Artikel 18:
Een ieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst; dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen zowel in het openbaar als in zijn particuliere leven zijn godsdienst of overtuiging te belijden door het onderwijzen ervan, door praktische toepassing, door eredienst en de inachtneming van de geboden en voorschriften.

Pelgrims op de hellingen van de Berg Rahma, op de Arafat-vlakte in Saudi-Arabië. Moslims geloven dat op deze plek Adam en Eva elkaar ontmoetten. Eens per jaar tonen pelgrims hier hun respect voor alle vormen van leven.
Toelichting op artikel 18:
Dit is inmiddels misschien wel het meest geciteerde recht: dat op vrijheid van godsdienst. Dat wordt trouwens ingeperkt door artikel 7 (verbod op discriminatie en ophitsing daartoe). De 'inachtneming van geboden' zou kunnen worden uitgelegd als steun voor bijvoorbeeld de weigering van sommige islamieten om een vrouw de hand te schudden, maar het non-discriminatiebeginsel verbiedt zo'n praktijk. Veel deskundigen menen dat de vrijheid van godsdienst niet meer of minder is dan een vorm van vrijheid van meningsuiting, met de bijbehorende beperkingen zoals het verbod op hate speech.































Toen ze tien jaar oud was kwam de non Ngawang Sangdrol voor het eerst in de gevangenis terecht. Ze had aan de hand van haar vader gedemonstreerd voor een vrij Tibet. Vijftien dagen zat ze vast. De straf deerde haar niet en al snel demonstreerde ze met de andere nonnen opnieuw tegen de Chineze bezetters. Keer op keer belandde ze voor korte tijd in de cel. Ze was vijftien toen ze werd opgesloten in de beruchte Drapchi gevangenis. Ze werd eerst veroordeeld tot drie jaar cel, maar telkens werd haar straf verlengd. 
