Van alle mensenrechten wordt die op vrijheid van meningsuiting en geloof waarschijnlijk het vaakst bedreigd. Censuur, waaronder internetcensuur, is een van de middelen waarmee die vrijheid wordt bedreigd. Een overheid sluit kranten, verbiedt boeken, blokkeert internetsites, controleert radio en televisie. In tal van landen gaat de dreiging nog veel verder: gevangenschap, marteling of moord. Amnesty kwam de afgelopen vijftig jaar in actie voor tienduizenden gewetensgevangenen van wie velen vastzaten vanwege hun mening of geloof. Onder hen zijn journalisten, mensenrechtenverdedigers, politici, religieuze leiders, aanhangers van politieke partijen en leden van geloofsgemeenschappen.
Gewetensgevangenen zijn mensen die vanwege hun mening, geloof, herkomst, huidskleur of seksuele orientatie gevangen zijn gezet, en die geen geweld hebben gebruikt of gepropageerd. Amnesty stelt vast dat er gewetensgevangen zijn in zo'n zestig landen en zet zich in voor hun onmiddelijke vrijlating.
Wetenschappers mogen vrijelijk onderzoek doen, journalisten mogen in vrijheid nieuws vergaren en opinies weergeven. Amnesty constateert in tientallen landen bedreigingen van de academische en journalistieke vrijheid.
Het recht op vrijheid van meningsuiting betekent niet dat iedereen in het openbaar zomaar alles kan zeggen of schrijven. In mensenrechtenverdragen is geregeld welke uitingen – bij wet en alleen achteraf – kunnen worden begrensd, te weten: oproepen tot moord of geweld en het aanzetten tot haat of nodeloze beledigingen.
Inperking van het recht op vrije meningsuiting is dus soms mogelijk. Maar alleen ter bescherming van de rechten van anderen of het 'algemeen belang': de nationale veiligheid, openbare orde en veiligheid, volksgezondheid of de goede zeden. Bovendien worden aan zulke inperkingen strikte eisen gesteld. Zij moeten bij wet zijn voorzien, een legitiem doel dienen, noodzakelijk zijn en proportioneel in verhouding tot het doel. Zo kunnen er praktische beperkingen worden gesteld aan het aanplakken van affiches, het bouwen van gebedshuizen en het houden van demonstraties. En zo kunnen ook bedrijven regels aan werknemers opleggen over het naar buiten brengen van informatie.
De vrijheid van meningsuiting is een belangrijke peiler voor de democratische rechtsstaat. Een levendige uitwisseling van meningen, opvattingen en ideeën – ook als die schokkend, aanstootgevend of verontrustend zijn – hoort daarbij. Amnesty International is dan ook tegen wetgeving die op voorhand (elke vorm van) kritiek op bijvoorbeeld een godsdienst, politieke ideologie of historische gebeurtenissen verbiedt en daarmee onmogelijk maakt. Een uiting kan alleen achteraf verboden worden door een onafhankelijke rechter als uit toetsing blijkt dat de uiting aanzet tot haat of geweld. Holocaustontkenning is zo'n voorbeeld. Alhoewel Amnesty een gevangenisstraf wegens holocaustontkenning afwijst, zal Amnesty dergelijke gevangenen niet als gewetensgevangene beschouwen.
De vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst zijn nauw verweven. De vrijheid van godsdienst omvat niet alleen het recht een godsdienst aan te hangen maar ook om ervan te getuigen en ernaar te leven door bijvoorbeeld bij de religie passende kleding te dragen. Een algemeen verbod op het dragen van gezichtsluiers ('boerkaverbod') is volgens Amnesty International strijdig met internationale mensenrechtenverdragen.
> Lees meer hierover in het Webdossier Boerkaverbod
In 2009 waren er volgens Amnesty International gewetensgevangenen in zo'n zestig landen. Het aantal landen met veel gewetensgevangenen is vooral na 1989 sterk afgenomen. In landen als China, Iran en Myanmar zitten er nog steeds veel in de gevangenis. Maar er zijn de laatste twintig jaar heel veel gewetensgevangenen vrijgelaten, zoals in Irak, Zuid-Afrika, Indonesië, Marokko en Rusland.
> Meer actualiteiten op de pagina goed nieuws.
Amnesty International is niet verantwoordelijk voor de op onderstaande websites aangeboden informatie