Amnesty.nl maakt gebruik van cookies om de content beter op uw voorkeur af te kunnen stemmen.     Meer informatie

Nieuwe wetten beperken de vrijheid van meningsuiting

Journalisten, mensenrechtenactivisten, advocaten, homo’s en kunstenaars worden op allerlei manier tegengewerkt om te voorkomen dat zij hun kritische stem laten horen. Critici van het Poetin-regime hangen boetes van meer dan 100.000 euro boven het hoofd voor laster’ en ‘smaad’.

De definitie van ‘hoogverraad’ is aanzienlijk verruimd. Gevreesd mag worden dat de nieuwe wet op hoogverraad bedoeld is om ook dissidenten en activisten te kunnen aanpakken: iedereen die contacten met buitenlanders onderhoudt, kan nu worden vastgezet. Organisaties die financiële steun uit het buitenland ontvangen zijn verplicht zich als ‘buitenlandse agent’ te laten registreren. Ook de anti-Magnitsky-wet lijkt bedoeld om het maatschappelijk middenveld het zwijgen op te leggen. En 'ongewenste organisaties' kunnen simpelweg gesloten worden.

Demonstreren is praktisch onmogelijk gemaakt. En wie de wet overtreedt, kan een draconische boete krijgen. Onwelgevallige websites kunnen worden geblokkeerd. Het 'beledigen van traditionele religieuze gevoelens' wordt hard aangepakt door de blasfemiewet. Homo’s worden terug de kast in gestuurd: openlijk spreken over homoseksualiteit is met een nieuwe wet verboden. Voor ‘homopropaganda’ (lees: hand in-handlopen, elkaar een kus geven) kun je een enorme boete krijgen.

Oppositie-activist opgepakt voor het kantoor van de burgermeester van Moskou, 31 augustus 2012. © REUTERS/Maxim Shemetov
Oppositie-activist opgepakt voor het kantoor van de burgermeester van Moskou, 31 augustus 2012. © REUTERS/Maxim Shemetov 

Wet op ‘ongewenste organisaties’

President Poetin heeft eind mei 2015 een nieuwe wet getekend waarmee de vrije meningsuiting in Rusland verder aan banden is gelegd. Met de wet kan iedere ‘ongewenste organisatie’ – zowel binnenlandse als buitenlandse – gesloten worden. Dat kan wanneer de organisatie een bedreiging vormt voor de nationale veiligheid, de grondwet, of voor de strijdkrachten. Hiermee wordt maatschappelijke organisaties in Rusland de duimschroeven nog verder aangedraaid.

Het is onduidelijk wat precies onder een ‘ongewenste organisatie’ wordt verstaan. Het gaat zeker om non-gouvernementele organisaties, maar ook de media of politieke partijen kunnen ermee worden aangepakt. Individuen die betrokken zijn bij een ‘ongewenste organisatie’, kunnen worden gestraft met een geldboete of een gevangenisstraf die kan oplopen tot zes jaar. Wat die ‘betrokkenheid’ precies inhoudt is eveneens onduidelijk, maar het ligt voor de hand dat hiermee het verspreiden van rapporten en andere informatie, ook online, en de communicatie met vertegenwoordigers van een ‘ongewenste organisatie’ worden bedoeld. Het verspreiden van informatie over ‘ongewenste organisaties’ is met de nieuwe wet eveneens strafbaar geworden.

De wet lijkt ook gebruikt te gaan worden om Amnesty International en andere internationale organisaties aan te pakken. Een Russisch parlementslid vertelde op televisiezender RBC dat hij de openbaar aanklager had verzocht om te onderzoeken of verschillende internationale organisaties, waaronder Amnesty en Human Rights Watch, een bedreiging vormen voor de staatsveiligheid, de strijdkrachten of de grondwet. Dit zou tot sluiting van het Amnesty-kantoor in Moskou kunnen leiden.

Ongewenste organisaties in de ban

Twee maanden nadat de Ongewenste Organisatiewet in werking trad, werd de National Endowment for Democracy (NED) als eerste op de zwarte lijst geplaatst. De NED is een Amerikaanse ngo die ‘de groei en versterking van democratische instellingen over de hele wereld’ nastreeft. De organisatie is in tientallen landen actief en ontvangt hoofdzakelijk Amerikaanse overheidsgelden. Volgens de Russische procureur-generaal is de organisatie ‘een bedreiging voor de constitutionele orde van de Russische Federatie en de nationale veiligheid’.

Eind november 2015 werd de pro-democratische Open Society Foundation als ongewenste organisatie in de ban gedaan. Wie in Rusland zaken doet met deze ngo riskeert een gevangenisstraf van zes jaar. De door miljardair gefinancierde ngo subsidieerde organisaties die opkomen voor democratie en mensenrechten. De Open Society Foundation zou ‘de grondslag van het constitutionele stelsel van de Russische Federatie en de staatveiligheid’ bedreigen. Op welke wijze dat gebeurt werd niet bekendgemaakt.

Lees de blog van Heather McGill, Amnesty's onderzoeker voor Europa en Centraal-Azië.

Demonstratiewet

Deze nieuwe wet uit 2014 bepaalt dat voor iedere publieke bijeenkomst ten minste drie dagen van tevoren toestemming moet worden gevraagd. Zonder toestemming wordt een openbare bijeenkomst automatisch illegaal verklaard. Met deze wet zijn de boetes bij overtreding ervan drastisch verhoogd. Zo is de boete voor het deelnemen aan en het organiseren van ongeautoriseerde demonstraties voor deelnemers ongeveer 700 euro, wat neerkomt op een gemiddeld maandsalaris. Rechtspersonen die publieke bijeenkomsten organiseren, riskeren een boete van bijna 5.000 euro.

Amnesty dringt er bij de autoriteiten op aan de amendementen op de wet die de exorbitant hoge boetes bepalen, onmiddellijk in te trekken.

Voor 1-persoonsdemonstraties hoeft vooralsnog geen toestemming te worden gevraagd. Wat opvalt is dat de demonstratiewet niet altijd even goed wordt nageleefd. Zo kan een groep pro-Kremlin anti-abortusdemonstranten gewoon blijven staan als ze geen vergunning hebben. Maar krijgt een groep demonstranten die zich tegen annexatie van de Krim keert een boete opgelegd.

Rusland is partij bij verschillende mensenrechtenverdragen, waaronder het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Internationaal Verdrag voor Burgerrechten en Politieke Rechten. Deze verdragen verplichten een regering het recht op vrije meningsuiting en het recht op vreedzame vergadering te respecteren. Het recht op vrijheid van vergadering is ook in de Russische Grondwet vastgelegd.

Wet tegen homopropaganda onder minderjarigen

Op 11 juni 2013 werd in sneltreinvaart de wet tegen ‘homopropaganda’ door het Russische parlement geloodst. De wet verbiedt de propaganda van niet-traditionele seksuele relaties – lees homoseksualiteit – gericht op minderjarigen. Individuen riskeren bij overtreding van de wet een boete van zo’n 120 euro. Overheidspersoneel kan een boete krijgen tot 1.200 euro en organisaties die deze wet overtreden kunnen tot een boete van ruim 23.000 euro of sluiting voor 90 dagen worden veroordeeld. Wordt homoseksualiteit via de media of internet ‘bevorderd’, dan kunnen burgers rekenen op een boete tussen de 1.200 en 2.300 euro. Voor overheidsfunctionarissen is de boete twee keer zo hoog en voor organisaties die zich via de media positief uitlaten over homoseksualiteit kan de boete oplopen tot ruim 23.000 euro en een sluiting voor 90 dagen.

Volgens Mikhail Fedotov, voorzitter van de Raad voor Civil Society en Mensenrechten, die is gekoppeld aan het Kremlin, kan ‘propaganda’ van alle vormen van seksuele relaties gericht op minderjarigen als pedofilie worden beschouwd.

Ook buitenlandse homoactivisten zijn het mikpunt van deze nieuwe wet. Buitenlandse overtreders van het propagandaverbod kunnen een boete krijgen van 120 tot 2.400 euro, vijftien dagen celstraf en uitzetting.

Wet op 'buitenlandse agenten'

De wet verplicht een ngo zich als ‘buitenlandse agent’ te laten registreren wanneer ze financiële steun uit het buitenland ontvangt en als zij zich bezighoudt met wat de wet in vage bewoordingen ‘het ondernemen van politieke activiteiten’ noemt. Wanneer een ngo zich niet aan deze wet houdt, riskeert ze een forse boete of strafrechtelijke vervolging en gevangenisstraf voor leden van de ngo's.

De term ‘buitenlandse agent’ dateert uit het Sovjet-tijdperk en is voor veel Russen nog een equivalent van ‘spion’. De wet lijkt er daarom op gericht om Russische ngo’s in een kwaad daglicht te stellen, de ontwikkeling van een maatschappelijk middenveld te bevriezen en critici van het regime het zwijgen op te leggen. De wet verplicht ngo’s ook het label ‘buitenlandse agent’ op hun website en publicaties te vermelden. Overtreding van de buitenlandse agentenwet kan bestraft worden met sluiting van de ngo of een boete tot zo’n 7.000 euro. Ook kunnen de leiders van een ngo boetes opgelegd krijgen of een gevangenisstraf van maximaal twee jaar.

De wet werd aangenomen nadat Poetin het Westen ervan beschuldigde de massale demonstraties in de aanloop naar de presidentsverkiezingen in 2012 te hebben gefinancierd.

Voor ngo’s betekent het stempel buitenlandse agent dat ze onder verscherpt toezicht staan. Ze belanden in een maatschappelijk en financieel isolement, omdat niemand meer met ze wil samenwerken.  Andere organisaties zijn bijvoorbeeld bang dat ze zelf ook onder een vergrootglas komen te liggen als ze intensief samenwerken met buitenlandse agenten.

Sinds 4 juni 2014 is de buitenlandse agentenwet aangepast. Vanaf nu mag het Russische ministerie van Justitie ngo’s zelf aanwijzen als buitenlandse agent. Hier is geen rechter meer voor nodig. In totaal waren er in mei 2015 64 organisaties geregistreerd als buitenlandse agent, waaronder enkele van de meest bekende, zoals Public Verdict en Mensenrechtencentrum 'Memorial’.

Buitenlandse organisaties als Amnesty International vallen niet direct onder de wet, maar worden wel gecontroleerd. Ook is er een inval geweest in het Amnesty-kantoor in Moskou. Deze inval is verder zonder gevolgen gebleven. Buitenlandse organisaties kunnen vanaf mei 2015 wel last krijgen van nieuwe wetgeving voor ‘ongewenste organisaties’.

Tegengeluid

De door Poetin zo gehate ‘buitenlandse agenten’ willen laten zien waar ze werkelijk voor staan. In een gezamenlijk project vertellen activisten van veroordeelde maatschappelijke organisaties over hun werk in Rusland. Dit doen ze in korte documentaires. De filmpjes zijn voorzien van Engelse ondertiteling.

Lastercampgnes om ngo's zwart te maken

Russische mensenrechtenorganisaties zijn vogelvrij sinds onderdrukkende wetten hen afschilderen als 'buitenlandse agenten'. De Ruslandcampaigner van Amnesty International werd in 2015 opgewacht door leden van de extreem-nationalistische beweging NOD ('Nationale Bevrijdings Beweging'), vergezeld door een camerateam van het lokale nationalistische tv-kanaal NovostiExpress. De NOD werd op het hoogtepunt van de anti-Kremlinprotesten (2011-2012) opgezet.

Dit filmpje is een voorbeeld van de lastercampagne waar Russische mensenrechtenorganisaties mee kampen. Niet gehinderd door journalistiek verantwoorde methodes en geholpen door een voice-over die de ene leugen aan de andere rijgt, creëert de zender in korte tijd het beeld van een geldverslindende, zelfverrijkende organisatie die rechters omkoopt en in dure auto's rondrijdt. In werkelijkheid kan het Comité voor de Preventie van Marteling zich met moeite financieel overeind houden en worden medewerkers geregeld fysiek bedreigd. Igor Kalpjapin, hier afgedaan als 'laaggeschoold jurist' is een gerespecteerd mensenrechtenactivist die verscheidene prijzen heeft gewonnen voor zijn werk.

Lasterwet

Laster is in 2012 weer een strafbaar feit geworden. Bovendien is het begrip ‘laster’ uitgebreid met een speciale paragraaf voor het beledigen van rechters, officieren van justitie en (politie)agenten. De wet geeft instructies om uitingen in de media en op internet te controleren op informatie die niet waar is of die de rechten van politieofficieren schendt.

Media die lasterlijke openbare uitlatingen doen, kunnen een boete krijgen tot 45.000 euro. Wie een individu valselijk beschuldigt van een zwaar misdrijf, riskeert een boete tot 125.000 euro - zo’n vijftien keer een gemiddeld jaarsalaris.

Journalisten, activisten, bloggers en anderen zullen zich geremd voelen in het uiten van hun mening uit angst wegens laster te worden aangeklaagd. De zelfcensuur zal dus toenemen.

Er zijn ook mensen die het slachtoffer zijn van schendingen die zijn begaan door wetshandhavers. De kans bestaat dat deze slachtoffers ervan afzien aangifte te doen, uit angst van laster te worden beschuldigd.

Hoogverraadwet

De nieuwe wet uit 2012 voorziet in een sterke uitbreiding van de definitie van hoogverraad en spionage, waaronder bijvoorbeeld ook het verstrekken van informatie aan internationale organisaties kan vallen.

De wet bestempelt niet alleen het werken voor buitenlandse geheime diensten als hoogverraad, ook het werken voor organisaties die ‘de veiligheid van Rusland bedreigen’ valt daar nu onder. Wat hiermee precies is bedoeld, is niet duidelijk.

Wie zich schuldig maakt aan hoogverraad kan een boete krijgen van 12.000 euro of een gevangenisstraf van maximaal vier jaar.

De definitie van hoogverraad is nu zo breed en tegelijkertijd zo vaag dat deze wet op arbitraire wijze kan worden toegepast en dat aan internationale organisaties en activisten restricties kunnen worden opgelegd.

De nieuwe wet maakt overleg met buitenlandse organisaties die betrokken zijn bij 'activiteiten gericht tegen de veiligheid van Rusland' illegaal. Dit kan ertoe leiden dat Russen geen informatie meer kunnen delen met bijvoorbeeld Amnesty International of zelfs het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

Blasfemiewet

De blasfemiewet ter bescherming van de gevoelens van gelovigen is aangescherpt met een verbod op ‘obstructie van het recht op vrijheid van geweten en religie’. Voor het ‘beledigen van traditionele religieuze gevoelens’ kunnen nu hoge boetes, taakstraffen en gevangenisstraffen worden opgelegd.

De wet voorziet in een boete tot 12.000 euro of drie jaar gevangenisstraf voor ‘openbare acties die de maatschappij in diskrediet brengen en die een belediging zijn van religieuze gevoelens van gelovigen’ als deze acties in een godsdienstige ruimte plaatsvinden. Gebeurt dit ergens anders dan riskeert de overtreder van de wet een jaar celstraf of een boete van ongeveer 7.000 euro.

Op 21 februari 2012 gaven drie leden van de Russische punkband Pussy Riot een ‘concert’ in de Christus Verlosserskathedraal in Moskou. Daarop werden twee bandleden veroordeeld tot twee jaar strafkamp.

> Lees meer over Pussy Riot

Internetwet

Deze wet bepaalt dat er een lijst wordt gemaakt van verboden websites die informatie ‘verspreiden die in de Russische Federatie is verboden’. Deze websites worden geblokkeerd.

Om kinderen te beschermen, wordt er een lijst bijgehouden van websites waarop kinderporno en zaken die met drugs te maken hebben worden getoond, of die informatie verspreiden die kinderen aanspoort zelfmoord te plegen of aanwijzingen geeft over het plegen van zelfmoord.

Wanneer de autoriteiten menen dat een website verboden informatie geeft, kan deze zonder tussenkomst van de rechter worden gesloten. De wet geeft alleen in vage bewoordingen aan wat wel en wat niet verboden is. Met deze wet kan internetcensuur worden toegepast.

De internetwet bevat ook een regel voor sites die meer dan 5.000 bezoekers trekken. Deze moeten zich registreren als massamedia. Hierdoor komen ze onder verscherpt toezicht te staan en moeten ze verslag uitbrengen over hun beleid en financiën. Populaire blogs van de oppositie zijn de dupe van deze regel.

Een vrouw met een banner waarop staat ‘Houden van iemand van dezelfde sekse is geen misdaad. Haat aanwakkeren tegen homoseksuelen –Statuut 282. Hou je aan je eigen wetten’. © REUTERS/Mikhail Voskresensky
Een vrouw houdt een bannier vast met daarop de tekst: ‘Houden van iemand van dezelfde sekse is geen misdaad. Haat aanwakkeren tegen homoseksuelen – Statuut 282. Houd je aan je eigen wetten’. © REUTERS/Mikhail Voskresensky

Anti-Magnitsky-wet (ook wel: Dima Yakovlev-wet)

Met de anti-Magnitsky-wet wordt het Amerikanen die betrokken zijn bij ernstige mensenrechtenschendingen verboden naar Rusland te reizen en worden hun bezittingen bevroren. Dat geldt ook voor bezittingen van ngo’s waarvan wordt verondersteld dat zij zich bezighouden met wat in vage bewoordingen ‘politieke activiteiten’ of ‘het bedreigen van Russische belangen’ wordt genoemd en die financiële steun uit de VS ontvangen. Ook is het Amerikanen verboden Russische kinderen te adopteren. Organisaties die deze wet overtreden kunnen hun bezittingen kwijtraken of worden gesloten.

De wet is ontwikkeld als antwoord op de Amerikaanse Magnitsky-wet. Met die wet wordt iedereen die betrokken was bij de dood van de Russische advocaat Sergei Magnitsky de toegang tot de Verenigde Staten geweigerd. Bovendien worden hun bankrekeningen bevroren en kunnen hun bezittingen in de VS in beslag worden genomen. Magnitsky overleed in 2009 door medische verwaarlozing in een Russische gevangenis. De advocaat onderzocht een grote corruptiezaak waarbij de regering betrokken zou zijn.

Dima Yakovlev was een door een Amerikaans echtpaar geadopteerd Russisch jongetje. Hij overleed in 2009 doordat zijn Amerikaanse adoptievader vergat hem op een warme dag uit de auto te halen.

Net zoals de Buitenlandse agentenwet lijkt de Anti-Magnitsky-wet bedoeld om het maatschappelijk middenveld het zwijgen op te leggen.