Peter Rodrigues: ‘De achttiende verjaardag kan gruwelijk zijn voor staatlozen’
Peter Rodrigues (1956) is geen lobbyist. ‘Nooit geweest ook. Ik heb er niet veel mee. Ben er ook niet goed in. Anderen moeten dat maar doen‚ want het moet wel gebeuren’‚ zegt hij in het juristencafé van de Universiteit van Leiden‚ waar hij nu ruim twee jaar hoogleraar immigratierecht is. Met zijn gedistingeerde baardje‚ nette pak en ronde‚ ‘intellectuele’ brilletje‚ oogt hij meer als man van de wetenschap dan als activist. Toch kom je zijn naam veel tegen in pleidooien het vreemdelingenbeleid te veranderen‚ bijvoorbeeld om staatlozen‚ Roma of minderjarige asielzoekers meer bescherming te bieden. Ook gezien zijn carrière – bij de Anne Frank Stichting was hij bijvoorbeeld jarenlang verantwoordelijk voor de Monitor Racisme & Extremisme – zou een activistische houding niet hebben verbaasd. Rodrigues reageert enigszins verrast op de suggestie. ‘Ook bij de Anne Frank Stichting zijn nooit petities ondertekend voor solidariteit met iets of iemand. Ik lever graag mijn bijdrage aan beleidsbeïnvloeding‚ maar alleen door feiten te verzamelen.’
Dat deed hij bijvoorbeeld ten behoeve van de Roma. In 2004 onderzocht Rodrigues in hoeverre de Roma- en Sinti-gemeenschap in Nederland zich gediscrimineerd achtte. Daarvoor interviewde hij 45 sleutelfiguren – pastoors‚ hulpverleners – uit beide gemeenschappen‚ destijds geschat op zesduizend personen. In de Roma-gemeenschap wordt hij nog altijd breed gerespecteerd‚ hoe verdeeld die gemeenschap soms ook is. Rodrigues moet een beetje lachen als hij het hoort. ‘In de jaren negentig‚ toen ik bij het Landelijk Bureau Racismebestrijding werkte‚ schreef ik over de Sociale Verzekeringsbank‚ die op dossiers van Roma en Sinti een “Z” stempelde‚ van zigeuners. Daarna ben ik benaderd om me met de achterstelling van Roma bezig te houden. Met sommigen uit de gemeenschap heb ik een goede band opgebouwd‚ maar ik houd me niet bezig met individuele gevallen. Als ik om hulp word gevraagd‚ verwijs ik door. Ik wil echter niet in een ivoren toren zitten‚ ik sta graag met mijn voeten in de klei.’
De Roma en Sinti delen een breed gevoel achtergesteld te zijn‚ bleek uit het onderzoek. Als voorbeeld noemden ze scholen die weigerden Roma-kinderen aan te nemen. Zelden roepen ze de scholen daarvoor echter ter verantwoording: dat zou de relatie met de school toch maar verstoren. Een andere conclusie was dat Roma en Sinti slechts samen optrekken bij gemeenschappelijke problemen‚ zoals het gemis aan erkenning voor hun vervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog. Verder gaan beide gemeenschappen hun eigen gang‚ zo bleek. Rodrigues: ‘De individuele verschillen zijn groot. Zo zijn er ook Roma die zich niet als zodanig afficheren‚ om vooroordelen te mijden.’ Alleen daarom al is hij tegen etnische registratie van Roma‚ ook als dat zou zijn bedoeld om beleid te kunnen uitvoeren dat Roma ten goede komt – een van de redenen die de Rotterdamse deelgemeente Charlois gaf voor etnische registratie van Antillianen. ‘Het is ondoenlijk vanwege de verschillen‚ in strijd met de wet en ook niet nodig.’
Reageren? wordtvervolgd [at] amnesty [dot] nl
Lees dit en andere verhalen deze maand in Wordt Vervolgd. Vraag een gratis proefnummer aan.
Of neem een abonnement. U ontvangt 10 nummers voor maar 35 euro per jaar (of minder als u lid van Amnesty bent).
