrijheid van meningsuiting mag bijvoorbeeld niet worden gebruikt om te discrimineren of haat te zaaien.



Toelichting op artikel 30:
Dit artikel is een soort veiligheidsgarantie: als zich een probleem voordoet met de interpretatie van deze mensenrechten, dan geldt dat het geheel van rechten de leidraad moet zijn voor de juiste interpretatie.


De grootste bedreiging voor de mensenrechten is misschien wel de oproep om behalve rechten ook plichten vast te leggen. Uit verschillende hoeken komt er geregeld zo’n oproep: van religieuze leiders, van rechtse en extreemlinkse partijen, van de niet zo democratische regeringen. De gedachte is dat vooral de plicht op respect zou moeten worden vastgelegd: tussen burgers onderling, tegenover de overheid, tegenover zeden en tradities en religies. Zo’n idee leidt gemakkelijk tot misbruik van de mensenrechten. Het internationaal recht bepaalt dat (vooral) de overheid één plicht heeft: de naleving van mensenrechten, omdat de overheid het geweldsmonopolie bezit. Burgers mogen níet aanzetten tot geweld tegen anderen, maar ze hebben geen ‘mensenrechtenplicht’ tot respect. Ze mogen de ideeën, religie of handelingen van anderen voluit kritiseren. Zonder die vrijheid worden de mensenrechten dode letter, want dan kan iedereen met macht anderen dwingen tot bepaalde denkbeelden of gedragingen.
Maandag 15 maart 2010
Bekijk sitemap
Zoeken