3 miljoen supporters wereldwijd Word lid

Tipton Three, Engeland

Deel:
01
jul
2006

Ze zaten ruim twee jaar vast op Guantánamo Bay. Asif Iqbal (24), Ruhel Ahmed (24) en Shafiq Rasul (28) werden na hun vrijlating bekend als de ‘Tipton Three’. Ze werkten mee aan de film van Michael Winterbottom over hun gevangenschap: 'The Road to Guantánamo'. Eind mei woonden ze de Nederlandse voorpremière bij in Amsterdam. Amnesty in actie sprak met hen.

Door Arend Hulshof - Amnesty in Actie, juli/augustus 2006

Op de bonnefooi naar Afghanistan

‘Als de Amerikanen even een paar telefoontjes hadden gepleegd, waren ze er in een paar uur achtergekomen dat we onschuldig waren. Nu deden ze er bijna een half jaar over. En daarna duurde het nog eens maanden voordat we vrij kwamen.’ De Amerikaanse autoriteiten beschuldigden Asif, Shafiq en Ruhel ervan banden te hebben met Mohammed Atta en Osama Bin Laden. Ze zouden te zien zijn op een film van een Al-Qaidabijeenkomst in Afghanistan. ‘We konden echter bewijzen dat wij dit niet waren. Ik werkte in het jaar dat die video was opgenomen voor een elektrowinkel en ben niet naar Afghanistan geweest. Dit hadden ze zo uit kunnen zoeken, maar ze deden dit niet. Ze zeiden dat ik duidelijk op de beelden was te zien’, zegt Shafiq met een typisch Brits accent.

Het verhaal van de Tipton Three is bijna te absurd om waar te zijn. Half september 2001, vlak na de aanslagen op het World Trade Centre in New York, vloog de toen 19-jarige Asif Iqbal naar Pakistan om te trouwen. De Brit van Pakistaanse komaf woonde in Tipton, Engeland, en zijn moeder had kort daarvoor tijdens een verblijf in Pakistan een vrouw voor hem gevonden. Zijn twee beste vrienden Ruhel Ahmed en Shafiq Rasul reisden hem achterna om de bruiloft bij te wonen.
Voorafgaand aan de bruiloft besloten ze naar Afghanistan af te reizen. In een moskee had een imam mannen opgeroepen om in Afghanistan ‘mensen in nood’ te helpen. Ze pakten zonder concreet plan de bus naar de grens, waardoor het huwelijk pas in de zomer van 2004 (enkele maanden na hun vrijlating) plaats vond. Asif: ‘Achteraf was het erg naïef en dom van ons, om in die tijd op de bonnefooi naar Afghanistan te gaan. We waren negentien en zochten het avontuur. Daarbij geloofde iedereen om ons heen dat Amerika Afghanistan nooit zou durven aanvallen.’
Na een lange reis kwamen ze in oktober 2001 terecht in Kabul, waar de eerste Amerikaanse bombardementen begonnen. Ruhel: ‘We wilden terug naar Pakistan. We zaten de hele dag maar een beetje te hangen en we konden niemand helpen. We stapten in een busje dat ons naar Pakistan zou rijden, maar in werkelijkheid bracht het ons naar het front.’

Vermeende Al Qaida-strijders

Na een lange reis kwamen ze in oktober 2001 terecht in Kabul, waar de eerste Amerikaanse bombardementen begonnen. Ruhel: ‘We wilden terug naar Pakistan. We zaten de hele dag maar een beetje te hangen en we konden niemand helpen. We stapten in een busje dat ons naar Pakistan zou rijden, maar in werkelijkheid bracht het ons naar het front.’
Hier werden Asif, Ruhel en Shafiq opgepakt door de Noordelijke Alliantie, de legermacht die gesteund door de Amerikanen streed tegen het Talibanbewind. De Alliantie leverde hen uit aan de Amerikanen. In die tijd betaalden de Amerikanen de Alliantie bedragen tot vijfduizend dollar voor elke ‘terrorist’ die ze overdroegen, met als gevolg dat mensen vrij willekeurig werden opgepakt. Asif: ‘In het begin hadden we goede hoop dat we in Amerikaanse detentie goed behandeld zouden worden, maar dit bleek naïef.’ De Amerikanen martelden en vernederden hen en bleven doorvragen over hun vermeende lidmaatschap van Al Qaida en naar de verblijfplaats van Osama Bin Laden. Ze werden kaalgeschoren, regelmatig geslagen en om het uur wakker geschopt.

Begin 2002 vervoerden de Amerikaanse autoriteiten de drie naar Guantánamo Bay. Shafiq: ‘We werden geblinddoekt en vastgebonden in een vliegtuig gezet. Voor mijn gevoel duurde de vlucht iets van 24 uur. Toen we aankwamen, wisten we niet eens waar we waren, pas weken later hoorden we van Rode-Kruismedewerkers dat we in Cuba zaten.’ Asif: ‘Die eerste paar weken waren het ergst. We mochten niet met elkaar praten en zaten geblinddoekt in onze kooien. Eén van de bewakers zei dat wij zijn familie in de Twin Towers hadden vermoord en dat wij nu aan de beurt waren.’ Shafiq: ‘Als je de hele dag in de cel zit en je verder niks hebt, dan verlies je je gedachten. Je wil je hoofd tegen de tralies slaan. Het enige wat je wil is sterven.’ Ruhel: ‘Later mochten we wel met elkaar praten. Toen werden de onderlinge contacten heel hecht.’

De drie jongens kwamen onder meer in contact met de 35-jarige Omar Deghayes, voor wie Amnesty op 5 mei actie voerde. Shafiq: ‘Hij zat een paar dagen naast me in de cel. Op een gegeven moment merkte ik dat hij ook Brits was en sprak ik vaker met hem. Hij is een aardige jongen en net zo onschuldig als wij.’ Sommige bewakers werden na verloop van tijd wat humaner. Shafiq: ‘Ook zij zijn op een bepaalde manier gevangenen van de Amerikaanse overheid. Eén van hen kwam op een gegeven moment mijn cel in en bood oprecht zijn excuses aan voor wat zijn regering ons aandeed. Maar hij kon weinig doen, zei hij. Als hij in opstand zou komen, zou hij in de cel naast ons komen te zitten. Maar dit was een uitzondering. De anderen - en zeker de officieren - mishandelden ons, ook al wisten ze dat we onschuldig waren.’

Shafiq vertelt dat er in Guantánamo Bay ook kinderen vastzaten. ‘Dat shockeerde me enorm. Kinderen van tien jaar die dezelfde behandeling kregen als wij. Ook zij werden geboeid en geblinddoekt in een vliegtuig naar Cuba gevlogen. Ik was drieëntwintig en vond het verschrikkelijk, kun je nagaan hoe dat voor die kinderen moet zijn geweest. We hebben dit al vaker aan de kaak gesteld. De media hebben dit echter nooit opgepakt.’

Verfilming door Michael Winterbottom

Na hun vrijlating kwamen de drie in contact met regisseur Michael Winterbottom. Hij stelde voor hun verhaal te verfilmen. Asif: ‘In eerste instantie twijfelden we. Ik wilde niet graag in de publiciteit komen, maar gewoon mijn leven weer oppakken. Aan de andere kant hadden we bij onze vrijlating aan alle medegevangenen beloofd de waarheid over Guantánamo Bay aan de wereld te vertellen. Aan Amnesty hadden we dat verhaal al verteld, maar een film heeft een nog grotere impact.’ Ruhel: ‘We hebben met deze film veel mensen geraakt. Veel mensen die vooraf vóór de aanpak in Guantánamo waren, hebben na het zien van onze film hun mening bijgesteld.’

Tijdens hun verblijf op Guantánamo zijn ze alledrie geloviger geworden. Asif: 'Ik ben een moslim. Ik bid dagelijks en heb een baard. Dit wil echter absoluut niet zeggen dat ik een fundamentalist ben. Natuurlijk haat ik de Amerikaanse regering, na alles wat ik heb meegemaakt. Maar haat is niet constructief. Wraak zou egoïstisch zijn. Door mijn verhaal te vertellen, hoop ik dat de waarheid aan het licht komt en dat Guantánamo en alle andere illegale detentiecentra in de wereld worden gesloten. Dat zou mijn ultieme wraak zijn.'

Doneer

Steun Amnesty en doneer online

Recent bekeken pagina's

Amnesty International: voor de mensenrechten

Amnesty International werkt voor naleving van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en andere internationale verdragen en verklaringen voor de mensenrechten. Wij doen over de hele wereld onderzoek naar schendingen van de mensenrechten en voeren actie om die schendingen tegen te gaan.