China, Rusland en Wit-Rusland blijven Sudan wapens verkopen, ondanks zeer overtuigende bewijzen dat die worden ingezet tegen burgers in de regio Darfur. Dat staat te lezen in het nieuwe Amnesty-rapport Sudan: No end to violence in Darfur.
In 2011 zijn naar schatting zeventigduizend mensen ontheemd geraakt in Oost-Darfur, na een golf van aanvallen op de Zaghawa-gemeenschap door Sudanese overheidstroepen en gewapende milities. Amnesty-onderzoek heeft aangetoond dat er in 2011 in Sudan wapens van Chinese en Russische makelij zijn gebruikt voor ernstige schendingen van de mensenrechten. De wapens waren geleverd na het ingaan van het VN-wapenembargo tegen Sudan.
Volgende week overlegt de VN-Veiligheidsraad over de huidige sancties tegen Sudan. Amnesty International roept de VN-Veiligheidsraad op het wapenembargo uit te breiden tot heel Sudan. Regeringen gaan daarnaast ook verder met de cruciale besprekingen over een VN-Wapenhandelverdrag. Zo'n verdrag zou regeringen verplichten leveranties van wapens te stoppen als er een substantieel risico is dat die wapens worden gebruikt voor schendingen van de mensenrechten of voor oorlogsmisdaden. Amnesty International pleit zeer sterk voor een dergelijk verdrag.