Artikel 25:
1. Een ieder heeft recht op een levensstandaard, die hoog genoeg is voor de gezondheid en het welzijn van zichzelf en zijn gezin, waaronder begrepen voeding, kleding, huisvesting en geneeskundige verzorging en de noodzakelijke sociale diensten, alsmede het recht op voorziening in geval van werkloosheid, ziekte, invaliditeit, overlijden van de echtgenoot, ouderdom of een ander gemis aan bestaansmiddelen, ontstaan ten gevolge van omstandigheden onafhankelijk van zijn wil.
2. Moeder en kind hebben recht op bijzondere zorg en bijstand. Alle kinderen, al dan niet wettig, zullen dezelfde sociale bescherming genieten.

Minderjarige steenhakkers aan de oevers van de Balason-rivier in India. Wereldwijd werken ongeveer 250 miljoen kinderen jonger dan veertien jaar. Ook in India is kinderarbeid zeer wijdverbreid. In veel gevallen komen de praktijken neer op slavernij.
Toelichting op artikel 25:
Een artikel dat bijna alle sociaal-economische rechten opsomt, en eigen voorschrijft dat de staat voorzieningen moet bieden voor mensen die niet voldoende voor zichzelf kunnen zorgen. Het tweede lid kwam door sterke lobby in de Universele Verklaring te staan, veel gedelegeerden vonden het indertijd overbodig.































Wereldwijd werken er meer dan 250 miljoen kinderen als stenenbreker, schoenenpoetser, mijnwerker, batterijensloper, kindsoldaat, bediende of politieagent. Deze kinderen worden ingezet omdat ouders de zorg voor het gezin niet kunnen opbrengen. 
