Amnesty.nl maakt gebruik van cookies om de content beter op uw voorkeur af te kunnen stemmen.     Meer informatie

Toename gedwongen huisuitzettingen voedt onvrede in China

Deel:
11
okt
2012

Steeds vaker worden inwoners van China het slachtoffer van gewelddadige, gedwongen huisuitzettingen. Dat is het gevolg van verdachte transacties tussen lokale autoriteiten en projectontwikkelaars, waarbij land van bewoners in bezit wordt genomen en verkocht. Dat zegt Amnesty International in een oproep aan de regering om hiertegen in actie te komen.

In het nieuwe rapport (85 pagina's), Standing Their Ground, laat Amnesty International zien hoe gedwongen huisuitzettingen, die in China al langer een bron van grote onvrede zijn, de laatste drie jaar sterk zijn toegenomen door fiscale prikkels voor economische stimuleringsprojecten in de bouw. Lokale overheden hebben grote bedragen van staatsbanken geleend om nieuwbouw (woonwijken, fabrieken, wegen) te financieren en verkopen landrechten om de rente te betalen.

De huisuitzettingen gaan met veel geweld gepaard. In het hele land zijn miljoenen bewoners gedwongen hun huizen te verlaten, waarbij zij regelmatig worden geslagen, bedreigd, gedetineerd en zelfs gedood. Amnesty International heeft in dit rapport veertig gedwongen huisuitzettingen onderzocht. In negen gevallen leidde het gebruikte geweld tot de dood van mensen die tegen de huisuitzetting protesteerden of zich daartegen verzetten.

Lokale overheden en projectontwikkelaars huren vaak criminelen in die bewoners met stalen pijpen en messen te lijf gaan. Chinese mensenrechtenactivisten, advocaten en academici bevestigden de conclusie van Amnesty International dat de politie dergelijke misdrijven zelden onderzoekt.

Voor bewoners die hun huisuitzetting juridisch willen aanvechten, of die compensatie eisen, is er weinig hoop op gerechtigheid. Chinese rechtbanken zijn niet onafhankelijk en advocaten zijn zeer terughoudend bij dergelijke zaken uit angst voor repercussies.

In een uiterste vorm van protest steken sommige wanhopige bewoners zichzelf soms in brand. Alleen al tussen 2009 en 2011 vonden volgens Amnesty International 41 gevallen van zelfverbranding plaats die het gevolg waren van gedwongen huisuitzettingen. In de tien jaar daarvoor werden minder dan tien gevallen gerapporteerd.

Ondanks alles blijft de heersende Chinese Communistische Partij lokale ambtenaren promoveren die economische groei realiseren, ook als deze zulke ernstige gevolgen hebben. Ongeacht de kosten worden nieuwbouwprojecten gezien als de snelste weg naar zichtbare resultaten. Lokale ambtenaren negeren de gewetenloze taktieken van projectontwikkelaars die bewoners belagen om mensen uit hun woningen te verjagen en hen te dwingen hun landrechten te verkopen. Van hele groepen bewoners worden essentiële voorzieningen als water en verwarming afgesloten.

'De Chinese autoriteiten moeten onmiddellijk alle gedwongen huisuitzettingen stopzetten,' zei Nicola Duckworth, Senior Director of Research van Amnesty International. 'Er moet een einde komen aan politieke prikkels, belastingvoordelen en promoties die lokale ambtenaren aanzetten tot dergelijke illegale praktijken.'

Strafmaatregelen

Mensen die zich tegen gedwongen huisuitzettingen verzetten belanden vaak in de gevangenis of in werkkampen. Zo werd de winnares van de Nederlandse Mensenrechtentulp, Ni Yulan, op 10 april 2011 in een oneerlijk proces veroordeeld tot twee jaar en acht maanden gevangenisstraf vanwege 'ruzie en onrust stoken' en 'fraude'. Ni Yulan heeft als advocate jarenlang de rechten van Chinese bewoners tegen gedwongen huisuitzetting verdedigd. De laatste tien jaar hebben de autoriteiten haar met grote regelmaat geïntimideerd, mishandeld en gearresteerd. In 2002 werd ze zodanig door de politie gemarteld dat ze in een rolstoel belandde. Haar gezondheidstoestand verslechterde verder in gevangenschap, waardoor ze haar rechtszaak liggend in een ziekenhuisbed moest bijwonen. De aanklacht tegen Ni Yulan wegens fraude werd op 27 juli in hoger beroep verworpen, waarna haar veroordeling met twee maanden werd teruggebracht.
In een andere zaak veroordeelden de autoriteiten in de provincie Shandong in mei 2011 een slachtoffer van gedwongen huisuitzetting, Li Hongwei, tot 21 maanden werkkamp vanwege twee toespraken tegen deze praktijken op een plein.

Slachtoffers

Een 70-jarige vrouw, Wang Cuiyan, werd op 3 maart 2010 levend begraven door een graafmachine toen een ploeg van tussen de 30 en 40 arbeiders haar huis in Wuhan City (in de provincie Hubei) kwamen afbreken.

Op 18 april 2011 vielen een paar honderd mannen het dorp Lichang (Jiangsu) binnen. Zij vielen boeren aan om hen van hun land te verdrijven. Zo'n 20 vrouwen uit het drop werden weggesleept en mishandeld.

Op 15 juni 2011 nam de politie van Wenchang city (Sichuan) zelfs een 20 maanden oude baby in beslag en weigerde deze terug te geven totdat de moeder een handtekening zette onder een bevel tot huisuitzetting.

Een vrouw in Hexia (provincie Jiangxi) werd op 17 mei 2011 geslagen en tot sterilisatie gedwongen nadat ze een petitie had ingediend over haar huisuitzetting. Andere bewoners die haar vergezelden werden geslagen. Amnesty International beschouwt gedwongen sterilisatie als een vorm van marteling.

Achtergrondinformatie

Bij gedwongen huisuitzettingen worden individuen, families of gemeenschappen gedwongen uit hun woningen of hun land verwijderd, zonder enige juridische of andere bescherming. Dat is volgens internationaal recht verboden. 
Volgens internationaal recht moeten regeringen voorkomen dat bewoners dakloos worden tengevolge van gedwongen huisuitzettingen. Er moet voorafgaand overleg plaatsvinden met bewoners, die tijdig gewaarschuwd dienen te worden over de afbraak van hun woningen en de kans moeten krijgen die juridisch aan te vechten. Bewoners moeten alternatieve huisvesting en compensatie aangeboden krijgen.

Dit gebeurt in China zelden, en compensatie schiet doorgaans zwaar tekort. Premier Wen Jiabao heeft de ernst van de situatie inmiddels wel erkend en de bescherming van burgers tegen gedwongen huisuitzettingen enigszins verbeterd. In 2011 is voor het eerst een wettelijk verbod ingevoerd op het gebruik van geweld tijdens gedwongen huisuitzettingen, maar dat wordt niet nageleefd. Ook is bepaald dat huiseigenaren volgens de marktwaarde moeten worden gecompenseerd. Deze wetten en regels schieten echter nog steeds te kort, en gelden bovendien alleen voor stadsbewoners.