Banner
Amnesty.nl Homepage
Universele verklaring
 
UVRM Thema's

Artikel 11

1. Een ieder die wegens een strafbaar feit wordt vervolgd, heeft er recht op voor onschuldig gehouden te worden, totdat zijn schuld krachtens de wet bewezen wordt in een openbare rechtszitting, waarbij hem alle waarborgen, nodig voor zijn verdediging, zijn toegekend.

2. Niemand zal voor schuldig gehouden worden aan enig strafrechtelijk vergrijp op grond van enige handeling of enig verzuim, welke naar nationaal of internationaal recht geen strafrechtelijk vergrijp betekenden op het tijdstip, waarop de handeling of het verzuim begaan werd. Evenmin zal een zwaardere straf worden opgelegd dan die, welke ten tijde van het begaan van het strafbare feit van toepassing was.

© Gamma / Hollandse Hoogte
De vrijlating van de ‘Birmingham Six’ in 1991. De zes (op de foto met hun advocaat) waren in 1975 veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf voor bomaanslagen op twee pubs in Birmingham. Al vanaf het begin was er twijfel over de schuld van de zes en over het bewijs tegen hen. Tijdens hun derde beroep tegen het vonnis kwam aan het licht dat de politie bewijs had gefabriceerd en achtergehouden en dat bekentenissen vermoedelijk na mishandeling waren afgelegd. Op 14 maart 1991 kwamen ze vrij, na ruim zestien jaar gevangenschap.

Toelichting op artikel 11:
Over dit artikel was in 1948 veel discussie, want volgens velen hadden de processen van Neurenberg (1945-1946) de beklaagde nazi-leiders veroordeeld voor misdaden die voorheen geen misdaden waren – zoals de 'misdrijven tegen de menselijkheid'. Nee, hadden de rechters van Neurenberg gezegd, het waren ook toen al internationaal erkende misdrijven (zoals dat een staat z'n eigen burgers de gaskamers indrijft), ook al heette het niet zo of ook al erkende de desbetreffende staat dat niet. In de jaren zestig laaide een soortgelijk debat op over de vraag of apartheid wel een misdrijf was. Nu gaat de discussie over bijv. de aansprakelijkheid voor milieuvervuiling uit het verleden, toen bepaalde praktijken van dumping nog niet uitdrukkelijk strafbaar waren gesteld.


Universitair docent Haytem Muhammed Yasin al-Hamwi werd in Syrië veroordeeld voor iets dat geen misdrijf is. In mei 2003 liep hij mee in een stille demonstratie tegen de invasie van Irak. In een geheim proces kregen al-Hamwi en de anderen gevangenisstraffen van drie en vier jaar wegens ‘pogingen een religieuze organisatie op te richten, betrokkenheid bij niet-toegestane sociale activiteiten en het bijwonen van niet-toegestane religieuze en intellectuele lessen’.

De werkelijkheid: al-Hamwi en andere vrijwilligers hadden een bibliotheek opgezet, hielden de stad schoon en organiseerden openbare videovertoningen, bijvoorbeeld over het leven van Gandhi. Ze voerden ook actie, tegen de invasie van Irak, maar ook tegen omkoping en roken. Toen de rechter vroeg: ‘Vraag je om genade?’, antwoordde hij: ‘Ik vraag om gerechtigheid.’ Daarop kreeg hij zes maanden extra isolatiecel. Na ruim twee jaar, in november 2005, kwam al-Hamwi vrij.
Dinsdag 16 maart 2010
Bekijk sitemap
Zoeken