Bedreigingen van mensenrechtenverdedigers nemen velerlei vormen aan. Amnesty International zet zich in om mensenrechtenverdedigers te steunen en te beschermen zodat zij in alle vrijheid hun werk kunnen blijven doen, zoals internationaal aanvaarde normen voorschrijven.
In tijden van gewapend conflict is opkomen voor bescherming van rechten van burgers het meest nodig, maar vaak ook het meest verguisd. Wie schendingen begaan door gewapende groeperingen aan de kaak stelt, wordt al gauw beschuldigd van partijdigheid en de veiligheidssituatie tijdens een conflict maakt het werk van mensenrechtenverdedigers nog gevaarlijker.
Sinds 11 september 2001 zijn in veel landen anti-terrorismemaatregelen van kracht. Vaak heeft dit tot gevolg dat het werk van mensenrechtenverdedigers gecriminaliseerd wordt.
Amnesty vraagt ook speciale aandacht voor vrouwelijke mensenrechtenverdedigers, die vaak onder zwaardere omstandigheden dan mannen werken en daardoor kwetsbaarder zijn. Vaak worden ze door de hen omringende samenleving niet serieus genomen vanwege heersende rolspecifieke vooroordelen. Sommige regeringen zien het werk van mensenrechtenorganisaties van vrouwen als onbelangrijk en niet-legitiem. Ze lopen een groter risico vanwege hun sekse bedreigd te worden en slachtoffer te worden van seksuele intimidaties en verkrachtingen.
Economische, sociale en culturele rechten (ESC-rechten) worden in de Universele Verklaring van de Verenigde Naties gelijk gesteld aan burger- en politieke rechten. Pas sinds het begin van de jaren negentig kwam hiervoor in de westerse wereld aandacht. Landrechten, rechten van inheemse volken, gedwongen verhuizing wegens onteigeningen, toegang tot grondstoffen, gezondheidszorg, voedsel, huisvesting en onderwijs zijn enkele van de kwesties waarvoor mensenrechtenverdedigers zich inzetten.
Er is aanzienlijke vooruitgang geboekt in de aandacht en bescherming die internationale organisaties en regeringen aan mensenrechtenverdedigers bieden.
In 1998 aanvaardden de Verenigde Naties een Verklaring over Mensenrechtenverdedigers. De verklaring garandeert onder meer het recht op vrijheid van vereniging en het recht om middelen en hulp te werven, ook vanuit het buitenland. De VN benoemden in 2000 een speciale rapporteur voor mensenrechtenverdedigers, haar rapporten vindt u hier.
De Europese Unie nam in 2004 Richtlijnen voor de Bescherming van Mensenrechtenverdedigers aan. Ambassades van de lidstaten en EU-missies moeten bescherming bieden aan mensenrechtenverdedigers door contacten, bezoeken, procesobservaties en waar nodig interventie bij regeringen. Ze moeten ook helpen garanderen dat de verdedigers vrije toegang hebben tot (buitenlandse) financiële donors.
De Nederlandse overheid schreef in 2009 de Nota Mensenrechten. In april 2011 verscheen een actualisering van deze nota. Op 8 maart 2012 maakte minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken) aan de Tweede Kamer het Actieplan Mensenrechtenverdedigers bekend, reeds aangekondigd in de nota van 2009. In dit actieplan is de Nederlandse inzet in relatie tot (het werk van) mensenrechtenverdedigers wereldwijd nader gespecificeerd.
Er zijn veel prijzen voor mensenrechtenverdedigers. Onder meer: Ambassador of Conscience Award, Sacharovprijs, Martin Ennals Award for Human Rights Defenders, Nobelprijs voor de Vrede, Right Livelihood Award, Erasmusprijs, VN-Mensenrechtenprijs; Four Freedom Awards, Mensenrechtenprijs van de Raad van Europa, Reebok Mensenrechtenprijs voor jonge mensenrechtenverdedigers, Geuzenpenning, Carnegie Wateler Vredesprijs, Free Word Award, Oxfam Novib/Pen Awards.
De Nederlandse regering reikt sinds 2008 de Mensenrechtentulp uit. Die ging in voorgaande jaren naar:
Dat mensenrechtenverdedigers steeds meer internationale erkenning krijgen, blijkt onder meer uit de toekenning van de Nobelprijs voor de Vrede aan verdedigers zoals Shirin Ebadi uit Iran (2003), Wangari Maathai uit Kenia (2004), Liu Xiaobo uit China (2010), Leymah Gbowee uit Liberia en Tawakel Karman uit Jemen (2011).
In de Europese Unie is veel meer aandacht gekomen voor de bescherming van mensenrechtenverdedigers. EU-ambassades en EU-posten komen in actie voor bedreigde activisten en kunnen ook financiële steun geven.
In recente jaren zijn organisaties zich speciaal gaan toeleggen op de bescherming van mensenrechtenverdedigers, zoals het Observatorium voor de bescherming van mensenrechtenverdedigers (opgericht in 1997), Front Line (opgericht in 2001) en Protection International (opgericht in 2007). De International Service for Human Rights, die al meer dan 25 jaar bestaat, heeft mensenrechtenverdedigers tot haar prioriteit gemaakt.