Artikel 30:
Geen bepaling in deze Verklaring zal zodanig worden uitgelegd, dat welke Staat, groep of persoon dan ook, daaraan enig recht kan ontlenen om iets te ondernemen of handelingen van welke aard ook te verrichten, die vernietiging van een van de rechten en vrijheden, in deze Verklaring genoemd, ten doel hebben.

Demonstratie van Russische neonazi’s. Tijdens dergelijke betogingen is er soms sprake van ‘botsende grondrechten’. Het recht op vrijheid van meningsuiting mag bijvoorbeeld niet worden gebruikt om te discrimineren of haat te zaaien.
Toelichting op artikel 30:
Dit artikel is een soort veiligheidsgarantie: als zich een probleem voordoet met de interpretatie van deze mensenrechten, dan geldt dat het geheel van rechten de leidraad moet zijn voor de juiste interpretatie.
































