Banner
Amnesty.nl Homepage
Universele verklaring
 
UVRM Thema's

Artikel 2

1.Een ieder heeft aanspraak op alle rechten en vrijheden, in deze Verklaring opgesomd, zonder enig onderscheid van welke aard ook, zoals ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of andere status.

2.Verder zal geen onderscheid worden gemaakt naar de politieke, juridische of internationale status van het land of gebied, waartoe iemand behoort, onverschillig of het een onafhankelijk, trust-, of niet-zelfbesturend gebied betreft, danwel of er een andere beperking van de soevereiniteit bestaat.

© Private

Een Israëlische grenswacht ruziet met een Palestijn in de Oude Stad van Jeruzalem, in oktober 2000. De man is zojuist de toegang geweigerd tot de Al-Aqsamoskee voor het vrijdaggebed tijdens de ramadan. Israëlische veiligheidstroepen verhinderden alle Palestijnse mannen onder de 45 jaar om aan het gebed deel te nemen nadat onrust was uitgebroken op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook.

Toelichting op artikel 2:
Voor veel deskundigen is dit het meest essentiële artikel: het beginsel van non-discriminatie. Vooral de Oostbloklanden (onder aanvoering van de Sovjet-Unie) zetten zich in voor die non-discriminatie, de VS (waar toen strenge rassenscheiding bestond) verzetten zich. De opsomming van discriminatiegronden is niet uitputtend, er kan ook elke 'andere status' onder vallen. Dat is later gebruikt om bijvoorbeeld seksuele oriëntatie (homoseksualiteit) als zo'n grond te beschouwen. De verwijzing naar 'geen onderscheid naar internationale status' was eveneens een overwinning van vooral de Oostbloklanden, op de westerse landen die koloniën hadden.


Eleanor Roosevelt. Foto: UN PhotoOp 10 december 1948, na meer dan 1400 stembeurten voor tekstwijzigingen, werd de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens door de Verenigde Naties aangenomen. De tekst was uitgewerkt door de leden van het VN Mensenrechtencomité, onder leiding van first lady Eleanor Roosevelt.

Alle 30 artikelen van de Verklaring zijn een waarborg voor de fundamentele rechten van ieder individu:

  • Artikel 1 en 2 maken het uitgangspunt van de Verklaring duidelijk. Alle mensen op de wereld zijn gelijk en deze gelijkheid is gebaseerd op de fundamentele waardigheid van het menszijn.
  • Artikel 3 tot en met 21 beschrijven de burgerlijke en de politieke rechten.
  • Artikel 22 tot en met 27 kennen de economische, sociale en culturele rechten toe.
  • Artikel 28 tot en met 30 vormen het kader waarin de mensenrechten geplaatst horen te worden.

Ondanks dat het zelf geen bindende verklaring is, werd het wel gebruikt als basis voor twee bindende VN-mensenrechtenverdragen: het internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en het internationaal verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten.

Vrijdag 12 maart 2010
Bekijk sitemap
Zoeken