Home > De bibliotheek: Themaoverzicht > Vrijheid van meningsuiting en geloof
Banner
Amnesty.nl Homepage
© AI

VRIJHEID VAN MENINGSUITING EN GELOOF

Over de hele wereld komt Amnesty op voor mensen die bedreigd worden vanwege hun mening of geloof. Er is een fundamentele vrijheid in het geding: die om je uit te drukken in gesprekken, boeken, muziek, kleding, een eredienst en zo meer. De staat mag je geen mening of religie opleggen. Er zijn wel grenzen: je mag niet 'haatzaaien', en de overheid mag regels stellen aan de wijze waarop je je mening of geloof tot uitdrukking brengt.
Bedreigde vrijheid
Column Eduard Nazarski: Grote schoonmaak
Eduard Nazarski: Migratiedebat stuurloos zonder mensenrechten
Achtergronden
Downloads
Websites over dit thema

Bedreigde vrijheid

Van alle mensenrechten wordt die op vrijheid van meningsuiting en geloof waarschijnlijk het vaakst bedreigd. Censuur, waaronder internetcensuur. is een van de middelen waarmee die vrijheid wordt bedreigd. Een overheid sluit kranten, verbiedt boeken, blokkeert internetsites, controleert radio en televisie. Vaak gaat de dreiging nog veel verder: gevangenschap, marteling of moord. Amnesty kwam de afgelopen vijftig jaar in actie voor tienduizenden gewetensgevangenen van wie velen vastzaten vanwege hun mening of geloof. Onder hen zijn journalisten, mensenrechtenverdedigers, politici, religieuze leiders, aanhangers van politieke partijen en leden van geloofsgemeenschappen. In Nederland is de vrijheid van meningsuiting en godsdienst goed gegarandeerd, in wet en rechtspraak. Maar er is wel discussie, vooral over botsingen tussen meningen en godsdienst. Amnesty komt op voor de vrijheid van debat.

Grenzen

Het recht op vrijheid van meningsuiting en geloof heeft z'n grenzen. Het internationaal recht verbiedt haatspraak: uitingen die een oproep zijn tot discriminatie en geweld tegen bepaalde groepen. Het recht zegt ook dat een overheid in het belang van de openbare orde grenzen mag stellen, bijvoorbeeld voor het aanplakken van affiches, het houden van demonstraties of erediensten, het bouwen van een godshuis. Een andere grens is dat je niet zomaar alle informatie (bijvoorbeeld bedrijfsinformatie) naar buiten mag brengen. Amnesty stelt dat de vrijheid van meningsuiting en geloof gepaard moet gaan met verantwoordelijkheid voor de praktijk. Meningen, vooral als ze door politieke of religieuze leiders worden geuit, mogen geen vrijbrief of oproep zijn voor daadwerkelijke discriminatie.

Lees verder de Mensenrechtencyclopedie voor uitgebreide informatie over vrijheid van meningsuiting en godsdienst in internationaal recht en praktijk.

Ga naar boven

Column Eduard Nazarski: Grote schoonmaak
Woensdag 16 september 2009, kwam Geert Wilders (PVV) niet alleen met een voorstel voor invoering van een ‘kopvoddentax’, een belasting op hoofddoeken. Ook sprak Wilders over de noodzaak van een 'grote schoonmaak van onze straten'. Een minderheid van het Nederlandse parlement kwalificeerde dit als onzinnig en onzedelijk, helaas. Eduard Nazarski uit zijn zorgen hierover. Lees zijn column 'Grote schoonmaak'
Ga naar boven

Eduard Nazarski: Migratiedebat stuurloos zonder mensenrechten

Eduard Nazarski. Foto: AI/Joyce VlamingEduard Nazarski, directeur van Amnesty Nederland sprak woensdag 12 december 2007 tijdens de eindejaarsbijeenkomst van Amnesty International, afdeling Nederland. "Amnesty Nederland benadrukt de universaliteit, de ondeelbaarheid van mensenrechten; mensenrechten kunnen niet á la carte uitgekozen worden al naar gelang het goed uitkomt voor de eigen groep of de eigen politieke agenda."

Naar de toespraak
Ga naar boven

Achtergronden

Internationaal recht. De belangrijkste internationale tekst waarin grondrechten worden beschreven is de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) uit 1948. In art. 19 is de vrijheid van meningsuiting vastgelegd: ‘Een ieder heeft recht op vrijheid van mening en meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid om zonder inmenging een mening te koesteren en om door alle middelen en ongeacht grenzen inlichtingen en denkbeelden op te sporen, te ontvangen en door te geven.’ De Universele Verklaring is echter niet bindend. Wel bindend is het VN-verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten. Dat beschrijft de vrijheid van meningsuiting in art. 19 als ‘de vrijheid inlichtingen en denkbeelden van welke aard ook te vergaren, te ontvangen en door te geven, ongeacht grenzen en ongeacht de vorm’. Het verdrag noemt vervolgens in art. 20 een paar beperkingen: oorlogspropaganda is verboden, en ook het oproepen tot nationalistische, raciale of religieuze haat die aanzet tot discriminatie, vijandigheid of geweld.

Haatzaaien. Het oproepen tot discriminatie en geweld wordt hate speech (haatzaaien) genoemd. Vaak zijn haatzaaiende uitspraken de opmaat tot geweld. Zo werd de genocide die in april 1994 begon in Rwanda voorafgegaan door toespraken en radioboodschappen van hooggeplaatste Hutu’s die de Tutsi’s afschilderden als ‘kakkerlakken’. In diverse landen wordt tegen homoseksuelen, ‘ketters’ of etnische minderheden haat gepredikt.

Godsdienstvrijheid. Volgens het VN-verdrag mag geloof individueel of in gemeenschap worden beleden en onderwezen, maar mag een staat wettelijke beperkingen stellen op grond van bijvoorbeeld de openbare orde. Ouders mogen voor hun kinderen een opvoeding kiezen die recht doet aan hun geloof. In sommige landen, zoals China, is er wel een geloofsvrijheid, maar geen godsdienstvrijheid. Men mag bijvoorbeeld slechts katholiek zijn binnen de 'patriottische kerk', de rooms-katholieke kerk is verboden. Vooral aanhangers van fundamentalisme in de godsdienst leggen de godsdienstvrijheid sterk aan banden. Bijvoorbeeld, in de strenge interpretatie van de wetgeving van de islam (sharia) staat op godslastering de doodstraf.

Academische en journalistieke vrijheid. Wetenschappers mogen vrijelijk onderzoek doen en de resultaten daarvan publiceren. Journalisten mogen in vrijheid nieuws vergaren en opinies weergeven. Die vrijheid is, voor zover niet gebruikt voor haatzaaien, in beginsel onbeperkt. Er bestaan voor onderzoekers en journalisten wel gedragscodes, zoals aangaande hoor en wederhoor, maar die codes zijn vrijwillig.

Censuur. Censuur is het verbieden van bepaalde uitingen. In Nederland en België bepaalt de grondwet dat niemand voorafgaand verlof nodig heeft om door middel van de drukpers ideeën te openbaren. Censuur achteraf, bijv. het verbieden van een artikel waarin beledigingen of militaire geheimen zijn vervat, is wel mogelijk. Verschillende landen censureren internet. Zo heeft de Chinese overheid de toegang tot veel websites, waaronder die van Amnesty International, geblokkeerd.

Holocaustontkenning. Amnesty beschouwt mensen die veroordeeld worden omdat ze de holocaust ontkennen niet als gewetensgevangenen, omdat zo’n ontkenning feitelijk neerkomt op haatzaaien. In Nederland en België is het ontkennen van de holocaust wettelijk verboden.

Ga naar boven

Downloads
Ga naar boven


Websites over dit thema
Amnesty International is niet verantwoordelijk voor de op onderstaande websites aangeboden informatie.
Ga naar boven



Vrijdag 3 september 2010
Bekijk sitemap
Zoeken
Voor de pers
Wereldnieuws
Goed Nieuws