Aanvallen oppositie Rwanda veroordeeld
Politici en journalisten in Rwanda zijn steeds vaker het doelwit van geweld. Geen van de drie belangrijkste oppositiepartijen in het land heeft het op kunnen nemen tegen de regerende partij RPF (Rwandan Patriotic Front) van president Paul Kagame.
Vage wetgeving
Zowel de Democratische Groene Partij als het FDU-Inkingi werden verhinderd zich te registreren. De PS-Imberakuri, die daar wel in slaagde, kan niet meedoen omdat haar partijvoorzitter, Bernard Ntaganda, op 24 juni werd gearresteerd. Ntaganda wordt beschuldigd van genocidaire ideologie en het zaaien van verdeeldheid. Deze beschuldigingen, gebaseerd op vage wetgeving die het prediken van haat moet tegengaan, worden in de praktijk al te vaak gebruikt om dissidente stemmen het zwijgen op te leggen.
Ook oppositieleidster Victoire Ingabire van de FDU werd beschuldigd van genocidaire ideologie en het zaaien van verdeeldheid. Ze zou bovendien de genocide van 1994 minimaliseren en collaboreren met een "terroristische groepering", de Forces Démocratiques de Liberation du Rwanda (FDLR). Op 21 april verscheen ze voor de rechter en pleitte onschuldig over de hele lijn. In mei liet de openbaar aanklager weten dat het onderzoek wel eens een jaar in beslag zou kunnen nemen, wat een proces vóór de verkiezingen uitsluit.
In aanloop naar de verkiezingen is ook het klimaat van repressie verhevigd. Eind juni en midden juli werden een journalist en een politiek opposant vermoord, beiden critici van de regerende partij RPF (Rwandan Patriotic Front).
'De afgelopen maanden hebben moorden, arrestaties en sluiting van kranten en tv-zenders het klimaat van angst versterkt,' aldus Tawanda Hondora, adjunct-directeur van Amnesty International’s Afrika–programma. 'De Rwandese regering moet er voor zorgen dat de moorden snel, grondig en onpartijdig worden onderzocht en moet de media in alle vrijheid haar werk laten doen.'
Lees verder in het Engelstalige persbericht.

