Quizvragen over vrijheid van meningsuiting
Quizvragen over vrijheid van meningsuiting
1 De vrijheid van meningsuiting is niet onbeperkt. Het VN-Verdrag over Burgerrechten en Politieke Rechten verbiedt:
a het oproepen tot haat en geweld
b het oproepen tot oorlog
c het oproepen tot discriminatie
d al deze drie
2 Volgens internationaal recht mogen sommige rechten worden ‘opgeschort’ in tijden van nood. Maar een recht dat je nooit mag opschorten is dat op
a vrijheid van meningsuiting
b vrijheid om informatie te vergaren
c vrijheid van gedachte en geloof
d vrijheid om informatie door te geven
3 De Nederlandse Grondwet zegt dat het openlijk belijden van een geloof beperkt mag worden
a als het in het belang van de openbare orde is
b als het niet een van de erkende religies is
c als het tot terrorisme leidt
d nooit, je mag altijd en overal je geloof belijden
4 In Frankrijk mag je volgens de wet geen hoofddoekje of groot kruis of keppeltje dragen
a als je daarmee aanstoot geeft
b op school en in openbare functies
c als je in een winkel werkt
d buiten je moskee of kerk of synagoge
5 Met hate speech wordt bedoeld dat je
a ministers en andere hoog geplaatste mensen beledigt
b oproept tot discriminatie en geweld tegen bepaalde groepen
c politieagenten uitscheldt
d zegt dat je iemand haat
6 Volgens internationaal recht mogen ouders hun kinderen opvoeden
a in elk geloof dat ze maar willen
b in elk geloof dat in het land is toegestaan
c in elk geloof dat goed is voor kinderen
d in elk geloof dat de grootouders ook al hadden
7 Mag je in Nederland roepen dat de president van Amerika een moordenaar is?
a ja, maar alleen als je het kunt bewijzen
b nee, dat mag alleen een rechter zeggen
c vroeger mocht het niet maar tegenwoordig wel
d vroeger mocht het niet en nu nog steeds niet
8 Als je in Nederland een demonstratie wilt houden, mag iemand dat dan verbieden? a nee, niemand mag ooit een demo verbieden
b nee, mits je maar tevoren toestemming hebt gevraagd
c ja, de regering mag elke demo verbieden
d ja, de burgermeester mag een demo verbieden vanwege de openbare orde
9 Het recht op vrijheid van informatie betekent dat je onder meer
a op school mag afkijken
b van de overheid mag weten hoe een beslissing is genomen
c van een bedrijf mag weten hoe ze een bepaald product maken
d van buitenlandse regeringen mag weten welke wapens ze hebben
10 Theo van Gogh beledigde veel groepen – christen, joden en moslims – maar hij is nooit veroordeeld omdat
a hij zijn woorden telkens op tijd weer terugtrok
b hij als columnist veel mocht zeggen
c het allemaal waar was wat hij zei
d de rechter hem niet helemaal toerekeningsvatbaar vond
11 Internet is iets tussen privé-personen en daarom mag je op internet
a alles zeggen wat je wilt
b alles zeggen wat je wilt zolang anderen het maar niet weten
c alles zeggen zolang het maar niet beledigend is
d alles zeggen wat het internationaal recht niet verbiedt
12 Journalisten zijn onder internationaal recht verplicht
a altijd de waarheid te melden
b altijd het beginsel van hoor en wederhoor toe te passen
c nooit iemand te beledigen
d geen van deze drie
Antwoorden:
1d, 2c, 3a, 4b, 5b, 6a, 7c, 8d, 9b, 10b, 11d, 12d
