Vergeet het bloedbad in Gulja niet
Op 5 februari 1997 demonstreerden in de straten van Gulja enkele honderden Oeigoeren tegen onderdrukking van hun cultuur en religie door de Chinese overheid. De Oeigoeren in de autonome regio Xinjiang in westelijk China zijn met acht miljoen de grootste moslimminderheid in het land. Hun vrijheid van meningsuiting en godsdienst wordt al jaren onderdrukt en ook aan deze vreedzame demonstratie werd hardhandig door Chinese veiligheidstroepen een einde gemaakt.
De dagen erna gingen de Oeigoeren opnieuw de straat op, nu om te protesteren tegen het buitensporige optreden van de veiligheidstroepen. Ook dit vreedzame protest werd uiteen geslagen; met scherp werd er op de demonstranten geschoten en opnieuw werden honderden Oeigoeren gearresteerd, waarvan een groot aantal slachtoffer werd van marteling. Naar schatting vielen er tientallen doden en vele honderden gewonden.
De onrusten werd door de Chinese autoriteiten afgedaan als een “daad van terrorisme” en toegeschreven aan de Islamitische Beweging van Oost-Turkestan (Xinjiang).
De bekende Oeigoerse mensenrechtenactiviste Rebiya Kadeer, voor wie Amnesty al een aantal jaren in actie kwam, was ooggetuige van het Gulja-bloedbad. Als Oeigoerse en als lid van het Chinese Nationale Volkscongres besloot zij ter plekke te gaan kijken. Ondanks ernstige bedreigingen van de lokale autoriteiten sprak Kadeer met Oeigoerse families over de gebeurtenissen. Enige fragmenten uit haar getuigenis leest u hier.

