Home > De bibliotheek: Naslag > UVRM > Artikel 19:
Banner
Amnesty.nl Homepage
Universele verklaring
 
UVRM Thema's

Artikel 19:

Een ieder heeft recht op vrijheid van mening en meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid om zonder inmenging een mening te koesteren en om door alle middelen en ongeacht grenzen inlichtingen en denkbeelden op te sporen, te ontvangen en door te geven.

© Amnesty International

Journalisten mogen in vrijheid nieuws vergaren en opinies weergeven. Die vrijheid is, voor zover niet gebruikt voor haatzaaien, onbeperkt. Er bestaan voor journalisten wel gedragscodes, zoals over het principe van hoor en wederhoor, maar die codes zijn vrijwillig.

Deze journalisten uit Ivoorkust werken voor het dagblad Le National. De krant had een artikel geplaatst met kritiek op een generaal. Dezelfde dag kwam een groep militairen langs. Ze schoten met hun geweren gaten in de muren, bedreigden de journalisten met de dood en dwongen hen push-ups te doen.

Toelichting op artikel 19:
Het recht op meningsuiting is door latere verdragen meer ingeperkt dan dat op mening of overtuiging (in artikel 18). Het artikel geeft grote vrijheid in het vergaren en doorgeven van informatie, en legt daarmee de grondslag voor bijvoorbeeld de persvrijheid. Maar latere verdragen hebben het recht op vrije informatie ingeperkt (voor informatie van persoonlijke aard, vertrouwelijke overheidsinformatie, bedrijfsgeheimen enz.)


Faraj Bayrakdar heeft veertien jaar in een Syrische gevangenis doorgebracht. Bayrakdar was lid van een verboden politieke partij, die streeft naar democratische vrijheden in Syrië. Hij werd na zes jaar voorarrest veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf. De littekens op zijn bovenbeen door uitgedrukte sigaretten zijn niet te tellen. Toch is Faraj mild over degenen die hem gemarteld hebben: 'Zij zijn de instrumenten van een onmenselijk systeem.'

De eerste vier jaar van Bayrakdars gevangenschap wisten familie en vrienden niet eens waar hij was. Zijn leven werd wat dragelijker nadat hij overgeplaatst werd naar een gevangenis in Saydanaya. Hier mocht hij zijn familie eens per maand ontvangen en zag hij zijn dochtertje na zes jaar weer terug. Zij herinnerde hem echter niet meer; ze was te jong gtoen zij hem voor het laatst zag.

Tijdens zijn gevangenschap hield het schrijven van gedichten hem op de been, ook al mocht dat niet en was er geen pen en papier. Eerst schreef hij zijn gedichten in zijn hoofd, later kreeg hij de kans ze uit te schrijven op sigarettenvloeitjes. Met een vergrootglas, een scherp stokje en inkt gemaakt van thee en uienbladeren, legde hij zijn gevoelens in dichtvorm vast. Het lukte hem zelfs om zijn gedichten naar de wereld buiten de gevangenismuren te krijgen.

In 1998 werd zijn poezië buiten zijn medeweten om gepubliceerd in Libanon. Een jaar later verscheen de Franse vertaling. Van de prijzen die hij won, onder andere van het schrijversverbond PEN International, hoorde hij pas na zijn vrijlating.

Vrijdag 12 maart 2010
Bekijk sitemap
Zoeken