Onderzoek nodig naar rellen Xinjiang
Dit stelt Amnesty International in een nieuw rapport Justice, justice”: The July 2009 Protests in Xinjiang, China over de rellen die aan bijna tweehonderd mensen het leven kostten. Op basis van getuigenissen van Oeigoeren die na de rellen uit China waren gevlucht, plaatst Amnesty vraagtekens bij de officiële Chinese lezing van de rellen. Volgens Peking waren de Oeigoeren verantwoordelijk voor het geweld en waren de meeste doden Han-Chinezen.
In het rapport beschrijven geïnterviewden het gebruik van excessief geweld door de Chinese veiligheidstroepen, massale arrestaties, gedwongen verdwijningen en martelingen.
Etnische spanningen
Het etnische geweld brak uit op 5 juli 2009 toen enkele duizenden islamitische Oeigoeren protesteerden in Urumqi, de hoofdstad van de westelijke provincie Xinjiang. De uitbarsting volgde op jaren van oplopende spanningen met de Han-Chinezen die de afgelopen decennia met miljoenen naar Xinjiang zijn geëmigreerd.
Volgens Catherine Baber, hoofd van het Asis-Pacific-programma van Amnesty International laat de officiële verklaring van China te veel vragen onbeantwoord. 'Hoeveel mensen zijn er werkelijk gedood, door wie, hoe heeft het kunnen gebeuren en waarom?'
Amnesty roept de Chinese regering op een onafhankelijk en onpartijdig onderzoek in te stellen naar de mensenrechtenschendingen begaan tijdens de rellen in Urumqi.
Lees verder in het Engelstalige persbericht. Download het rapport Justice, justice”: The July 2009 Protests in Xinjiang, China.

