Artikel 26:
2. Het onderwijs zal gericht zijn op de volle ontwikkeling van de menselijke persoonlijkheid en op de versterking van de eerbied voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Het zal het begrip, de verdraagzaamheid en de vriendschap onder alle naties, rassen of godsdienstige groepen bevorderen en het zal de werkzaamheden van de Verenigde Naties voor de handhaving van de vrede steunen.
3. Aan de ouders komt in de eerste plaats het recht toe om de soort van opvoeding en onderwijs te kiezen welke aan hun kinderen zal worden gegeven.

Een jong meisje wint een hardloopwedstrijd op haar school, in Dhaka, Bangladesh.
Toelichting op artikel 26:
Lager onderwijs is in de praktijk lang niet overal kosteloos geworden, ook in westerse landen vragen scholen soms aanzienlijke bijdragen van ouders. Onderwijs heeft volgens de Universele Verklaring het primaire doel om bewustzijn van de mensenrechten bij te brengen. Ouders mogen bepalen hoe onderwijs en opvoeding eruit zien, een bepaling waartegen zich in 1948 onder meer de Sovjet-Unie verzette.































In Nepal is naar school gaan de laatste negen jaar levensgevaarlijk geweest. Schoolkinderen liepen iedere dag het risico door de rebellen ontvoerd of zelfs vermoord te worden. Bescherming was er niet, want ook de regeringstroepen maakten zich schuldig aan mensenrechtenschendingen. 
