Sevil Dalkilic, Turkije
Door Lotte van der Ploeg - Amnesty in Actie, mei 2008
Vermeend lidmaatschap
In de jaren ’90 wijdt de advocate zich aan de zaak van een vermoorde Koerdische jongen. Er blijken vermoedens dat hij banden zou hebben met de Koerdische partij PKK, die de Turkse overheid met groot geweld de kop probeert in te drukken. Dalkilic weigert in eerste instantie de zaak, vanwege het gevaar dat ze loopt. Maar omdat geen enkele advocaat zich aan de zaak waagt, besluit ze het dossier toch op te vragen.
Kort daarop viel de terreureenheid midden in de nacht haar huis binnen en arresteerde haar. Ze werd ernstig gemarteld om zo een bekentenis af te dwingen. Na een lang en oneerlijk proces werd ze veroordeeld vanwege vermeend lidmaatschap van de PKK en zou ze tot 2021 in de gevangenis moeten zitten.
Hongerstakingen
‘In de jaren dat ik gevangen zat moest ik altijd binnen blijven’, vertelt Dalkilic. ‘Nauwelijks merkte ik wanneer het winter of zomer was. Mijn grootste verlangen destijds was het lopen op straat, zonder angst. Ik wilde zó graag naamloos worden. Bij mijn naam hoorde een crimineel persoon en dat was ik niet. Door de vele hongerstakingen ging ik lichamelijk erg achteruit. Na negen jaar werd ik vanwege mijn medische situatie vrijgelaten.’
Acht maanden na haar vrijlating werd de zaak echter opnieuw bekeken. Haar medische rapporten werden ongeldig verklaard; ze zou alsnog haar straf moeten uitzitten. Ze is toen gevlucht, eerst naar Frankrijk en vier jaar geleden naar Nederland. ‘Sinds twee jaar heb ik een verblijfsvergunning. Ik kan mij nu gelukkig druk maken om hele andere zaken, zoals mijn hondje of mijn HBO studie rechten die ik volg in Utrecht.’
Amnesty beschouwde Dalkilic als gewetensgevangene en voerde actie voor haar. Tijdens haar gevangenschap ontving ze veel brieven van Amnesty-activisten. Ze benadrukt het belang daarvan: ‘Ik kreeg brieven en tekeningen van over de hele wereld. Het is het enige contact met de buitenwereld en dat geeft hoop. Als je ten onrechte tot 30 jaar gevangenisstraf bent veroordeeld, kun je zonder hoop niet leven.’
